• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het Gebed

Tijdens de algemene audiëntie van 4 mei begon paus Benedictus XVI een catechesecyclus over het Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Het gebed
1e catechese in de reeks over het christelijk gebed
(4 mei 2011)
.

Als inleiding geef ik in deze eerste catechese enkele gebedsvoorbeelden uit oude culturen, om aan te tonen hoe men zich steeds en overal tot God wist te wenden.

We beginnen in het oude Egypte. Een blinde mens bidt tot de godheid om hem ziende te maken. Het is een eenvoudig smeekgebed van iemand die lijdt: "Mijn hart verlangt te zien; u die me de duisternis hebt laten zien, schep voor mij het licht. Maak dat ik moge zien!" (A. Barucq, Hymnes et prières de l'Egypte ancienne).

Binnen de oude Griekse religies speelt zich een betekenisvolle ontwikkeling af: de gebeden zijn weer smekingen, maar stap voor stap ontwikkelen zich ook belangeloze beden, die de gelovige mens aanzetten zijn relatie met God te verdiepen en zichzelf te beteren. Zo vertelt Plato over een gebed van zijn leermeester Socrates, terecht beschouwd als een van de grondleggers van het westerse denken. Socrates bad: "Geef mij de innerlijke schoonheid van de ziel. Moge mijn uiterlijk in overeenstemming zijn met mijn innerlijk" (Plato, Phaedros).

Hoewel het gebed bij de Romeinen ook nog verbonden is met de bede om goddelijke bescherming voor het maatschappelijk leven, begint het vaak met vererende aanroepingen van persoonlijke vroomheid, die dan veranderen in dank- en lofprijzing. Zo ook bij Apuleius, een Romeins-Afrikaanse auteur uit de tweede eeuw na Christus. In zijn geschriften drukt hij de ontevredenheid uit van zijn tijdgenoten tegenover de traditionele religie en het verlangen naar een meer authentieke God. In zijn belangrijkste werk, Metamorfosen, richt een gelovige zich als volgt tot een vrouwelijke godheid: "Gij zijt heilig, gij zijt in elke tijd bron van eeuwige redding en hulp; gij zijt beschermster der stervelingen en geeft de lijdenden uw gevoelvolle liefde als een moeder. Geen dag, geen nacht, geen enkel ogenblik gaat voorbij zonder uw weldaden" (Metamorfosen IX,25).

In deze voorbeelden komt de bewustwording naar boven die het menselijke zijn heeft van zijn eigen gesteltenis als schepsel en van zijn afhankelijkheid van een Ander, die hoger staat dan hij en bron is van al het goede. De mens van alle tijden bidt; hij kan niet anders dan vragen naar de zin van zijn bestaan, dat hem donker en deprimerend lijkt zonder band met het mysterie van God en Gods plan voor de wereld. Het menselijke leven is een verwikkeling tussen goed en kwaad, tussen onverdiend lijden en vreugde en schoonheid. Dat alles zet ons spontaan en onweerstaanbaar aan om God te bidden om dat licht en die innerlijke kracht die ons helpen in ons aardse bestaan, die in ons een hoop ontvouwen en die reiken tot over de grenzen van de dood.

De heidense religies blijven een aanroepen vanuit het aardse, dat een antwoord afwacht vanuit de hemel. Een van de laatste grote heidense filosofen, die al leefde in het christelijke tijdperk, Proclus van Constantinopel, verklaart: "Onkenbare, niemand kan u bevatten. Alles wat wij denken stamt van u. Ons kwaad en ons goed komt van u. Wij zien naar u uit. Ons verlangen is afhankelijk van u. O onuitsprekelijke, onze ziel bespeurt uw aanwezigheid. Tot u verheffen wij een zwijgende hymne" (Hymnen, E. Vogt).

In de gebedsvoorbeelden herkennen we de religieuze dimensie en het verlangen naar God zoals dat staat ingeschreven in het hart van elke mens en dat zijn voltooiing krijgt en volledig tot uitdrukking komt in het Oude en Nieuwe Testament. De openbaring zuivert het oorspronkelijke verlangen van de mens naar God en brengt het tot voltooiing. En biedt zo in het gebed de mogelijkheid tot een diepere relatie met de hemelse Vader.

Aan het begin van onze weg in de leerschool van het gebed vragen wij dus de Heer om onze geest en hart te verlichten, opdat de relatie met Hem in het gebed altijd meer intens moge zijn. Het is daarom dat wij Hem vragen: Heer leer ons bidden (Lc. 11,1)

Bron: Katholiek Nieuwsblad
Samenvatting: Sef Adams

Publicatiedatum: 11 mei 2011
Laatst bewerkt: 31 augustus 2013


 

Uw bijdrage

RK Documenten wordt volledig beheerd door vrijwilligers. Om deze site te bekostigen zijn we afhankelijk van uw hulp.

Algemeen nut beogende instellingen

Help ons en doneer!

Uw donatie zal worden verwerkt door Stg. Mollie Payments.
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test