• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

GRAVISSIMUM APOSTOLICI MUNERIS
Tot het Consistorie

Om een zeer ernstige plicht van ons apostolisch ambt te vervullen meenden we, u heden bij ons te moeten samenroepen. Talrijk voorzeker zijn de bitterheden en onrechtvaardigheden, die in deze rampvolle tijd dagelijks worden aangedaan aan de Kerk en aan ons, die ondanks onze onwaardigheid haar als plaatsbekleder van Christus besturen. Maar het geduld van diezelfde Christus indachtig en vertrouwend op Zijn zekere beloften, doen we ons best om alle tegenwerkingen met zachtmoedigheid te verdragen, om zoals Hij wandelde ook zelf te wandelen in de hoop op de verheerlijking der kinderen Gods.
Thans echter is zeer kort geleden aan de Kerk en aan ons zulk een zware en geweldige wonde toegebracht, dat we daarover niet kunnen zwijgen en dat we, al zouden we het willen, het niet zouden kunnen doen zonder aan onze plicht te kort te komen.
Ge raadt het zeker reeds, eerbiedwaardige broeders, dat we willen spreken over de door en door onrechtvaardige en tot ondergang van het katholicisme uitgedachte wet, die pas in Frankrijk bekrachtigd is aangaande de scheiding van Kerk en staat.
Weliswaar hebben we in onze, enkele dagen geleden tot de bisschoppen, de geestelijkheid en het volk van Frankrijk gerichte, encycliek reeds uitvoeriger aangetoond, hoe hatelijk en met de rechten van God en de Kerk strijdig die wet is. Maar om niet de schijn te hebben, als zouden we ook maar een deel van onze apostolische taak verwaarlozen, zijn we voornemens om in uw eerbiedwaardige tegenwoordigheid hetgeen we gezegd hebben in het kort na te gaan en met nadruk te bevestigen.
Inderdaad, hoe zouden we kunnen nalaten, onze veroordeling uit te spreken over een wet, wier titel alleen reeds een bewijs en een veroordeling van haar boosheid is? Het gaat, eerbiedwaardige broeders, over het invoeren der scheiding van Kerk en staat. Bijgevolg, heel die wet heeft tot ondergrond de verachting van de eeuwige allerhoogste God, daar ze de bewering inhoudt, dat de staat Hem geen enkele eredienst verschuldigd is.
Welnu, God is niet alleen de Heer en Meester van alle mensen afzonderlijk, maar ook van volken en staten. Bijgevolg moeten de natiën en zij die aan het hoofd daarvan staan, Hem publiek erkennen, eerbiedigen en huldigen.
Als nu het verzuimen van die plicht, en die scheiding overal een belediging is van de goddelijke Majesteit, in Frankrijk is het een grotere ondankbaarheid en een veel noodlottiger ongeluk. Want als men eerlijk de oude glorie van Frankrijk beschouwt, dan zal men bekennen, dat deze voor verreweg het grootste deel haar oorsprong heeft gehad in de godsdienst en in de daaruit volgende blijvende verbondenheid met deze Apostolische Stoel.
Bovendien, de verbondenheid van de staat met de Kerk was in Frankrijk door een plechtig gesloten verdrag bevestigd. En toch, wat bijna geen enkele staat, ook al was het er een van zeer geringe waardigheid, overkomen is, dat is gebeurd met de heilige Stoel, wiens gezag en aanzien in heel de wereld zo groot zijn.
Inderdaad, dat verdrag, zo plechtig en wettig, is, zonder enige inachtneming van de plicht der hoffelijkheid, zonder enige voorafgaande kennisgeving van het voornemen tot ontbinding er van, - iets wat toch een eis van het volkenrecht en een regel in de burgerlijke betrekkingen is -, door de willekeur van slechts één der partijen met schending der heiligheid van het gegeven woord verbroken.
En nu, wanneer we de bepalingen van de wet zelve beschouwen, wie ziet dan niet, dat door de uitvaardiging ervan de wezenlijke constitutie aan het wankelen wordt gebracht, welke Christus gegeven heeft aan de Kerk, die Hij door Zijn bloed heeft verworven? Immers, in die wet wordt met geen woord gerept van de paus, met geen woord gerept van de bisschoppen. Integendeel, heel het beheer, heel de verzorging van de openbare eredienst wordt opgedragen aan verenigingen van burgers, en deze zijn de enigen, die de republiek op heel het terrein van de godsdienst als begiftigd met burgerlijke rechtspersoonlijkheid erkent. En als onder die verenigingen zelf een of andere strijdvraag ontstaat, dan moet die niet door het oordeel der bisschoppen, niet door ons oordeel, maar alleen door dat van de Raad van State (Conseil d' État) worden beoordeeld en beslist.
Verder, wat men na het uitvaardigen van deze wet te denken heeft over de vrijheid der Kerk, eerbiedwaardige broeders, hebben we in de vermelde encycliek breedvoeriger uiteengezet. Om het hier echter bondiger te zeggen: van de ene kant worden de bisschoppen verhinderd, het christenvolk overeenkomstig de volledige aan hun ambt verbonden macht te besturen en van de andere kant wordt aan het christenvolk zijn heiligste recht ontnomen om zijn godsdienst, zoals het hoort, vrijelijk te belijden; de invloed der Kerk echter op de maatschappij wordt uit velerlei hoofde verzwakt of totaal belemmerd.
Deze schending van rechten en beknotting der vrijheid worden zeker nog aanmerkelijk verergerd door het feit, dat door één enkel wetsbevel, tegen het protest der gerechtigheid, tegen de aan verdragen verschuldigde trouw in, de Kerk beroofd wordt van haar wettig bezit. De republiek daarentegen ontslaat zich zelve van iedere verplichting om bij te dragen tot de jaarlijkse onkosten voor de godsdienst, hetgeen ze toch bij verdrag beloofd had te zullen doen als vergoeding der onrechtvaardige beroving van de Kerk van de kant van de staat.
Na u aldus overeenkomstig de ernst der zaak dit alles te hebben meegedeeld, spreken we in het bewustzijn van onze apostolische plicht om de hoogheilige rechten der Kerk met alle kracht te handhaven en te verdedigen, ook in uw doorluchtige vergadering plechtig ons vonnis uit over deze wet. Krachtens het hoogste gezag, dat we als plaatsbekleder van Christus hebben, veroordelen en verwerpen we haar als smadelijk voor de algoede, allerhoogste God; als strijdig met de goddelijke constitutie der Kerk; als bevorderlijk voor een schisma; als vijandig tegen ons gezag en dat der wettige herders; als roof van de goederen der Kerk; als in tegenstelling met het volkenrecht; als hatelijk voor ons en voor de Apostolische Stoel; als zeer nadelig voor de bisschoppen, de geestelijkheid en al de katholieken van Frankrijk. Tegelijk spreken we uit en verklaren we, dat die wet nooit en in geen enkel geval enige waarde zal hebben tegenover de onvergankelijke rechten der Kerk.
En nu staat ons hart open voor het katholieke Franse volk; we zijn bedroefd met zijn droefheid; we wenen met zijn tranen. Laat niemand denken, dat onze liefde voor de Fransen is verkoeld, omdat we zo bitter behandeld zijn. Met bezorgdheid denken we aan de religieuzen, die uit hun huizen en hun vaderland verdreven zijn. Met vaderlijke ongerustheid zien we naar de scharen van jongelieden, die een christelijke opvoeding missen. De bisschoppen, onze broeders, en heel de geestelijkheid, die leven in kwelling en in vrees voor nog erger dingen, dragen we in ons hart. De gelovigen, die onder het juk dezer wet gebukt gaan, betuigen we onze liefde, in één woord: allen omhelzen we met de innigste liefde van ons vaderhart. Geen vermetelheid of boosheid van wie ook zal ooit de schitterende verdiensten, die Frankrijk te allen tijde voor de heilige godsdienst heeft verworven, doen vergeten; ja er is hoop, dat ze, als de tijd gunstiger wordt, nog schitterender zullen worden.
Intussen sporen we onze geliefde kinderen ten krachtigste aan om zich door de beproevingen en moeilijkheden van de toestand niet te laten breken en ontmoedigen. Laten ze waken; laten ze stand houden in het geloof; laten ze als mannen handelen, de leuze van hun voorvaderen indachtig: „Christus bemint de Franken." De Apostolische Stoel zal hen altijd bijstaan; nooit zal hij de oudste dochter der Kerk een vergeefs beroep laten doen op zijn zorg en zijn liefde.

Document

Naam: GRAVISSIMUM APOSTOLICI MUNERIS
Tot het Consistorie
Soort: H. Paus Pius X - Toespraak
Auteur: H. Paus Pius X
Datum: 21 februari 1906
Copyrights: © 1955, Ecclesia Docens 0752 p. 55-59, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: F.A.J. van Nimwegen C.ss.R.
Bewerkt: 21 juni 2022

Referenties naar dit document

 
Geen dossiers gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam