• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

DE ARMEN HEB JE ALTIJD BIJ JE (MC 14, 7)
5de Werelddag van de Armen - Zondag 14 november 2021, 33ste zondag door het jaar

"De armen heb je altijd bij je" (Mc. 14, 7). Deze woorden sprak Jezus uit enkele dagen voor Pasen, tijdens een maaltijd in Bethanië, in het huis van een zekere Simon, die de melaatse genoemd werd. Zoals de evangelist ons vertelt, kwam er een vrouw binnen met een albasten flesje gevuld met zeer kostbare balsem dat ze over Jezus’ hoofd leeggoot. Dit gebaar veroorzaakte grote verbazing en gaf aanleiding tot twee verschillende interpretaties.

De eerste is de verontwaardiging van sommige aanwezigen, onder meer ook bij zijn leerlingen, die, gezien de waarde van de balsem – ongeveer driehonderd denariën, wat overeenkomt met het jaarloon van een arbeider – vonden dat het beter geweest was die te verkopen en de opbrengst ervan aan de armen te geven. Volgens het evangelie van Johannes is het Judas die dit standpunt inneemt: Waarom heeft men die balsem niet voor driehonderd denariën verkocht en het geld aan de armen gegeven? En de evangelist merkt op: "Dit zei hij niet omdat hij zo met de armen begaan was, maar omdat hij een dief was en zich, als beheerder van de kas, de inkomsten toe-eigende" (Joh. 12, 5-6). Het is geen toeval dat deze scherpe kritiek uit de mond van een verrader komt: het laat zien dat wie de armen niet respecteert, Jezus’ leer verraadt en niet zijn leerling kan zijn. In dit verband kunnen we ook denken aan de krachtige woorden van Origenes: "Judas bekommerde zich schijnbaar om de armen (...). Als in onze tijd sommigen de kas van de Kerk beheren en zich zoals Judas ten gunste van de armen uitspreken, maar vervolgens wegnemen wat erin wordt gestopt, dat zij dan delen in het lot van Judas." Origenes van Alexandrië, Commentaria in Mattheum. 11, 9

De tweede interpretatie geeft Jezus zelf en zij stelt ons in staat de diepere betekenis van het gebaar van de vrouw te begrijpen. Hij zegt: "Laat haar. Wat maken jullie het haar lastig? Ze heeft een goed werk gedaan aan Mij" (Mc. 14, 6). Jezus weet dat zijn dood nadert en ziet in haar gebaar een anticipatie van de zalving van zijn levenloze lichaam voordat het in het graf gelegd wordt. Deze benadering overstijgt het voorstellingsvermogen van zijn tafelgenoten. Jezus herinnert hen eraan dat Hijzelf de eerste arme is, de armste van de armen, omdat Hij hen allen vertegenwoordigt. En het is ook in naam van de arme, eenzame, gemarginaliseerde en gediscrimineerde mensen, dat de Zoon van God het gebaar van deze vrouw aanvaardt. Door haar vrouwelijke fijngevoeligheid laat zij zien dat zij als enige de gemoedstoestand van de Heer begrijpt. Deze anonieme vrouw, die misschien wel voorbestemd was om alle vrouwen te vertegenwoordigen die in de loop van de eeuwen geen stem zullen hebben en geweld zullen ondergaan, luidt de veelbetekenende aanwezigheid in van vrouwen die deelnemen aan de hoogtepunten van Christus’ leven: zijn kruisiging, zijn dood, zijn graflegging en zijn verschijning als de verrezen Heer. Vrouwen die zo vaak gediscrimineerd en uit verantwoordelijke posities geweerd worden, spelen juist in de evangelies een hoofdrol in de geschiedenis van de openbaring. En Jezus’ slotwoord waarmee Hij deze vrouw associeert met de grote evangelisatieopdracht, is veelbetekenend: "Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld de goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan" (Mc. 14, 9).

Deze sterke ‘empathie’ tussen Jezus en de vrouw, en de manier waarop Hij haar zalving interpreteert, in tegenstelling tot de choquerende visie van Judas en de anderen, kan leiden tot een vruchtbare reflectie over de onlosmakelijke band tussen Jezus, de arme mensen en de verkondiging van het Evangelie.

Het gelaat van God dat Hij openbaart, is inderdaad dat van een Vader die begaan is met de armen en dicht bij de armen staat. In alles leert Jezus dat armoede geen gevolg is van het noodlot, maar een concreet teken van zijn aanwezigheid onder ons. Wij vinden Hem niet waar en wanneer wij willen, maar herkennen Hem in het leven van arme mensen, in hun lijden en miserie, in de vaak onmenselijke omstandigheden waarin ze gedwongen worden te leven. Ik word nooit moe te herhalen dat arme mensen de ware verkondigers van het goede nieuws zijn omdat zij als eersten geëvangeliseerd en geroepen werden om te delen in de vreugde van de Heer en zijn koninkrijk. Vgl. Mt. 5, 3

Arme mensen, overal en altijd, evangeliseren ons, omdat zij ons in staat stellen altijd weer op een nieuwe manier het ware gelaat van de Vader te ontdekken. "Ze hebben ons veel te leren. Behalve dat zij deelnemen aan de sensus fidei, kennen zij de lijdende Christus door hun eigen lijden. Het is noodzakelijk dat wij allen ons door hen laten evangeliseren. De nieuwe evangelisatie is een uitnodiging om de verlossende kracht van hun bestaan te onderkennen en ze centraal te stellen op de weg van de Kerk. Wij worden geroepen om in hen Christus te ontdekken, hun zaak te bepleiten, maar ook om hun vrienden te zijn, hen te beluisteren, hen te begrijpen en om de mysterievolle wijsheid te ontvangen die God ons door hen wil meedelen. Ons engagement bestaat niet uitsluitend uit acties en programma’s voor ontwikkeling en hulpverlening: wat de Geest opwekt, is geen overdreven activisme, maar vooral aandacht voor de ander die Hij beschouwt als één met hem. Deze liefhebbende aandacht ligt aan de basis van een echte bekommernis voor zijn persoon, waarbij ik daadwerkelijk wil zoeken wat goed is voor hem." Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 198-199

Jezus kiest niet alleen de kant van de armen, Hij deelt ook hun lot. Dit is ook een belangrijke les voor zijn leerlingen van alle tijden. Dit is de betekenis van zijn opmerking: de armen heb je altijd bij je. Arme mensen zullen altijd bij ons zijn, maar dat mag ons niet onverschillig maken, maar moet ons juist oproepen tot een wederzijds delen van het leven waarin we onze verantwoordelijkheid niet op een ander kunnen afschuiven. Arme mensen zijn geen mensen ‘buiten’ onze gemeenschappen, maar broeders en zusters met wie wij hun lijden kunnen delen om zo hun moeilijkheden en marginalisering te verlichten, hun verloren waardigheid terug te geven en hun noodzakelijke maatschappelijke integratie te waarborgen. Anderzijds is het bekend dat liefdadigheid een gever en een ontvanger veronderstelt, terwijl wederzijds delen broederlijkheid voortbrengt. Aalmoezen geven is occasioneel, wederzijds delen daarentegen is blijvend. De eerste vorm van liefdadigheid kan de gever voldoening schenken en de ontvanger vernederen; de tweede vorm versterkt de solidariteit en schept de noodzakelijke voorwaarden om gerechtigheid tot stand te brengen. Kortom, wanneer gelovigen Jezus persoonlijk willen zien en Hem met hun handen willen aanraken, weten zij waar ze terecht kunnen: arme mensen zijn een sacrament van Christus, zij vertegenwoordigen zijn persoon en verwijzen naar Hem.

Wij hebben zoveel voorbeelden van heiligen die van het delen met arme mensen hun levensproject maakten. Ik denk onder meer aan pater Damiaan de Veuster, de heilige apostel van de melaatsen. Met grote edelmoedigheid gaf hij gehoor aan de oproep om naar het eiland Molokai te gaan – een getto dat alleen toegankelijk was voor melaatsen – om met hen te leven en te sterven. Hij stroopte zijn mouwen op en deed alles wat hij kon om het bestaan van deze arme, zieke en verstoten mensen die in de grootste ellende leefden, menswaardiger te maken. Hij werd zowel dokter als verpleger, zonder zich te bekommeren om de risico’s die hij liep, en bracht het licht van de liefde in deze ‘kolonie van de dood’, zoals het eiland toen genoemd werd. Hijzelf kreeg ook melaatsheid, een teken van zijn volledig delen in het lot van de broeders en zusters voor wie hij zijn leven had gegeven. Zijn getuigenis is erg actueel in onze tijd die lijdt onder de coronapandemie. De genade van God is zeker aan het werk in de harten van iedereen die zich discreet inzet voor de allerarmste mensen en op een concrete wijze hun leven deelt

Wij moeten dus van ganser harte ingaan op de uitnodiging van de Heer: "Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap" (Mc. 1, 15). Deze bekering bestaat allereerst erin ons hart te openen voor het erkennen van de vele vormen van armoede en het Rijk Gods zichtbaar te maken door een levenswijze die in overeenstemming is met het geloof dat we belijden. Vaak benaderen we arme mensen als een ‘categorie apart’, die een speciale dienst van liefdadigheid vereist. Maar Jezus volgen houdt in dat we deze manier van denken veranderen en de uitdaging aangaan van delen en wederzijdse betrokkenheid. Zijn leerlingen worden houdt in dat we ervoor kiezen om geen aardse schatten te verzamelen, omdat die broze en vergankelijke realiteit ons een vals gevoel van veiligheid geeft. Het vereist van ons de bereidheid om ons te bevrijden van alles wat ons tegenhoudt om waarachtig gelukkig en zalig te worden, om te herkennen wat blijvend is en door niemand of niets vernietigd kan worden. Vgl. Mt. 6, 19-20

Ook hier gaat Jezus’ onderricht tegen de stroom in, want het belooft wat alleen de ogen van het geloof met absolute zekerheid kunnen zien en ervaren. "Ieder die zijn huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of landerijen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoud daarvan krijgen en deelhebben aan het eeuwig leven" (Mt. 19, 29). Als we niet ervoor kiezen arm te worden aan vergankelijke rijkdom, wereldse macht en ijdelheid, zullen we nooit in staat zijn ons leven uit liefde te geven; we zullen een gefragmenteerd bestaan leiden, vol goede bedoelingen, maar we zullen niet in staat zijn de wereld te veranderen. Daarom moeten wij ons vastberaden openstellen voor de genade van Christus, die ons tot getuigen van zijn onbegrensde naastenliefde kan maken en onze aanwezigheid in de wereld zijn geloofwaardigheid kan teruggeven.

Het Evangelie van Christus roept ons op tot een bijzondere bezorgdheid voor de arme mensen en tot erkenning van de vele en buitensporige vormen van morele en sociale wanorde die altijd opnieuw nieuwe vormen van armoede voortbrengen. De opvatting dat arme mensen niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun toestand, maar dat zij ook nog eens een ondraaglijke last vormen voor een economisch systeem dat gericht is op de belangen van enkele bevoorrechte groepen, lijkt terrein te winnen. Een markt die ethische principes negeert of alleen maar een beperkte keuze eruit maakt, creëert onmenselijke omstandigheden voor mensen die zich toch al in een precaire situatie bevinden. We zien nu dat er altijd nieuwe valstrikken van armoede en uitsluiting gecreëerd worden door gewetenloze economische en financiële actoren zonder enig humanitair besef en zonder sociale verantwoordelijkheid.

Vorig jaar kwam daar nog een andere plaag bij, die het aantal arme mensen nog verder deed toenemen: de coronapandemie, die miljoenen mensen blijft treffen en die, zelfs als ze geen lijden en dood veroorzaakt, toch een voorbode van armoede is. Het aantal arme mensen is onevenredig toegenomen en zal dat de komende maanden tragisch genoeg nog blijven doen. Sommige landen ondervinden zeer ernstige gevolgen van de pandemie, waardoor de meest kwetsbaren zelfs van de meest elementaire levensbehoeften verstoken blijven. De lange wachtrijen voor de voedselbanken zijn een zichtbaar teken van die verslechtering. Er is duidelijk nood aan het vinden van de meest passende oplossingen om het virus wereldwijd te bestrijden zonder partijbelangen voorop te stellen. Het is erg dringend om concreet iets te doen aan de werkloosheid die vele vaders, moeders en jongeren zwaar treft. Maatschappelijke solidariteit en de vrijgevigheid waartoe godzijdank, vele mensen in staat zijn, gecombineerd met de langetermijnprojecten ter bevordering van de menselijke waardigheid, zijn in dit opzicht nu en in de toekomst heel waardevol.

Niettemin blijft er nog een vraag die geenszins voor de hand ligt. Hoe kunnen we een concreet antwoord geven aan de miljoenen arme mensen die vaak slechts met onverschilligheid of zelfs afkeer bejegend worden? Welke weg van gerechtigheid moeten we volgen om de maatschappelijke ongelijkheden te overwinnen en de menselijke waardigheid die zo vaak geschonden wordt, te herstellen? Ik-gerichte levenswijzen zijn medeplichtig aan armoede en leggen vaak alle verantwoordelijkheid voor de armzalige levensomstandigheden bij de arme mensen zelf. Maar armoede is geen lotsbestemming, maar een gevolg van egoïsme. Daarom is het van cruciaal belang ontwikkelingsprocessen op gang te brengen waarin de capaciteiten van allen gewaardeerd worden, zodat de complementariteit van de vaardigheden en de diversiteit van de rollen kunnen leiden tot de rijkdom van wederzijdse betrokkenheid. Er zijn veel vormen van armoede bij ‘rijke mensen’ die door de rijkdom van de ‘arme mensen’ verlicht zouden kunnen worden, als ze elkaar maar zouden kunnen ontmoeten en leren kennen! Niemand is zo arm dat hij of zij niets van zichzelf kan geven in een onderlinge uitwisseling. Arme mensen kunnen niet alleen diegenen zijn die ontvangen; zij moeten in een positie worden gebracht om te geven, omdat zij goed weten hoe zij met vrijgevigheid kunnen antwoorden. Hoeveel voorbeelden van delen komen niet in ons op! Arme mensen leren ons vaak solidair te zijn en te delen. Weliswaar hebben zij soms iets te kort, ontbreekt het hen vaak aan veel, soms zelfs aan het allernoodzakelijkste, maar hun ontbreekt niet alles, want zij behouden de waardigheid van Gods kinderen die niets en niemand hen kan afnemen.

Daarom is een andere aanpak van armoede nodig. Dit is een uitdaging die regeringen en wereldinstellingen moeten aangaan met een toekomstgericht maatschappelijk model, dat in staat is het hoofd te bieden aan nieuwe vormen van armoede die de wereld vandaag overspoelen en die de komende decennia verregaande gevolgen zullen hebben. Als arme mensen gemarginaliseerd worden, alsof hun toestand aan henzelf te wijten is, komt het concept zelf van de democratie in gevaar en zal elk maatschappelijk beleid gedoemd zijn te mislukken. Met grote nederigheid moeten wij bekennen dat wij ten opzichte van arme mensen vaak tekortschieten. We spreken over hen in abstracte termen, we beperken ons tot statistieken en we denken dat we de harten van mensen door een paar documentaires kunnen beroeren. Armoede daarentegen zou moeten leiden tot een creatieve benadering die effectief een grotere vrijheid mogelijk maakt om een leven te leiden dat in overeenstemming is met de eigen capaciteiten. Een illusie waarvoor we moeten oppassen, is te denken dat vrijheid ontstaat en groeit door het bezit van geld. Het dienen van arme mensen zet ons daadwerkelijk aan tot actie en maakt het mogelijk de meest geschikte wegen te vinden om dat deel van de mensheid, dat maar al te vaak anoniem en stemloos is, maar waarin het gelaat is ingeprent van de Verlosser die om onze hulp vraagt, te verheffen en te bevorderen.

"De armen heb je altijd bij je" (Mc. 14, 7). Dit is een oproep om de gelegenheid om het goede te doen nooit uit het oog te verliezen. Op de achtergrond kunnen we een glimp opvangen van het oude Bijbelse gebod: "Is (...), een van uw broeders tot armoede vervallen, dan moet u niet hard zijn voor uw arme broeder en uw beurs niet voor hem dichthouden. U moet die integendeel wijd openen en hem alles lenen wat hij tekortkomt. (...) Geef met milde hand en met een blij gemoed. Als u dat doet, zal op al het werk dat u onderneemt de zegen rusten van de Heer uw God. Armen zullen er altijd blijven in het land; juist daarom gebied ik u: open uw beurs wijd voor uw behoeftige en arme landgenoot" (Deut. 15, 7-8.10-11). In dezelfde geest spoorde de apostel Paulus de christenen van zijn gemeenschappen aan om de armen van de eerste gemeenschap van Jeruzalem te helpen en dit te doen "zonder tegenzin en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever" (2 Kor. 9, 7). Het gaat er niet om ons geweten te sussen door aalmoezen te geven, maar om ons te verzetten tegen de cultuur van onverschilligheid en onrechtvaardigheid die wij ten opzichte van arme mensen in stand houden.

In dit verband doen we er goed aan ons de woorden van de Heilige Johannes Chrysostomus te herinneren: "Zij die vrijgevig zijn, moeten arme mensen niet vragen hun levenswijze te verantwoorden, maar moeten alleen hun armzalige toestand verbeteren en hun nood lenigen. Arme mensen hebben maar één verdediging: hun armoede en de noodtoestand waarin ze zich bevinden. Vraag niets anders van hen. Zelfs als zij de slechtste mensen ter wereld zijn, als het hun aan het nodige voedsel ontbreekt, laten wij hen dan van de honger bevrijden. (...) Barmhartige mensen zijn als een haven voor hen die in nood verkeren: de haven verwelkomt alle schipbreukelingen zonder onderscheid en redt hen uit het gevaar; of zij nu boosdoeners, goede mensen of wat dan ook zijn, de inham van de haven biedt hen beschutting. Als ook jij aan land mensen ziet, die door armoede schipbreuk geleden hebben, veroordeel hen niet, vraag geen rekenschap van hun gedrag, maar verlos hen van hun ongeluk." H. Johannes Chrysostomos, Reflectie over de arme Lazarus, De Lazaro Concio. II, 5

Het is van cruciaal belang dat wij ons meer bewust worden van de behoeften van de armen, die net als hun levensomstandigheden, voortdurend veranderen. Vandaag zijn de mensen in de economisch meer ontwikkelde delen van de wereld minder dan vroeger geneigd om armoede te bestrijden. De toestand van relatieve welvaart waaraan mensen gewoon zijn geraakt, maakt het moeilijker offers en ontberingen te aanvaarden. Mensen zijn bereid alles te doen om niet te verliezen wat ze gemakkelijk verworven hebben. Als gevolg daarvan vervallen zij in vormen van wrok, krampachtige nervositeit en eisen die leiden tot angst, ontreddering en, in sommige gevallen, tot geweld. Dit is geen basis om de toekomst op te bouwen; en toch zijn ook dit vormen van armoede die we niet kunnen negeren. Wij moeten openstaan voor de tekenen van de tijd die ons uitdagen om in de huidige wereld evangeliserend aanwezig te zijn. Het onmiddellijk lenigen van de noden van arme mensen, mag ons niet ervan weerhouden om met een vooruitziende blik nieuwe wegen van christelijke liefde en naastenliefde te realiseren, als antwoord op de nieuwe vormen van armoede die de mensheid vandaag ervaart.

Ik hoop dat de Werelddag van de Armen, die dit jaar aan zijn vijfde editie toe is, in onze lokale kerken meer en meer weerklank zal vinden en mag uitgroeien tot een evangelisatiebeweging die arme mensen in de eerste plaats ontmoet waar zij zich bevinden. We kunnen niet wachten tot de arme mensen bij ons aankloppen; we moeten ze dringend opzoeken in hun huizen, in ziekenhuizen en woonzorgcentra, op straat en in de donkere hoeken waar zij zich soms schuilhouden, in opvangtehuizen en onthaalcentra ... Het is belangrijk te begrijpen hoe zij zich voelen, wat zij meemaken en wat hun vurigste wensen zijn. Laten we ons het hartstochtelijke pleidooi van pater Primo Mazzolari eigen maken: "Ik smeek u mij niet te vragen of er arme mensen zijn, wie het zijn en hoeveel het er zijn, want ik vrees dat dergelijke vragen een afleidingsmanoeuvre zijn of een voorwendsel om een duidelijk beroep op ons geweten en ons hart uit de weg te gaan. (...) Ik heb de arme mensen nooit geteld, omdat ze niet geteld kunnen worden: arme mensen moeten omhelsd worden, niet geteld .."Don Primo Mazzolari, Adesso (15 apr 1949). nr. 7 De arme mensen zijn aanwezig in ons midden. Hoe evangelisch zou het zijn als wij in alle waarheid zouden kunnen zeggen: ook wij zijn arm, want alleen zo kunnen wij hen werkelijk erkennen, hen wezenlijk deel laten uitmaken van ons leven en tot een instrument van onze verlossing maken.

Rome, bij Sint-Jan van Lateranen, 13 juni 2021, gedachtenis van Sint-Antonius van Padua

Franciscus

Document

Naam: DE ARMEN HEB JE ALTIJD BIJ JE (MC 14, 7)
5de Werelddag van de Armen - Zondag 14 november 2021, 33ste zondag door het jaar
Soort: Paus Franciscus - Boodschap
Auteur: Paus Franciscus
Datum: 13 juni 2021
Copyrights: © 2021, Libreria editrice Vaticana / kerknet.be / Belgische Bisschoppenconferentie
Vert.: : IPID – Persdienst van de Bisschoppenconferentie van België
Bewerkt: 28 december 2021

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test