Paus Franciscus - 4 augustus 2019
Meer dan een beslissing van onze kant is roeping een antwoord op een onverdiende oproep van de Heer. We doen er goed aan om altijd opnieuw terug te keren naar die evangeliepassages waar we zien dat Jezus bidt en zijn leerlingen kiest en roept “met de bedoeling dat ze Hem zouden vergezellen en uitgezonden zouden worden om te verkondigen” (Mc. 3, 14).
Ik zou hierbij willen herinneren aan een groot voorbeeld van priesterlijk leven uit mijn vaderland, pater Lucio Gera. In een voor Latijns-Amerika heel woelige periode sprak hij tot de priesters als volgt: “Altijd, maar vooral in tijden van beproeving, moeten we terugkeren naar die verhelderende momenten waarop we de oproep van de Heer om heel ons leven in zijn dienst te stellen, ervaren hebben”. Zelf noem ik dit graag “de deuteronomische herinnering aan onze roeping” die me in staat stelt terug te keren naar “dat vurige moment waarop ik bij het begin van mijn tocht door Gods genade geraakt werd. Aan die vonk kan ik het vuur voor vandaag en alle volgende dagen aansteken en warmte en licht naar mijn broeders en zusters brengen. Vanuit die vonk ontbrandt een nederige vreugde, een vreugde die sterker is dan pijn en wanhoop, een vreugde mild en sereen.”. Paus Franciscus, Homilie, Tijdens de Paaswake 2014 - Sint Pieterbasiliek, Op weg naar het Galilea van ons leven! (19 apr 2014)
Op een dag heeft ieder van ons “ja” gezegd. Dit jawoord ontkiemde en groeide in het hart van een christelijke gemeenschap dankzij de heiligen “naast onze deur” Paus Franciscus, Apostolische Exhortatie, Verheugt u en jubelt - Over de roeping tot heiligheid in deze wereld, Gaudete et Exsultate (19 mrt 2018), 7 die ons door hun eenvoudige geloof lieten zien dat het de moeite waard was om ons volledig aan de Heer en zijn Koninkrijk te geven. Een “ja” waarvan de reikwijdte zo ver gaat dat we ons vaak moeilijk kunnen voorstellen wat voor goeds het altijd weer opnieuw voortbrengt. Hoe mooi is het wanneer de kleintjes van toen, nu als volwassenen, een priester op leeftijd aanspreken en komen bezoeken. Lang geleden doopte hij hen, nu komen ze hem dankbaar hun gezin voorstellen! Dan beseffen we dat we gezalfd zijn om anderen te zalven en dat Gods zalving nooit teleurstelt. Dit doet mij net zoals de Apostel schrijven: “Daarom zeg ik onophoudelijk dank en gedenk ik u steeds in mijn gebeden” (Ef. 1, 16). Ik blijf dankbaar voor al het goede dat u gedaan hebt.
Bij beproevingen, als we broos en kwetsbaar zijn en op onze grenzen stoten, is de ergste verleiding wanhopig te blijven piekeren Vgl. Jorge Mario Kardinaal Bergoglio, S.J., Las cartas de la tribulación (1 jan 2019). n (Herder, 2019), 21 want dan verliezen we ons perspectief, ons gezond oordeel en onze levensmoed. Dan is het niet alleen belangrijk – ik zou zelfs zeggen van cruciaal belang – om de dankbare herinnering te koesteren aan de aanwezigheid van de Heer in ons leven en aan zijn liefdevolle blik die ons geïnspireerd heeft om ons leven voor Hem en voor zijn volk op het spel te zetten. Maar ook dienen we de moed op te brengen om daarin te volharden en om samen met de psalmist ons eigen loflied aan te heffen, want “eeuwig is zijn genade” (Ps. 135).
Dankbaarheid is altijd een “krachtig wapen”. Alleen als we in staat zijn om na te denken en echte dankbaarheid te voelen voor al die momenten waarop we Gods liefde, vrijgevigheid, solidariteit en vertrouwen, maar ook zijn vergeving, geduld, verdraagzaamheid en medeleven ervaren hebben, zullen we de Geest ons die verkwikking laten geven die ons leven en onze zending kan vernieuwen (en niet alleen oplappen). Moge de erkenning van al het goede dat we ontvingen in ons het vermogen tot verwondering en dankbaarheid opwekken die ons net zoals Petrus op de ochtend van de “wonderbaarlijke visvangst”, doet zeggen: “Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens” (Lc. 5, 8). En laten we nogmaals luisteren naar de stem van de Heer: “Wees niet bang. Voortaan zal je mensen vangen” (Lc. 5, 10), want “eeuwig is zijn genade” (Ps. 135).
Beste broeders, ik dank u voor uw trouw aan de opgenomen engagementen. Het is veelzeggend dat in een samenleving en cultuur die “het oppervlakkige” verheerlijkt, er nog altijd mensen zijn die niet bang zijn om levenslange engagementen op zich te nemen. In feite laten we zien dat we blijven geloven in God die zijn verbond nooit verbroken heeft, ook niet als wij het ontelbare keren wel geschonden hebben. Wij worden uitgenodigd om Gods trouw te vieren. Ondanks onze tekortkomingen en zonden blijft Hij ons vertrouwen, in ons geloven en op ons rekenen en roept Hij ons op om hetzelfde te doen. In het besef dat we een schat in aarden potten dragen Vgl. 2 Kor. 4, 7 , weten we dat de Heer in zwakheid zegeviert. Vgl. 2 Kor. 12, 9 Hij blijft ons steunen, zijn roeping vernieuwen en ons honderdvoudig met zijn gaven overladen Vgl. Mc. 10, 29-30 , want “eeuwig is zijn genade”.
Dank u voor de vreugde waarmee u uw leven hebt weten te geven. U laat ons uw hart zien, dat in de loop der jaren geworsteld en gestreden heeft om niet bekrompen of verbitterd te raken. Integendeel, uw hart is elke dag door de liefde van God en van zijn volk ruimer geworden en het is net als goede wijn niet verzuurd, maar met de jaren beter geworden, want “eeuwig is zijn genade”.
Dank u dat u uw best doet om de broederlijkheid en vriendschap onder elkaar en met uw bisschop te versterken door elkaar te steunen, te zorgen voor zieken, welwillend om te zien naar wie zich isoleerde, ouderen te waarderen en uit hun wijsheid te putten, goederen te delen, samen vreugde en verdriet te beleven. Wat hebben we dat nodig! Maar ook bedankt voor uw trouw en doorzettingsvermogen bij het op uw schouders nemen van een moeilijke opdracht of het tot de orde roepen van een medebroeder, want “eeuwig is zijn genade”.
Dank voor uw pastorale getuigenis van volharding en “geduld” (hypomoné). Dat brengt ons vaak ertoe om gedreven door de vrijmoedigheid van een herder Vgl. Paus Franciscus, Toespraak, Tot de priesters van het bisdom Rome (6 mrt 2014) in gebed met de Heer te strijden, zoals Mozes dat deed in zijn moedige en gedurfde voorbede voor het volk Vgl. Num. 14, 13-19 Vgl. Ex. 32, 30-32 Vgl. Dt. 9, 18-21 , want “eeuwig is zijn genade”.
Dank voor het dagelijkse vieren van de Eucharistie en voor uw herderlijke barmhartigheid in het sacrament van de verzoening waarin u zonder overdreven strengheid of toegeeflijkheid, zorg draagt voor mensen en hen begeleidt op de weg van bekering naar het nieuwe leven dat de Heer ons allen aanbiedt. We weten dat we op de ladder van de barmhartigheid kunnen afdalen tot de diepten des levens – met inbegrip van zwakheid en zonde – en tegelijkertijd kunnen opstijgen tot het hoogtepunt van de goddelijke volmaaktheid: “Wees barmhartig […] zoals uw Vader barmhartig is”. Paus Franciscus, Toespraak, Basiliek Sint-Jan van Lateranen, Eerste meditatie, Geestelijke retraite ter gelegenheid van het Jubileumjaar van de Priesters (2 juni 2016) Zo zijn we in staat om “de harten van mensen te verwarmen, hen ’s nachts te vergezellen, met hen te spreken en zelfs hun nacht en duisternis binnen te gaan, zonder onze weg te verliezen” Paus Franciscus, Interview, Interview Spadaro met Paus Franciscus (19 sept 2013). ‘‘La Civiltà Cattolica’’, nr. 3918 (19 september 2013), p. 462, want “eeuwig is zijn genade”.
Dank u om te zalven en om allen enthousiast “te pas en te onpas” Vgl. 2 Tim. 4, 2 het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen. Dank dat u het hart van uw respectieve gemeenschappen probeert te kennen «om te weten waar het verlangen naar God leeft en brandt en ook waar deze liefdevolle dialoog verstikt werd en geen vruchten heeft kunnen dragen» Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 137, want «eeuwig is zijn genade».
Dank u voor alle keren dat u ten diepste ontroerd gekwetste mensen omarmde, hun wonden genas door warme hartelijkheid en door tederheid en medeleven te tonen, zoals de barmhartige Samaritaan in de parabel. Vgl. Lc. 10, 25-37 Niets is meer nodig dan nabijheid, er zijn, naaste worden van de lijdende mens van vlees en bloed. Hoe hartverwarmend is het voorbeeld van een priester die zijn broeders en zusters nabijkomt en niet van hun wonden wegvlucht! Vgl. Paus Franciscus, Toespraak, Tot de priesters van het bisdom Rome (6 mrt 2014) Dit weerspiegelt het hart van een herder die een spiritueel verlangen om dicht bij het leven van mensen te staan, ontwikkeld heeft. Paus Franciscus, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verkondiging van het Evangelie in de wereld van vandaag - Naar aanleiding van de Bisschoppensynode 2012 over de nieuwe evangelisatie, Evangelii Gaudium (24 nov 2013), 268] Hij vergeet niet dat hij uit dit volk afkomstig is en dat alleen in hun dienst hij zijn meest authentieke en volledige identiteit zal vinden en ontwikkelen, die hem in staat zal stellen een sobere en eenvoudige levensstijl aan te nemen, zonder voorrechten die indruisen tegen de evangelische voorkeuren te aanvaarden, want “eeuwig is zijn genade”.
Laten we ten slotte dankbaar zijn voor de heiligheid van het gelovige volk van God. Door hen maakt de Heer ons tot herders en schenkt hij ons de mogelijkheid om heiligheid te aanschouwen “bij ouders die hun kinderen met zoveel liefde opvoeden, bij mannen en vrouwen die hard werken voor het levensonderhoud van hun gezin, bij zieken en oudere religieuzen die blijven glimlachen. In hun dagelijkse volharding zie ik de heiligheid van de strijdende Kerk”. Paus Franciscus, Apostolische Exhortatie, Verheugt u en jubelt - Over de roeping tot heiligheid in deze wereld, Gaudete et Exsultate (19 mrt 2018), 7 Laten we dankbaar zijn voor elk van hen en moge hun getuigenis ons sterken en bemoedigen, want “eeuwig is zijn genade”.