• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De intellectuele vorming van de toekomstige priesters wordt vooral gefundeerd en opgebouwd door de studie van de sacra doctrina, de theologie. De waarde en de authenticiteit van de theologische vorming hangen af van de nauwgezette eerbiediging van de eigen natuur van de theologie, die de Synodevaders als volgt samengevat hebben: "De ware theologie komt voort uit het geloof en wil tot het geloof voeren". Bisschoppensynodes, Propositiones t.b.v. de 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters, 26 Dat is de opvatting die de Kerk speciaal haar leergezag aanhoudend voorgehouden hebben. Dat is de lijn welke gevolgd is door de grote theologen die in de loop der eeuwen de gedachte van de katholieke Kerk verrijkt hebben. De heilige Thomas van Aquino verklaart uitdrukkelijk dat het geloof als het ware de habitus van de theologie is ofwel het blijvende beginsel van de beoefening van de theologie H. Thomas van Aquino, In Lib. Boethii de Trinitate. V, 4 ad 8: "Fides, quae est quasi habitus theologiae" en dat heel de theologie gericht is op het voeden van het geloof. Vgl. H. Thomas van Aquino, In libros Sententiarum. Prolog., q. l, a. 1-5

De theologie is dus voor alles een gelovige, een mens van geloof, maar een gelovige die zijn geloof bestudeerd (fides quaerens intellectium) om tot een dieper begrip ervan te komen. De twee aspecten, het geloof en het rijpe nadenken, zijn nauw verbonden en verweven. Juist hun innige samenhang en hun wederzijdse doordringing beslissen over de ware aard van de theologie en bijgevolg over de inhoud, de wijze en de geest volgens welke de sacra doctrina uitgewerkt en bestudeerd moet worden.

Aangezien het geloof, dat vertrek- en aankomstpunt is van de theologie, ook een persoonlijke betrekking van de gelovige met Jezus Christus in de Kerk bewerkt, heeft ook de theologie intrinsieke christologische en kerkelijke kenmerken, welke door de kandidaat voor het priesterschap bewust opgenomen moeten worden, niet alleen omwille van de implicaties welke zijn persoonlijk leven betreffen, maar ook omwille van de implicaties welke zijn pastoraal dienstwerk aangaan. Als het geloof het aannemen van het woord Gods is, mondt het uit in een radicaal "ja" van de gelovige aan Jezus Christus, het volgende en definitieve Woord van God aan de wereld Vgl. Hebr. 1, 1. vv . De theologische reflectie heeft bijgevolg haar centrum in het aanhangen van Jezus Christus, Gods Wijsheid. De rijpe reflectie moet een deelneming aan de "gedachte" van ChristusVgl. 1 Kor. 2, 11 genoemd worden in de menselijke vorm van wetenschap (scientia fidei). Het geloof neemt de gelovige in de Kerk op en maakt hem deelachtig aan het leven van de Kerk als geloofsgemeenschap. De theologie heeft bijgevolg een kerkelijke dementie, want zij is een rijpe overweging van het geloof van de Kerk door de theoloog die lid van de Kerk is. Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van de Theoloog, Donum Veritatis (24 mei 1990), 11

Deze christologische en kerkelijke perspectieven, die de theologie van nature heeft, helpen de kandidaten voor het priesterschap om samen met de wetenschappelijke gestrengheid een grote en levendige liefde voor Jezus Christus en zijn Kerk te ontwikkelen. Deze liefde voedt hun geestelijk leven en richt hen op de edelmoedige vervulling van hun ambt. dit was uiteindelijk de bedoeling van het Tweede Vaticaans Concilie, dat een herziening van de kerkelijke studies heeft gevraagd, met een betere harmonisatie van de verschillende filosofische en theologische vakken, welke er eendrachtig toe moeten bijdragen "om de geest van de studenten steeds meer te openen voor het mysterie van Christus, dat de gehele geschiedenis van de mensheid raakt, terecht zijn invloed op de Kerk uitoefent en allereerst werkzaam is door het priesterlijk dienstwerk". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965), 14

Theologische intellectuele vorming en geestelijk leven, vooral het gebedsleven, ontmoeten en verstreken elkaar, zonder ook maar iets af te doen noch aan de ernst van het wetenschappelijk onderzoek noch aan de geestelijk smaak voor het gebed. De heilige Bonaventura vermaant ons: "Niemand moet menen dat voor hem de lezing volstaat zinder zalving, de beschouwing zonder vroomheid, het onderzoek zonder verwondering, de waarneming zonder jubel, de activiteit zonder godsvrucht, de wetenschap zonder liefde, de intelligentie zonder nederigheid, de studie zonder de goddelijke genade, de bespiegeling zonder de wijsheid van de goddelijke inspiratie". H. Bonaventura, De weg van de geest naar God, Itinerarium Mentis in Deum. Prol., 4: Opera Omnia, Tomus V, Ad Aquas Claras 1891, 296

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
Ik zal u herders geven - N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 1 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test