• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Kerk heeft de problemen van het leven, het ambt en de vorming van de priesters meermalen behandeld, in samenhang met de teksten van het Tweede Vaticaans Concilie over de priesterstand en –opleiding Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 28 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965) Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de priesteropleiding, Optatam Totius Ecclesiae (28 okt 1965) en met de bedoeling de rijke en gezagvolle leer daarvan concreet toe te passen op de verschillende situaties.

De bisschoppensynoden zijn daarvoor de meest bijzondere gelegenheden geweest. Vanaf de eerste algemene vergadering in oktober 1967 heeft de synode vijf algemene bijeenkomsten gewijd aan het thema van de vernieuwing van de seminaries. Dat werk heeft op beslissende wijze de uitwerking gestimuleerd van het document van de Congregatie voor de Katholieke Opvoeding “Fundamentele normen voor de priestervorming”. Vgl. Congregatie Katholieke Vorming (seminaries en universiteiten), Fundamentele normen voor de priestervorming, Ratio fundamentalis institutionis sacerdotalis - Editio typica (6 jan 1970)

Vooral de tweede gewone algemene vergadering van 1971 heeft de helft van haar werkzaamheden besteed aan het gewijde priesterschap. De vruchten van deze lange synodale bespreking, die hernomen en samengevat zijn in enige “aanbevelingen”, welke aan mijn voorganger Paus Paulus VI zijn voorgelegd en voorgelezen zijn bij de opening synode van 1974, betroffen voornamelijk de leer over het gewijde priesterschap en enige aspecten van de priesterlijke spiritualiteit en bediening.

Ook bij vele andere gelegenheden is het leergezag van de Kerk blijven getuigen van zijn zorg voor het leven en het dienstwerk van de priesters. Men kan zeggen dat er in de jaren na het Concilie geen interventie van het leergezag is geweest welke niet in zekere mate, expliciet of impliciet, betrekking hadden op de zin van de aanwezigheid van de priesters in de gemeenschap, op hun rol en op hun noodzakelijkheid voor de Kerk en voor het leven van de wereld.

De laatste jaren is van verschillende kanten opgemerkt dat het nodig is terug te komen op het onderwerp van het priesterschap en het te behandelen vanuit een relatief nieuw gezichtspunt dat meer aangepast is aan de huidige situatie van Kerk en cultuur. De aandacht heeft zich verplaatst van het probleem van de identiteit van de priester naar de problemen die verband houdt met de vorming van de priester en met de kwaliteit van het priesterleven. De nieuwe generatie van hen die tot het priesterschap geroepen worden vertoont in feite kenmerken welke aanzienlijk verschillen van die van hun onmiddellijke voorgangers; zij leeft in een wereld die in vele opzichten nieuw is en zich voortdurend en snel ontwikkelt. Met dat alles moet wel rekening gehouden worden in de programmering en de realisering van de opvoeding tot het gewijde priesterschap.

Verder lijken de priesters die al kortere of langere tijd hun bediening uitoefenen, nu te lijden onder een buitensporige verstrooiing in de steeds toenemende pastorale activiteiten Zij voelen zich tegenover de moeilijkheden van de hedendaagse maatschappij en cultuur gedwongen om hun levensstijl en de prioriteiten van hun pastorale taken opnieuw te overdenken, terwijl zij steeds meer de noodzaak voelen van een blijvende vorming.

Welnu, de zorgen en de overwegingen van de bisschoppensynode van 1990 waren gewijd aan de vermeerdering van de priesterroepingen, aan de vorming van de kandidaten opdat zij Jezus kennen en volgen en zich voorbereiden op een leven in het sacrament van de wijding dat hen gelijkvorming maakt aan Christus, het Hoofd en de Herder, de Dienaar en de Bruidegom van de Kerk, aan het uitstippelen van wegen voor een blijvende vorming die op realistische en doelmatige wijze het dienstwerk en het geestelijke leven van de priesters kunnen ondersteunen.

Deze synode heeft ook willen antwoorden op een verzoek van de voorafgaande synode over de roeping en de zending van de leken in de Kerk en in de wereld. De leken zelf hebben gevraagd om de inzet van de priesters voor de vorming teneinde op passende wijze geholpen te worden in de vervulling van de gezamenlijke kerkelijke zending. Inderdaad “hoe meer het apostolaat van de leken zich ontwikkelt, des te sterker voelt men de behoefte aan goed gevormde priesters, aan heilige priesters. Zo manifesteert het leven zelf van het volk Gods de leer van het Tweede Vaticaans Concilie over de verhouding tussen het algemeen priesterschap en het ambtelijk of hiërarchisch priesterschap. In het mysterie van de Kerk heeft de hiërarchie het karakter van een dienst Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 10. Hoe meer men de zin van de eigen roeping van de leken verdiept, des te meer verduidelijkt men wat eigen is aan het priesterschap”. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Slottoespraak 8e Bisschoppensynode over de vorming van priesters (27 okt 1990), 3

Document

Naam: PASTORES DABO VOBIS
Ik zal u herders geven - N.a.v. de Bisschoppensynode over de priesteropleidingen
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Postsynodale Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 25 maart 1992
Copyrights: © 1992, Stg. R.K. Voorlichting, Oegstgeest
Bewerkt: 1 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test