De eucharistische samenkomst is de bron en het paradigma van de spiritualiteit van de communio. Daarin komen de specifieke elementen van het christelijke leven tot uiting die bestemd zijn om de affectus synodalis vorm te geven.
De aanroeping van de Drie-eenheid. De eucharistische samenkomst begint met het aanroepen van de Allerheiligste Drie-eenheid. Door de Vader samengeroepen om Eucharistie te vieren wordt de Kerk, met de uitstorting van de Heilige Geest, het levende sacrament van Christus: "Want waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden". Vgl. Mt. 18, 19 De eenheid van de Allerheiligste Drie-eenheid in de gemeenschap van de drie goddelijke Personen manifesteert zich in de christelijke gemeenschap die geroepen is om "de eenheid in waarheid en liefde" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24 te beleven, door de uitoefening van de respectieve gaven en charisma's die van de Heilige Geest werden ontvangen met het oog op het algemeen welzijn.
Verzoening. De eucharistische samenkomst bevordert de gemeenschap door middel van de verzoening met God en met de mensen. De confessio peccati viert de barmhartige liefde van de Vader en drukt de wil uit om niet de weg van de verdeeldheid te volgen die door de zonde wordt veroorzaakt, maar die van de eenheid: "Dus als je je offergave naar het altaar brengt, en je herinnert je daar dat je broeder iets tegen je heeft, laat dan je offergave daar voor het altaar achter, en ga je eerst verzoenen met je broeder, en kom dan terug om je offergave te brengen" (Mt. 5, 23-24). Synodale gebeurtenissen impliceren de erkenning van de eigen zwakheden en het wederzijdse verzoek om vergeving. De verzoening is de weg om de nieuwe evangelisatie te beleven.
Luisteren naar het Woord van God. In de eucharistische samenkomst wordt het Woord beluisterd om de boodschap te ontvangen en er de weg mee te verlichten. Men leert luisteren naar de stem van God door te mediteren over de Schrift en in het bijzonder over het Evangelie, door de viering van de sacramenten en vóór alles de eucharistie en door de mensen, in het bijzonder de armen, te verwelkomen. Degene die pastoraal werk verricht en geroepen is om het brood van het Woord samen met het eucharistische brood te breken, moet het leven van de gemeenschap kennen om Gods boodschap over te brengen in het hier en nu van haar leven. De dialogische structuur van de eucharistische liturgie is het paradigma van de gemeenschappelijke onderscheiding: alvorens naar elkaar te luisteren, moeten de leerlingen luisteren naar het Woord.
Communie. De Eucharistie "schept gemeenschap en koestert gemeenschap" met God en met de mensen. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Kerk leeft van de Eucharistie, Ecclesia de Eucharistia (17 apr 2003), 40 De communio, die haar oorsprong vindt in Christus en wordt bemiddeld door de Heilige Geest, wordt gedeeld door mannen en vrouwen die, met dezelfde waardigheid als gedoopten. van de Vader verschillende roepingen ontvangen en deze verantwoordelijk uitoefenen - met als bron het doopsel, het vormsel, de heilige wijding en specifieke gaven van de Heilige Geest - om samen met de menigte van de ledematen één lichaam te vormen. De rijke en vrije convergentie van deze pluraliteit in de eenheid is wat wordt geactiveerd in synodale gebeurtenissen.
De zending. Ite, missa est. De communio die door de Eucharistie tot stand is gekomen, zet ons aan tot zending. Wie deelneemt aan het Lichaam van Christus is geroepen om de vreugdevolle ervaring met iedereen te delen. Elke synodale gebeurtenis stimuleert de Kerk om het kamp te verlaten Vgl. Heb. 13, 13 om Christus te brengen aan de mensen die hun redding verhopen. De heilige Augustinus bevestigt dat we "één van hart en één van ziel moeten zijn op de weg naar God". H. Augustinus, Regula ad servos Dei. I, 3, PL 32, 1378 De eenheid van de gemeenschap is niet waarachtig zonder dit innerlijke telos die haar leidt op de weg van de tijd naar het eschatologische doel, "opdat God zij alles in alles". Vgl. 1 Kor. 15, 28 We moeten ons altijd laten bevragen door de vraag: hoe kunnen we werkelijk een synodale Kerk zijn als we niet "bij de uitgang" leven, gericht op eenieder, om samen naar God toe te gaan? H. Augustinus, Regel voor gemeenschapsleven, Praeceptum (1 jan 397). I, 3