• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De zin van het woord "Katholiek"

Woorden die veelvuldig gebruikt worden verliezen vaak een deel van haar kracht en haar wonderbaarlijke betekenis. Wij gebruiken het woord katholiek zo gemakkelijk, bijna zonder te beseffen welk een volheid het in zich bergt, welk een dynamiek er van ons uitstraalt, welk een schoonheid het ons voor ogen stelt, welk een verplichting het ons oplegt. In het gewone spraakgebruik wordt het woord katholiek vaak gebruikt als definitie d.w.z. als omschrijving en bepaling van de ene ware kerk die de Katholieke Kerk is, om haar daarmee te onderscheiden van andere groeperingen die, hoezeer zij onze achting verdienen en hoeveel rijkdom aan christelijke gedachten zij ook mogen bezitten, toch altijd nog gescheiden zijn van de volheid der katholiciteit. Soms ook geven wij de voorkeur aan het woord ‘christen’ boven het woord ‘katholiek’ waarbij wij dan min of meer vergeten dat, voor wat betreft zowel het begrip als de realiteit, het laatste woord het eerste insluit terwijl het omgekeerde niet altijd het geval behoeft te zijn.

Het woord katholiek, in zijn zuiverste betekenis, moet ons dierbaar zijn, het is de aanduiding van het bovenzinnelijk karakter van het rijk Gods dat Christus op de wereld is komen stichten, dat Zijn Kerk in de wereld in stand houdt en dat, terwijl het als een zuurdesem, als een bovennatuurlijke krachtbron indringt in iedere ziel, in elke cultuur die zich daarvoor openstelt, zich toch in geen enkel opzicht vereenzelvigt met het rijk van deze wereld, dat altijd verheven blijft boven het aardse niveau, nièt om het te overheersen maar om het te verlichten en het te plaatsen in een kader van universele en herscheppende harmonie.

Wij moeten in dit woord de nooit verstommende echo beluisteren van de geheimenisvolle, liefdevolle roepstem van God die alle, alle mensen oproept tot de ontmoeting met Zijn barmhartigheid en die door deze oproep een nieuw volk maakt, Zijn volk, het volk dat geroepen is: de congregatio fidelium: de Kerk. Aan de Kerk haar katholiciteit ontnemen betekent haar aanschijn, zoals de Heer dit gewild heeft en zoals Hij het liefheeft, ontnemen; het betekent de bedoeling van God schenden die de Kerk wilde maken tot de uitdrukking van Zijn grenzeloze liefde voor de mensheid.
Wij moeten ons ook goed bewust zijn van de psychologische en morele vernieuwing die dit woord teweeg brengt in de harten. Zeker, het mensenhart heeft een natuurlijke drang tot expansie, een diep maar vaag instinct tot universele openheid: ’Ik ben mens en niets menselijks is mij vreemd’. Maar het kent evenzeer een angstige beperktheid, een enge beslotenheid; het is klein, egoïstisch, het heeft alleen maar plaats voor zichzelf en enkele anderen die behoren tot zijn familie en zijn eigen kaste; en wanneer het eindelijk na dappere, langdurige en inspannende pogingen gelukt is zich wat wijder open te stellen dan neemt het ook nog wel zijn eigen land en zijn eigen maatschappelijke klasse daarin op, maar altijd stelt het beperkingen, zoekt het naar de begrenzing waarbinnen het zich terugtrekt. Ook in onze tijd, waarin het besef der onderlinge saamhorigheid zoveel sterker is geworden, heeft het hart van de moderne mens nog moeite om deze innerlijke barrières te overschrijden en antwoordt het slechts met onzekerheid en onder voorwaarde dat het er eigen voordeel mee behaalt, op de opwekking om de gehele wereld in zijn liefde te betrekken. Voordeel en aanzien zijn de aspiraties die het menselijk hart beheersen wanneer het al dan niet hartstocht tot overheersing is, of verlangen anderen dienstbaar te maken aan zichzelf.
Wanneer echter het begrip ‘katholiek’ in zijn volle betekenis bezit neemt van dit hart, dan verdwijnt elk egoïsme; iedere klassegeest wordt opgeheven tot volledige maatschappelijke eensgezindheid; elk nationalisme verenigt zich in het streven naar algemeen welzijn van de gehele wereldgemeenschap; elke rassenpolitiek wordt afkeurenswaardig zoals elke totaliteitspolitiek in zijn onmenselijkheid aan de kaak gesteld wordt; het kleine hart verbreekt de barrières, het verkrijgt een ongekend vermogen tot verruiming; zoals de Heilige Augustinus het noemt: ’Dilatentur spatia caritatis’.

Een katholiek hart wil zeggen: een hart dat wijd openstaat, een hart dat in universele liefde de mensheid wil omvatten, een hart dat alle egoïsme en kleingeestigheid heeft overwonnen, een hart dat niemand uitsluit van de roepstem der Allerhoogste Liefde; het betekent een edelmoedig, een oecumenisch hart dat de gehele wereld kan omvatten. Daarom zal dit hart niet onverschillig blijven voor de waarheid der dingen en de oprechtheid der woorden, het zal geen zwakheid verwarren met goedheid, het zal de vrede niet trachten te vinden in lafheid en gevoelloosheid. In het katholieke hart leeft de prachtige synthese die Sint Paulus beschrijft: ’Leven volgens de waarheid en in de liefde’ (Ef. 4, 15).

Dierbare zonen, begrijpt gij nu wat het zeggen wil katholiek te zijn? Begrijpt gij nu wat dit woord u op het gebied van de liefde te leren heeft? Ziet gij nu in dat niemand beter dan gij beantwoorden kan aan het universalisme van de moderne wereld en niemand beter dan gij het voorbeeld kan geven en het geheim kan openbaren van de liefde van de ene mens tot de andere, omdat hij mèns is, omdat hij kind is van God?

Document

Naam: DE KATHOLICITEIT VAN DE KERK
Pinksteren 1964
Soort: H. Paus Paulus VI - Homilie
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 17 mei 1964
Copyrights: © 1964, Katholiek Archief jrg 19, nr. 28, blz. 744-749
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test