• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wijl nu dit oppergezag als een hoofdelement deel uitmaakt van de wezenlijke inrichting en organisatie der Kerk, nl. als beginsel der eenheid en als grondslag van bestendig ongeschonden voortbestaan, mocht het met den H. Petrus niet ophouden, maar moest het van persoon tot persoon op zijn opvolgers overgaan. "Zoo blijft dan alles, wat de Waarheid Zelf geregeld heeft, bestaan; en de H. Petrus, die met de onwrikbaarheid der rots, hem weleer meegedeeld, blijft standhouden, legt het eens aanvaarde bestuur der Kerk niet meer neder." H. Paus Leo I de Grote, Sermones. III, cap. 3: PL 54, 146
Derhalve bezitten de opperpriesters, die Petrus als bisschop van Rome opvolgen, krachtens goddelijk recht het oppergezag in de Kerk. "Wij verklaren plechtig, dat de heilige Apostolische Stoel en de Roomsche opperpriester het primaat bezit over heel de Kerk, en dat deze Roomsche opperpriester de opvolger van den H. Petrus, den prins der apostelen, is, de waarachtige plaatsbekleeder van Christus, het hoofd der geheele Kerk, en de vader en de leeraar aller christenen; en dat in den persoon van den H. Petrus mede aan hem door onzen Heer Jesus Christus de volmacht werd verleend om geheel de Kerk te weiden, te leiden en te besturen, zooals ook in de handelingen der algemeene kerkvergaderingen en in de heilige canones is vervat." Concilie van Florence, Bul, Sessio VI - 6e Zitting: Over de eenheid met de Grieken, Laetentur caeli - Decretum pro Graecis (6 juli 1439), 7 Eveneens leert het vierde concilie van Lateranen: "Krachtens een verordening des Heeren bezit de Kerk van Rome, als moeder en leermeesteresse van allen, die in Christus gelooven, ambtshalve het oppergezag over álle andere kerken." 4e Concilie van Lateranen, Hfd 5. Over de waardigheid van de patriarchen, Caput 5. De dignitate Patriarcharum (11 nov 1215), 1
Hieraan was reeds voorafgegaan de algemeen aanvaarde meening der oudheid, die zonder een zweem van aarzeling de bisschoppen van Rome altijd als de wettige opvolgers van den H. Petrus beschouwd en gehuldigd had. Wie kent niet het groote aantal overduidelijke getuigenissen, die over dit onderwerp bij, de heilige Vaders te vinden zijn?
Zeer vermaard is deze verklaring van Irenaeus, die, sprekende over de Kerk van Rome, het volgende zegt: "Met deze Kerk moet, om haar bijzonderen voorrang, iedere kerk overeenstemmen." H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. Lib. III, cap. 3, n. 2: PG 7, 849

Ook Cyprianus verzekert, dat de Kerk van Rome "de wortel is en die stam der katholieke Kerk" H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. Ad Cornelium, n. 3 (al. epist. 45): PL 3, 710, "de zetel van Petrus en de hoofdkerk, waar de eenheid van de priesterschap haar oorsprong vindt." H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. 59, ad Cornelium, n. 14 (al. epist. 55): PL 3, 318-321 Hij noemt haar den zetel van Petrus, omdat de opvolger van Petrus daar zetelt; de hoofdkerk, vanwege het primaat, dat aan Petrus en aan diens wettige opvolgers is meegedeeld; hij zegt: waar de eenheid haar oorsprong vindt, omdat in het rijk van Christus de Kerk van Rome de werkende oorzaak der eenheid is.

Vandaar dat Hieronymus aldus tot Damasus spreekt: "Ik richt het woord tot den opvolger van den visscher en tot den leerling des kruises.... Ik ben in gemeenschap met Uwe Heiligheid en dus mei: den zetel van Petrus. Ik weet dat de Kerk op deze rots is gebouwd." H. Hieronymus, Epistolarium. 15, ad Damasum, n. 2: PL 22, 355 De gewone manier om den katholiek te onderscheiden is voor Hieronymus: te zien naar zijn gemeenschap met Petrus' zetel te Rome. "Als iemand met Petrus' Stoel in verbinding is, dan staat hij aan mijn zijde." H. Hieronymus, Epistolarium. ad Damasum, n. 2: PL 22, 359

Een gelijke methode volgt Augustinus. Eerst verklaart deze openlijk, "dat het primaat van den Apostolischen Stoel ten allen tijde in de Kerk van Rome bestaan heeft." H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 43, n. 7: PL 33, 163 En dan weigert hij verder den naam van katholiek aan ieder die van het geloof der Kerk van Rome afwijkt: "Men zal niet gelooven, dat gij het ware katholiek geloof bezit, wanneer gij niet leert, dat men aan het geloof van Rome moet vasthouden." H. Augustinus, Preken, Sermones. 120, n. 13 (N.v.d.v.: op deze door Leo XIII aangegeven plaats is het citaat niet te vinden; vermoedelijk is hier een drukfout in het spel. Wij zijn er niet in geslaagd de juiste plaats in de werken van Augustinus te ontdekken.)

Zoo zegt ook Cyprianus: "In gemeenschap zijn met Cornelius is in gemeenschap zijn met de kàtholieke Kerk." H. Cyprianus van Carthago, Brieven, Epistolae. 55, n. 1 (al. epsit. 51): PL 3, 763

Evenzoo ziet de abt Maximus in de onderdanigheid aan den paus van Rome het kenteeken van het ware geloof en van de ware gemeenschap. "Wil iemand geen ketter zijn en geen ketter heeten, dan moet hij niet aan deze of gene voldoening geven, maar dan moet hij zich beijveren om vóór alles voldoening te geven aan den Stoel van Rome. Heeft hij dat gedaan, dan zullen allen hem overal en eenparig als vroom en rechtzinnig prijzen. Want als men menschen van mijn slag wil overtuigen, dan is het vergeefsche moeite, als men alleen maar woorden spreekt, doch zelf in gebreke blijft en weigert zich te wenden tot den heiligen opperpriester der heilige Roomsche Kerk, d.w.z. tot den Apostolischen Stoel." En ziehier, volgens zijn verklaring, de diepere grond en de reden daarvan. "Zij (de Kerk van Rome) heeft, volgens alle heilige kerkvergaderingen en volgens de heilige canones en bepalingen, van het menschgeworden Woord zelf ontvangen, en bezit nog steeds over alle heilige kerken Gods van heel de wereld in alles en voor alles de heerschappij, het gezag en de macht tot binden en ontbinden. Als dit gezag bindt of ontbindt, dan gebeurt dit ook in den hemel door het Woord, dat aan het hoofd der hemelsche machten staat." H. Maximus Confessor, Defloratio ex Epistola ad Petrum illustrem (1 jan 653). PG 91, 144

Het was dus een punt van het christelijk geloof, een punt, niet maar door één volk of één tijdperk, maar door alle eeuwen heen èn in het Oosten èn in het Westen aldoor aangenomen en in praktijk gebracht, waaraan de priester Philippus, de pauselijke legaat op het concilie van Ephese herinnerde, zonder dat iemand er zijn stem tegen verhief. "Niemand betwijfelt (zoo zeide hij) en het is aan alle eeuwen bekend, dat de heilige en allerzaligste Petrus, de prins en het hoofd der apostelen, de zuil van het geloof en de grondslag der katholieke Kerk, van onzen Heer Jesus Christus, den Zaligmaker en Verlosser van het menschelijk geslacht, de sleutels van Zijn rijk heeft ontvangen, en dat de macht tot binden en ontbinden der zonden gegeven is aan hem, die tot op heden en in alle tijden in zijn opvolgers blijft voortleven en zijn gezag blijft uitoefenen." Concilie van Efese, Akte, Over het primaatschap van de Romeinse Paus - Actio III - Rede van de pauselijke legaat Philippus, De primatus Romani Pontificis (11 juli 431)

Overbekend is ook het woord van het concilie van Chalcedon over hetzelfde onderwerp: "Petrus heeft door Leo .... gesproken." Actio II (Mansi 6, 971-972) En als een weerklank hiervan luidt de uitspraak van het 3e concilie van Constantinopel: "De allerhoogste prins der apostelen streed in onze gelederen: want wij hadden diens navolger en den opvolger op zijn zetel aan onze zijde.... Het leek papier en inkt, maar in werkelijkheid was het de stem van Petrus die door Agatho sprak." Actio 18 (Mansi 11, 665-666)

In de formule der katholieke geloofsbelijdenis, in het begin der zesde eeuw door Hormisdas geredigeerd, en zoowel door keizer Justinianus als door de patriarchen Epiphanius, Joannes en Menna onderteekend, wordt de volgende inhoudrijke verklaring afgelegd: "Wijl het woord van onzen Heer Jesus Christus: Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik Mijn Kerk bouwen, niet buiten beschouwing gelaten mag worden .... wordt alles wal gezegd is, door de werkelijkheid der feiten bevestigd; want op den Apostolischen Stoel is het katholiek geloof ten allen tijde in al zijn zuiverheid bewaard." Paus Hormisdas, Geloofsbelijdenis naar Constantinopel gestuurd, Libellus Fidei (11 aug 515). Post Epistolam 26, ad omnes Episc. Hispan., n. 4 (al. post epist. 40: PL 63, 444)
Wij willen niet alle getuigenissen één voor één aanhalen, maar wèl willen wij de aandacht vestigen op de geloofsformule, volgens welke Michael Paleologus op de tweede kerkvergadering van Lyon zijn geloof heeft beleden: "De heilige Roomsche Kerk heeft het hoogste en algeheele primaat en oppergezag over geheel de katholieke Kerk, dat zij, zooals ze naar waarheid maar met ootmoed getuigt, in al zijn volheid van den Heer Zelf heeft ontvangen in den persoon van Petrus, den prins en het opperhoofd der apostelen, wiens opvolger de paus van Rome is. En zooals op die Kerk meer dan op alle andere de plicht rust om de geloofswaarheid te verdedigen, zoo moeten ook alle vragen, die omtrent geloofszaken zouden rijzen, door zijn oordeel beslist worden." 2e Concilie van Lyon, 4e Zitting - Geloofsbelijdenis van Keizer Michael Palaiologos, Sessio IV - Professio fidei Michaelis Palaeologi (6 juli 1274), 11

Document

Naam: SATIS COGNITUM
Over de eenheid van de Kerk
Soort: Paus Leo XIII - Encycliek
Auteur: Paus Leo XIII
Datum: 29 juni 1886
Copyrights: © 1947, Ecclesia Docens 0141, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Vert.: J. Pubben C.ss.R.; tussentitels: redactie Ecclesia Docens
Vertaling ongewijzigd in het oorspronkelijke Oud Nederlands
Bewerkt: 9 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test