Paus Franciscus - 23 oktober 2014
Zoals de situatie nu is, overschrijdt het strafrechtsysteem haar passende, bekrachtigde functie en plaatst zichzelf op het terrein van de vrijheden en rechten van de mensen, speciaal de meest kwetsbare, omwille van preventie waarvan de effectiviteit nog niet heeft kunnen worden vastgesteld, zelfs niet voor de strengste straffen, zoals de doodstraf. Het gevaar bestaat dat daardoor zelfs de proportionaliteit van de bestraffing niet bewaard blijft, die historisch gezien het door de staat beschermde waardesysteem weerspiegelt.
Er heeft een reductie plaatsgevonden van het ultima ratio principe van het strafrecht als laatste optie om te bestraffen, beperkt tot de meest ernstige zaken tegen de individuele en collectieve belangen die het meest voor bescherming in aanmerking komen. De discussie over het vervangen van gevangenisstraf door alternatieve strafmaatregelen is eveneens afgenomen.
In deze context kan de opdracht aan de rechtsgeleerden niet anders zijn dan het beperken en indammen van deze tendensen. Dat is een moeilijke taak, in tijden waarin vele rechters en werknemers in het strafrechtsysteem hun werk moeten doen onder de druk van de massamedia, van sommige gewetenloze politici en van de trend van wraakzucht die de maatschappij doordrenkt. Hen die met deze grote verantwoordelijkheid belast zijn, wordt gevraagd hun plicht te vervullen, want wanneer ze dat niet zouden doen komen mensenlevens in gevaar: hier moet met meer betrokkenheid mee worden omgegaan dan men soms aan de dag legt in het uitoefenen van zijn plicht.