H. Paus Paulus VI - 8 december 1975
Het is bovendien niet overbodig het belang en de noodzaak te onderstrepen van de prediking: "Hoe kan men in Hem geloven zonder van Hem te hebben gehoord? Hoe kan men van Hem horen als niemand Hem verkondigt? ... Zo ontstaat dan het geloof door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus." (Rom. 10, 14-17). Deze wet, ooit door de apostel Paulus zo geformuleerd, bewaart tot op de dag van vandaag heel haar kracht. Ja, de prediking - deze verkondiging van de boodschap met woorden - blijft onontbeerlijk.
We weten goed dat de moderne mens, verzadigd van gepraat, dikwijls tegenzin vertoont als het om luisteren gaat en, erger nog, voor het woord immuun geworden is. Wij zijn ook bekend met het gedachtegoed van talrijke psychologen en sociologen, die stellen dat de moderne mens de cultuur van het woord voorbij is, die niet meer werkt en nutteloos is geworden, en vandaag de dag in de beschaving van het beeld leeft. Deze feiten zouden ons zeker ertoe moeten aanzetten bij het overbrengen van de evangelische boodschap de moderne middelen in te zetten die deze beschaving heeft uitgevonden. Er zijn overigens in deze richting al heel waardevolle pogingen gedaan. Wij kunnen die alleen maar prijzen en moedigen aan ze nog verder te ontwikkelen.
Toch mogen de moeheid die zoveel lege verhalen vandaag de dag hebben opgeroepen, en de actualiteit van veel andere vormen van communicatie, niet de blijvende kracht doen verminderen van het woord of er het vertrouwen in doen verliezen. Het woord blijft altijd actueel, vooral wanneer het in Gods kracht gesproken is. Vgl. 1 Kor. 2, 1-5 Daarom blijft het axioma van Paulus actueel waar hij zegt: "Het geloof ontstaat door de prediking" (Rom. 10, 17). Het is juist het gehoorde Woord dat tot geloof brengt.