• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wat wil ons het Feest van de Hemelvaart des Heren dan zeggen? Het wil ons niet zeggen dat de Heer is weggegaan naar een plaats die verafgelegen is van de mensen en de wereld. De Hemelvaart van Christus is geen reis in de ruimte naar de verst afgelegen sterren; want uiteindelijk zijn ook de sterren gemaakt uit natuurkundige elementen, net zoals de aarde. De Hemelvaart van Christus betekent dat Hij niet meer tot de wereld van het bederf en de dood behoort die ons leven kenmerken. Het betekent dat Hij helemaal God toebehoort. Hij - de eeuwige Zoon - heeft ons menszijn tot voor het Aanschijn van God gebracht, en daarbij het vlees en het bloed meegebracht, in een veranderde, nieuwe gestalte.

De mens vindt ruimte in God; door middel van Christus is het menszijn ingebracht tot in het leven zelf van God. En omdat God heel de kosmos omarmt en ondersteunt, betekent de hemelvaart van de Heer dat Christus zich niet van ons verwijderd heeft, maar dat Hij nu, juist omdat Hij bij de Vader is, dichtbij ieder van ons is, voor goed. Ieder van ons kan nu vertrouwelijk met Hem spreken; een ieder kan Hem aanroepen. De Heer is voorgoed binnen het bereik van onze stem. Wij kunnen ons wel innerlijk van Hem verwijderen. Wij kunnen zo leven dat wij Hem de rug toe keren. Maar Hij wacht altijd op ons, en is altijd dicht bij ons.

Uit de lezingen van de liturgie van vandaag leren we ook iets meer over de concrete manier waarop de Heer dit dichtbij-ons-zijn verwerkelijkt. De Heer belooft zijn leerlingen zijn heilige Geest. De eerste lezing zegt ons dat de heilige Geest "kracht" zal zijn voor de leerlingen; het evangelie voegt daaraan toe dat Hij hen tot de volle Waarheid zal brengen. Jezus heeft zijn leerlingen alles gezegd. Hij is immers het Woord van de levende God, en meer dan zichzelf kan God niet geven. In Jezus heeft God zichzelf helemaal aan ons gegeven, dat wil zeggen: Hij heeft ons alles gegeven. Er kan daarbovenuit of daarnaast geen andere openbaring bestaan die ons nog meer of nog vollediger over Hem mee te delen heeft dan de openbaring van Christus. In Hem, in de Zoon, is ons alles gezegd, ons alles gegeven.

Maar ons vermogen tot verstaan is beperkt. Daarom is het de zending van de Geest om de Kerk van generatie op generatie op steeds nieuwe wijze binnen te leiden in de grootheid van het mysterie van Christus. De Geest zet niet iets anders of iets nieuws naast Christus. Er bestaat geen pneumatische openbaring naast die van Christus - zoals sommigen menen - geen tweede niveau van Openbaring. Nee: "Hij zal aan u verkondigen wat Hij van mij ontvangen heeft", zegt Christus in het Evangelie (Joh. 16, 14). En zoals Christus alleen zegt wat Hij hoort en ontvangt van de Vader, zo is de heilige Geest de vertolker van Christus. "Hij zal aan U verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft." Hij leidt ons niet naar plaatsen die ver van Christus verwijderd zijn, maar leidt ons steeds meer binnen in het licht van Christus. Om deze reden is de christelijke Openbaring tegelijkertijd altijd oud en altijd nieuw. Daarom wordt ons en werd ons alles reeds en altijd gegeven, terwijl tegelijkertijd elke generatie steeds weer iets nieuws leert in de onuitputtelijke ontmoeting met de Heer - een ontmoeting die bemiddeld wordt door de Heilige Geest.

Zo is dan de heilige Geest de kracht waardoor Christus ons zijn nabijheid doet ervaren. Maar de eerste lezing zegt ook een tweede woord: gij zult mijn getuigen zijn. De verrezen Christus heeft getuigen nodig die Hem hebben ontmoet, mensen die Hem innig hebben leren kennen door de kracht van de heilige Geest. Mensen die Hem om zo te zeggen met de handen hebben aangeraakt, kunnen van Hem getuigen. Zo is de Kerk, de familie van Christus, gegroeid vanaf "Jeruzalem... tot het einde der aarde", zoals de lezing zegt. Door middel van de getuigen is de Kerk opgebouwd - te beginnen met Petrus en Paulus, en met de twaalf, tot en met alle mannen en vrouwen die, vervuld van Christus, op steeds nieuwe wijze de vlam van het geloof opnieuw hebben ontstoken en nog zullen ontsteken. Elke Christen kan en moet op zijn of haar eigen wijze getuige zijn van de verrezen Heer. Wanneer wij de namen lezen van de heiligen kunnen wij zien hoe dikwijls het daarbij ging, en zal blijven gaan, om vooral eenvoudige mensen, mensen van wie een helder licht uitging en uitgaat, een licht dat in staat is anderen naar Christus te brengen.

Document

Naam: HEMELVAART EN DE CATHEDRA VAN ROME
De inbezitname van de Bisschopszetel in de basiliek St. Jan van Lateranen, Rome
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 7 mei 2005
Copyrights: © 2005, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Pastoor Chr. van Buijtenen, pr., vertaald uit het Italiaans
Indeling in alinea’s en nummering zijn van de vertaler.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test