Vindt zelfs de mus niet een huis, heeft niet de zwaluw haar nest waar zij haar jongen mag bergen? O, uw altaren te naderen, Heer der hemelse scharen, Gij, mijn koning, mijn God!
In uw voorhoven is mij een dag meer toch dan duizend dagen; liever te staan op die drempel daar, in het huis van mijn God, dan te wijlen in de tenten der boosheid.
Want een wering, een schild is de Heer, zijn gunst schenke God ons, zijn luister; de Heer zal geen zegening onthouden aan wie in oprechtheid hun weg gaan.