• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Naaman, de legeroverste van de koning van Aram, was zeer gezien bij zijn heer en had grote invloed, want door hem had Jahwe voor Aram uitkomst gebracht. Hij was een groot soldaat, maar de man leed aan een huidziekte.
Nu hadden Arameese benden eens een strooptocht ondernomen in Israël en daarbij een jong meisje buitgemaakt; dat was nu in dienst bij de vrouw van Naaman.
Ze zei tot haar meesteres: `Och, kon mijn heer maar eens naar de profeet gaan die in Samaria woont; die zou hem wel van zijn ziekte afhelpen.'
Naaman ging aan zijn heer vertellen wat het meisje uit Israël gezegd had.
Toen zei de koning van Aram: `Ga erheen; ik zal u een brief meegeven voor de koning van Israël.' Hij ging op weg, nam tien talenten zilver, zesduizend sikkel goud en tien feestgewaden mee,
en meldde zich met de brief bij de koning van Israël. Daarin stond: Met deze brief zend ik mijn dienaar Naaman tot u; ik verzoek u hem van zijn huidziekte te genezen.'
Zodra de koning van Israël de brief gelezen had, scheurde hij zijn kleren en zei: `Ben ik soms God, met macht over leven en dood, dat hij iemand naar mij toestuurt die ik van zijn huidziekte moet genezen? Let maar eens op mijn woorden: hij zoekt ruzie met mij.'
Toen Elisa, de man Gods, hoorde dat u koning van Israël zijn kleren gescheurd had, liet hij de koning vragen: `Waarom hebt u uw kleren gescheurd? Stuur hem naar mij toe. Dan zal hij weten dat er een profeet is in Israël.'
Toen ging Naaman met zijn paarden en wagen op weg en hield stil voor het huis van Elisa.
Deze zond iemand met de boodschap: `Was u zevenmaal in de Jordaan; dan zal uw huid weer gezond worden en zult u gereinigd zijn.'
Toen werd Naaman boos en ging heen. Hij zei: `Ik had gedacht: hij zal naar buiten komen en voor me gaan staan. Dan zal hij de naam van Jahwe zijn God aanroepen, met zijn hand over de plek strijken en de ziekte wegnemen.
Zijn de Abana en de Parpar, de rivieren van Damascus, soms niet beter dan al de wateren van Israël? Kan ik mij daarin niet wassen om gereinigd te worden?' Hij keerde zich om en ging verontwaardigd heen.
Maar zijn dienaren gingen naar hem toe en zeiden: `Vader, gesteld dat de profeet u iets moeilijks opgedragen had, dan had u het toch ook gedaan? Waarom dan niet, nu hij u zegt dat u zich maar hoeft te wassen om weer rein te worden?'
Toen ging hij naar de Jordaan en dompelde zich zevenmaal onder, zoals de man Gods gezegd had. Zijn huid werd weer als die van een klein kind en hij was gereinigd.
Hij keerde met heel zijn gevolg naar de man Gods terug, trad het huis binnen, ging voor hem staan en zei: `Nu weet ik dat er alleen in Israël een God is, en nergens anders op aarde. Wil daarom een huldeblijk van uw dienaar aanvaarden.'
Maar Elisa antwoordde: `Zowaar Jahwe leeft, in wiens dienst ik sta, ik neem niets van u aan.' En hoewel Naaman er bij hem op aandrong iets aan te nemen, bleef hij weigeren.
Toen zei Naaman: `Laat tenminste aan uw dienaar een last aarde geven, zoveel als een koppel muildieren dragen kan, want uw dienaar wil aan geen andere goden brand - of slachtoffers meer opdragen dan aan Jahwe alleen.
Dit ene moet Jahwe uw dienaar maar vergeven: Als mijn heer zich naar de tempel begeef om zich daar voor Rimmon neer te buigen, steunt hij altijd op mijn arm, zodat ik mij in de tempel van Rimmon wel neerbuigen moet; dit ene moet Jahwe zijn dienaar maar vergeven.'
En Elisa zei tot hem: `Ga in vrede.' Toen Naaman nog maar even weg was,
dacht Gechazi, de dienaar van Elisa, de man Gods: `Mijn heer heeft die Arameeër Naaman wel erg goed gunstig behandeld, door niets aan te nemen van alles wat hij bij zich had. Zowaar Jahwe leeft: ik ga hem achterna en zie iets van hem los te krijgen.'
Toen Naaman hem achter zich aan zag komen, sprong hij van zijn wagen, liep hem tegemoet en zei: `Is alles in orde?'
Hij antwoordde: `Ja, maar mijn heer stuurt mij met de boodschap: Er zijn zojuist twee jongemannen van het gebergte van Efraim bij me gekomen, leden van het profetengilde; wees zo goed en geef hun een talent zilver en twee feestgewaden.'
Naaman antwoordde: `Doe me een genoegen en neem twee talenten.' En hij drong bij hem aan. Daarop liet hij twee talenten zilver in twee buidels doen en gaf die met twee feestgewaden aan twee van zijn knechten die ze voor Gechazi uitdroegen.
Toen hij bij de Ofel gekomen was, nam hij ze van hen over, verborg ze ergens in huis en nam afscheid van de mannen.
Hij ging naar binnen en diende zich bij zijn heer aan. Maar Elisa vroeg hem: `Waar komt u vandaan, Gechazi?' Hij antwoordde: `Uw dienaar is nergens heen geweest.'
Maar hij zei tot hem: `Was mijn geest niet bij u, toen iemand van zijn wagen stapte en u tegemoet liep? Moest u zo aan zilver komen, aan kleren, olijftuinen en wijngaarden, runderen, slaven en slavinnen?
Maar weet dan, dat u en uw nakomelingen voor altijd besmet zullen zijn met de ziekte van Naaman.' En Gechazi ging van hem vandaan, door de huidziekte aangetast, wit als sneeuw.

Document

Naam: HEILIGE SCHRIFT
Willibrordvertaling 1975
Soort: Heilige Schrift
Datum:
Copyrights: © 1975, KBS Boxtel / Uitg Emmaus Brugge
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test