Paus Franciscus - 18 mei 2013
Heilige Vader, ik heb met ontroering de woorden gehoord die u heeft gezegd in de Paus Franciscus - Toespraak
Hoezeer verlang ik een arme Kerk en een Kerk voor de armen!
Tot de voor vertegenwoordigers van de communicatiemedia - Aula Paulus VI
(16 maart 2013) na Uw uitverkiezing: “Wat zou ik graag een Kerk hebben, die arm en voor de armen is”. Paus Franciscus, Toespraak, Tot de voor vertegenwoordigers van de communicatiemedia - Aula Paulus VI, Hoezeer verlang ik een arme Kerk en een Kerk voor de armen! (16 mrt 2013), 7 Veel van ons hebben taken in werken van liefdadigheid en rechtvaardigheid: we maken actief deel uit van deze diepgewortelde aanwezigheid van de Kerk daar waar de mens lijdt. Ik heb een baan, ik heb mijn gezin, en, voor zover ik kan, zet ik me persoonlijk in, in de buurt en in de hulp aan de armen. Maar hierbij voel ik me niet op mijn gemak. Ik zou met Moeder Teresa willen zeggen: alles is voor Christus. De grote hulp om met deze ervaring te leven zijn de broeders en zusters van mijn gemeenschap die zich voor hetzelfde doel inzetten. En in deze taak worden we ondersteund door het geloof en door het gebed. De nood is hoog. U heeft ons er zelf aan herinnerd: “Hoeveel armen zijn er nog in de wereld en aan hoeveel lijden worden deze personen blootgesteld.” Paus Franciscus, Toespraak, Tot het bij de Heilige Stoel geaccrediteerde Corps Diplomatique bij de aanvang van het nieuwe pontificaat - Sala Regia, Vaticaanstad, Armoede bestrijden, vrede brengen en bruggen bouwen (22 mrt 2013), 3 En de crisis heeft alles verergerd. Ik denk aan de armoede die zoveel landen kwelt en die zich ook in de wereld van de welstand heeft getoond, aan de werkloosheid, aan de massale migratiebewegingen, aan de nieuwe slavernij, aan de verwaarlozing en de eenzaamheid van zoveel gezinnen, van zoveel ouderen en van zoveel personen die geen huis of werk hebben.
Ik zou u willen vragen, Heilige Vader: hoe kan ik, hoe kunnen wij allen een Kerk leven die arm en voor de armen is? Op welke manier stelt de lijdende mens een vraag aan ons geloof? Welke concrete en daadwerkelijke bijdrage kunnen wij, de lekenbewegingen en -verenigingen, geven aan de Kerk en aan de maatschappij om deze ernstige crisis te trotseren die de openbare ethiek betreft, het model voor ontwikkeling, de politiek, kortom een nieuw mens-zijn van mannen en vrouwen?”.