Paus Benedictus XVI - 6 oktober 2012
Het voortdurende en diepe gebed doet het geloof van de christelijke gemeenschap groeien in de steeds hernieuwde zekerheid dat God zijn volk nooit in de steek laat en het ondersteunt door bijzondere roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven, te doen ontstaan om tekenen van hoop voor de wereld te zijn. Priesters en religieuzen zijn immers geroepen zich onvoorwaardelijk aan het volk van God te geven, in een dienst van liefde aan het Evangelie en de Kerk, een dienst aan die vaste hoop die alleen de opening voor de horizon van God kan schenken. Daarom kunnen zij met het getuigenis van hun geloof en hun apostolisch vuur in het bijzonder op de nieuwe generaties het levende verlangen overdragen om edelmoedig en bereidwillig Christus een antwoord te geven, die oproept om Hem van meer nabij te volgen. Wanneer een leerling van Jezus ingaat op de goddelijke roepstem zich te wijden aan het priesterlijk ambt of het gewijde leven, dan wordt een van de rijpste vruchten van de christelijke gemeenschap zichtbaar, die helpt met bijzonder vertrouwen en hoop naar de toekomst van de Kerk en haar inzet voor de evangelisatie te kijken. Dit heeft immers altijd nieuwe arbeiders nodig voor de prediking van het evangelie, voor de viering van de Eucharistie, voor het Sacrament van Verzoening. Moge het daarom niet ontbreken aan ijverige priesters, die de jongeren weten te begeleiden als “reisgenoten” om hen te helpen op de soms moeizame en duistere levensweg Christus de Weg, de Waarheid en het Leven Vgl. Joh. 14, 6 te herkennen; om hun met evangelische moed de schoonheid voor te houden van de dienst aan God, aan de christelijke gemeenschap, aan de broeders en zusters. Priesters die de vruchtbaarheid laten zien van een enthousiasmerende inzet, die een zin van volheid aan het eigen bestaan geeft, omdat deze is gegrondvest op het geloof in Hem die ons het eerst heeft liefgehad. Vgl. 1 Joh. 4, 19 Ik hoop eveneens dat de jongeren te midden van zo een groot aantal oppervlakkige en kortstondige keuzes de aantrekkingskracht weten te koesteren van waarden, hoogstaande doeleinden, radicale keuzes voor een dienst aan de ander in het voetspoor van Jezus. Geliefde jongeren, weest niet bang Hem te volgen en de veeleisende en moedige wegen te gaan van de naastenliefde en de edelmoedige inzet! Zo zullen jullie gelukkig zijn om te dienen, zullen jullie getuigen zijn van die vreugde die de wereld niet kan geven, zullen jullie de levende vlammen zijn van een oneindige en eeuwige liefde, zullen jullie leren “rekenschap te geven van de hoop die in jullie leeft”. Vgl. 1 Pt. 3, 15
Uit het Vaticaan, 6 oktober 2012
BENEDICTUS PP. XVI