• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Vereerde Broeders,
Eminente dames en heren,
Dierbare broeders en zusters!

Het wonder van de genezing van de blinde Bartimeüs heeft een belangrijke plaats in de structuur van het Evangelie van Marcus. Het bevindt zich immers aan het eind van een gedeelte dat “reis naar Jeruzalem” wordt genoemd, dat wil zeggen de laatste pelgrimage van Jezus naar de Heilige Stad, voor het Pasen waarin Hij weet dat Hem het lijden, de dood en de verrijzenis te wachten staan. Om op te gaan naar Jeruzalem vanuit het dal van de Jordaan passeert Jezus Jericho, en de ontmoeting met Bartimeüs vindt plaats bij de uitgang van de stad, “toen – merkt de evangelist op – Jezus vergezeld van zijn leerlingen en een flinke menigte weer uit Jericho wegtrok” (Mc. 10, 46), de menigte die kort daarna Jezus zal toejuichen als Messias bij zijn intocht in Jeruzalem. Gewoon aan de kant van de weg zat Bartimeüs te bedelen, wiens naam “zoon van Timeüs” betekent, zoals de evangelist zelf zegt. Heel het Evangelie van Marcus is een reisroute van geloof, dat zich geleidelijk ontwikkelt volgens het onderricht van Jezus. De leerlingen spelen de hoofdrol in deze ontdekkingsreis, maar er zijn ook andere personages die een belangrijke rol innemen, en Bartimeüs is er één van. Zijn wonderbaarlijke genezing is de laatste die Jezus verricht vóór zijn lijden, en niet toevallig is het er één van een blinde, dus een persoon wiens ogen het licht hebben verloren. We weten ook uit andere teksten dat de toestand van blindheid vol betekenis is in de Evangeliën. Het vertegenwoordigt de mens die het licht van God nodig heeft, het licht van het geloof, om de werkelijkheid echt te kennen en op de weg van het leven te lopen. Het is essentieel je blindheid te erkennen, je behoefte aan dit licht, anders blijf je voor altijd blind. Vgl. Joh. 9, 39-41

In dit strategische punt van het verhaal van Marcus wordt Bartimeüs dus gepresenteerd als type. Hij is niet blind vanaf zijn geboorte, maar heeft zijn gezichtsvermogen verloren: hij is de mens die het licht verloren heeft en zich dat bewust is, maar die niet de hoop verloren heeft, de kans op een ontmoeting met Jezus weet aan te grijpen en zich aan Hem toevertrouwt om genezen te worden. Immers, wanneer hij hoort dat de Meester langs komt, roept hij: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!” (Mc. 10, 47), en herhaalt hij het met kracht (Mc. 10, 48). En wanneer Jezus hem roept en hem vraagt wat hij van Hem wil, antwoordt hij: “Rabboeni, dat ik weer kan zien!” (Mc. 10, 51). Bartimeüs vertegenwoordigt de mens die zijn eigen kwaal erkent en tot de Heer roept, erop vertrouwend genezen te worden. Zijn aanroep, eenvoudig en oprecht, is voorbeeldig, en is inderdaad – zoals die van de tollenaar in de tempel: “Oh God, wees mij zondaar genadig” (Lc. 18, 13) – in de traditie van het christelijk gebed terecht gekomen. In de ontmoeting met Christus, met geloof beleefd, krijgt Bartimeüs het licht terug dat hij verloren had, en daarmee de volheid van zijn eigen waardigheid: hij staat op en herneemt de reis, die vanaf dat moment een gids heeft, Jezus, en een weg, dezelfde die Jezus aflegt. De evangelist zal ons niets meer zeggen over Bartimeüs, maar in hem toont hij ons wie de leerling is: degene die, met het licht van het geloof, Jezus volgt “op zijn tocht” (Mc. 10, 52).
De heilige Augustinus maakt in één van zijn geschriften een heel bijzondere opmerking over de figuur van Bartimeüs, die ook voor ons vandaag interessant en betekenisvol kan zijn. De heilige Bisschop van Hippo denkt na over het feit dat Marcus in dit geval niet alleen de naam van de persoon die genezen wordt noemt, maar ook van diens vader, en komt tot de conclusie dat “Bartimeüs, de zoon van Timeüs een personage was die uit een zeer grote welstand gevallen was, en zijn toestand van armoede moest algemeen bekend en openbaar zijn aangezien hij niet alleen blind was maar een bedelaar die langs de kant van de weg zat. Om deze reden wilde Marcus alleen hem noemen: dat híj zijn gezichtsvermogen teruggekregen heeft, geeft aan het wonder een faam die net zo groot is als de beruchtheid van de ellende die hem was overkomen”. H. Augustinus, De consensu Evangelistarum libri quattuor (1 jan 400). 2, 65, 125: PL 34, 1138 Tot zover de heilige Augustinus.
Deze interpretatie, dat Bartimeüs een persoon was die uit een toestand van “grote welstand” gevallen was, geeft ons te denken; het nodigt ons uit na te denken over het feit dat er kostbare rijkdommen voor ons leven zijn die we kunnen verliezen en die niet materieel zijn. In dit perspectief zou Bartimeüs degenen kunnen vertegenwoordigen die in van oudsher geëvangeliseerde gebieden wonen, waar het licht van het geloof is verzwakt en men zich van God verwijderd heeft, Hem niet meer relevant vindt voor het leven: personen die dus een grote rijkdom hebben verloren, uit een hoge waardigheid “gevallen” zijn – niet een economische of van een aardse vermogen, maar de christelijke –, die de zekere en vaste oriëntatie van het leven hebben verloren en, vaak onbewust, bedelaars zijn geworden, bedelend om de zin van het bestaan. Het zijn de vele personen die behoefte hebben aan een nieuwe evangelisatie, dat wil zeggen, aan een nieuwe ontmoeting met Jezus, de Christus, de Zoon van God Vgl. Mc. 1, 1 , die hun ogen opnieuw kan openen en hun de weg kan onderwijzen. Het is significant dat de liturgie ons, terwijl we de synodale vergadering over de Nieuwe Evangelisatie afsluiten, het Evangelie van Bartimeüs voorschotelt. Dit Woord van God heeft op een bijzondere wijze iets te zeggen aan ons, die in deze dagen zijn geconfronteerd met de urgentie Christus opnieuw te verkondigen, daar waar het licht van het geloof verzwakt is, daar waar het vuur van God als een houtskoolvuurtje is dat erom vraagt te worden aangewakkerd, opdat het een levende vlam moge zijn die licht en warmte geeft aan het hele huis.

Document

Naam: BIJ DE AFSLUITING VAN DE SYNODE OVER DE NIEUWE EVANGELISATIE
Vaticaanse Basiliek
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 28 oktober 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert.: Vincent Kemme (deels); nrs. 1-4,8: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test