• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De Kerk kijkt naar de jongeren; meer nog: de Kerk ziet in de jongeren zichzelf op een bijzondere wijze - in jullie allemaal en in ieder van jullie afzonderlijk. Zo is het van begin af aan geweest, sinds de tijd van de apostelen. De woorden in de Eerste Brief van Johannes zijn hiervoor een bijzonder getuigenis: "Ik schrijf jullie, jonge mannen, dat jullie de boze overwonnen hebben. Kinderen, ik schrijf jullie. dat jullie de Vader kennen ... Ik schrijf jullie, jonge mannen, dat jullie sterk zijn. Gods woord woont in jullie" (1 Joh. 2, 13, v.). De woorden van de apostel worden toegevoegd aan het gesprek van Christus met de jonge man uit het Evangelie en klinken als een machtige echo na van de ene op de andere generatie.

. Ook in onze generatie, aan het eind van het jaar tweeduizend na Christus, ziet de Kerk zichzelf in de jongeren. Hoe ziet de Kerk zich echter zelf? Daartoe volgt hier als een bijzondere getuigenis een aanhaling van datgene wat het Tweede Vaticaans Concilie hierover leert. De Kerk ziet zichzelf als "Sacrament. d.w.z., het teken en het instrument, van de innige vereniging met God en van de eenheid van heel het menselijk geslacht" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 1. Ze ziet zichzelf dus in betrekking tot de grote familie van de totale mensheid die steeds groeiende is. Ze ziet zichzelf in wereldwijde dimensies. Ze ziet zichzelf op de wegen van de oecumene, d.w.z. van de vereniging van alle christenen, waarvoor Christus zelf gebeden heeft en die in onze tijd onbetwist dringend nodig is. Ze ziet zichzelf verder ook nog in gesprek met de mensen van de niet-christelijke godsdiensten en met allen die van goede wil zijn. Een dergelijke dialoog is een heilsdialoog die ook bijdraagt tot de vrede in de wereld en de gerechtigheid onder de mensen.

Jullie, jongeren, zijn de hoop van de Kerk, die zichzelf en haar zending in de wereld juist op deze wijze ziet. Zij spreekt tot jullie over deze zending. Daarover spraken we ook in de recente boodschap bij gelegenheid van de viering van wereldvredesdag op 1 januari 1985. Deze richtte zich immers direct tot jullie in de overtuiging, dat de weg van de vrede tevens de weg van de jeugd is (H. Paus Johannes Paulus II - Boodschap
Vrede en jeugd samen op weg
Wereldvredesdag 1985 (8 december 1984)
). Deze overtuiging is een appèl en tegelijk een verplichting: Het gaat er nog eens om "bereid te zijn tot verantwoording aan al wie jullie rekenschap vraagt van de hoop die in jullie leeft" - van de hoop die men verbindt met jullie. Zoals jullie zien, heeft deze hoop betrekking op fundamentele en wereldwijde zaken die ons na aan het hart liggen.

Jullie allen leven elke dag samen met hen die bij jullie horen. Nochtans breidt deze kring zich stap voor stap uit. Een steeds groter aantal mensen deelt jullie leven, en jullie zelf worden jullie bewust van een zekere gemeenschappelijkheid die jullie met hen verbindt. Het is bijna altijd een hoe dan ook gedifferentieerde gemeenschap. Ze is zo gedifferentieerd als het Tweede Vaticaans Concilie in haar dogmatische constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
en in de pastorale constitutie over de 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
beschouwd en uiteengezet heeft. Jullie jeugd speelt zich wat confessie betreft nu eens af in een uniforme dan weer eens in een godsdienstig zeer verscheiden omgeving of zelfs in het grensgebied van geloof en ongeloof, zij het op de wijze van het agnosticisme of van het atheïsme in zijn verschillende vormen.

Desondanks heeft het de schijn ervan, dat deze pluriforme en gedifferentieerde jongerengemeenschappen t.a.v. enkele problemen zeer gelijksoortige gevoelens, gedachten en reacties hebben. Zo lijkt het er bijvoorbeeld op, dat allen door eenzelfde houding met elkaar verbonden zijn inzake het feit, dat honderdduizenden mensen in uiterste ellende leven en zelfs verhongeren, terwijl tegelijkertijd reusachtige bedragen worden uitgegeven voor het vervaardigen van atoomwapens, waarvan de voorraad reeds op dit moment in staat is de mensheid uit te wissen. Daarnaast bestaan er nog verdere gelijksoortige spanningen en bedreigingen in een in de geschiedenis van de mensheid tot nu toe ongekende mate. Daarover heb ik reeds in de zojuist genoemde vredesboodschap bij de jaarwisseling gesproken: daarom wil ik deze problemen hier niet herhalen. Wij allen zijn ons ervan bewust, dat zich aan de levenshorizon van miljarden mensen waaruit de mensheid op het einde van het tweede millennium bestaat, de mogelijkheid van onheil en catastrofen in werkelijk apocalyptische mate schijnt af te tekenen.

In deze situatie kunnen jullie jongeren met recht aan de voorgaande generatie vragen:

  • Hoe komt het dat men zover gekomen is?
  • Hoe komt het dat men aanbeland is bij deze bedreiging van de gehele mensheid op de aardbol?
  • Wat zijn de oorzaken voor de in het oog vallende ongerechtigheden?
  • Waarom sterven zovelen van de honger?
  • Waarom zijn er zovele miljoenen vluchtelingen aan de verschillende grenzen?
  • Zovele gevallen, waarin de elementaire rechten van de mens met voeten worden getreden?
  • Zovele gevangenissen en concentratiekampen,
  • zovele systematische geweldplegingen,
  • zoveel doden van onschuldige mensen,
  • zovele mishandelingen van mensen,
  • zovele folteringen,
  • zovele kwellingen die mensen zowel naar lichaam als in geweten worden toegebracht.

En daar midden in bevinden zich ook mensen van jonge leeftijd, die vele onschuldige slachtoffers op hun geweten hebben, omdat hun de overtuiging is ingehamerd, dat dit - namelijk het georganiseerde terrorisme - de enige weg zou zijn waarop men de wereld zou kunnen verbeteren. Jullie vragen derhalve nog eens: Waarom?

Jullie, jongeren, kunnen dit allemaal vragen, ja meer nog, jullie moeten het! Het gaat namelijk om de wereld, waarin jullie nu leven en waarin jullie morgen moeten leven, wanneer de oudere generatie zal zijn overleden. Terecht vragen jullie dus: Waarom richt zich zo'n grote vooruitgang van de mensheid op het gebied van de wetenschap en techniek - die men met geen andere uit voorgaande perioden van de geschiedenis vergelijken kan -, waarom richt zich de vooruitgang in de beheersing van de materie door de mens op zovele plaatsen tegen de mens? Terecht vragen jullie ook met een innerlijk beklemmend gevoel: Is deze stand van zaken misschien zelfs onomkeerbaar? Kan zij veranderd worden? Spelen wij het klaar haar te veranderen? Jullie vragen dit met recht. Inderdaad, het is de grondvraag onder jullie generatie.

Op deze wijze wordt jullie gesprek met Christus dat eens in het Evangelie begonnen is, voortgezet. De betreffende jonge man vroeg: "Wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?" Jullie stellen de vraag, aangepast aan de tijd waarin jullie je als jongeren bevinden: wat moeten we doen, opdat het leven - het bloeiende leven van de mensheid - niet veranderd wordt in een kerkhof van doden als gevolg van kernwapens? Wat moeten we doen om de zonde van de algemene ongerechtigheid niet over ons te laten heersen? De zonde van verachting van de mens en versmading van zijn waardigheid ondanks de vele verklaringen die al zijn rechten bevestigen? Wat moeten we doen? En vervolgens: Zullen we in staat zijn het te doen?

Christus antwoordt, zoals hij reeds de jongeling van de eerste generatie van de Kerk met de woorden van de apostel geantwoord heeft: "Ik schrijf jullie, jonge mannen, dat jullie de boze overwonnen hebben. Ik schrijf jullie, kinderen, dat jullie de Vader kennen ... Ik schrijf jullie, jonge mannen, dat jullie sterk zijn en het woord Gods in jullie woont" (1 Joh. 2, 13, v.). De woorden van de apostel die bijna tweeduizend jaar geleden geschreven werden, zijn tevens ook een antwoord voor vandaag. Zij maken gebruik van de eenvoudige en krachtige taal van het geloof die de overwinning op het kwaad dat in de wereld is met zich meebrengt. "Het wapen waarmee wij de wereld overwinnen is geen ander dan ons geloof". (1 Joh. 5, 4). Dit zijn zulke krachtdadige woorden vanwege de ervaring van de apostel en navolgende christenen van het kruis en van de verrijzenis van Christus. In deze ervaring wordt geheel het Evangelie bevestigd. Daarin wordt ook de waarheid bevestigd die in het gesprek van Christus met de jonge man opgesloten ligt.

Blijven we derhalve - tegen het einde van deze onderhavige brief - bij deze woorden van de apostel, die tegelijk een bevestiging alsook een uitdaging voor jullie zijn. Ze zijn tevens een antwoord.

In jullie, in jullie jonge harten, brandt het verlangen naar echte broederlijkheid onder alle mensen, zonder scheuringen, tegenstellingen en discriminaties. Zeker. Het verlangen naar broederlijkheid en veelvoudige solidariteit dragen jullie jongeren in je; jullie wensen zeker niet de wederkerige strijd van mens tegen mens in welke vorm dan ook. Is dit verlangen naar broederlijkheid - de mens is de naaste van de andere mens! de mens is broeder voor de andere mens? - wellicht niet een getuigenis van het feit, dat "jullie de Vader kennen" (zoals de apostel schrijft)? Immers, broeders zijn alleen daar, waar er ook een Vader is. En alleen daar, waar de Vader is, zijn mensen broeders.

Wanneer jullie het verlangen naar broederlijkheid in je draagt, dan betekent dit. "dat het woord Gods in jullie woont". In jullie woont die leer, welke Christus gebracht heeft en die terecht 'Blijde Boodschap' wordt genoemd. Op jullie lippen of minstens diep geworteld in jullie hart is het gebed des Heren, dat begint met de woorden: "Onze Vader". Het gebed dat de Vader openbaart, bevestigt tevens, dat de mensen broeders zijn - en verzet zich met heel zijn inhoud tegen alle programma's die opgesteld zijn volgens het beginsel van de strijd van mens tegen mens in welke vorm dan ook. Het gebed van het "Onze Vader" bevrijdt het hart van de mens van vijandschap. geweld, terrorisme, discriminatie en van alle situaties, waarin de menselijke waardigheid en de rechten van de mens met voeten worden getreden.

De apostel schrijft, dat jullie jongeren sterk zijn in de goddelijke leer: in die leer, welke in het Evangelie van Christus ligt opgesloten en in het gebed van het "Onze Vader" wordt samengevat. Inderdaad, jullie zijn sterk in deze goddelijke leer, jullie zijn sterk in dit gebed. Jullie zijn sterk, omdat dit gebed de liefde in jullie harten laat neerdalen: de welwillendheid, de achting voor de mens, voor zijn leven en zijn waardigheid, voor zijn geweten, zijn overtuigingen en zijn rechten. Wanneer jullie de Vader erkennen, zijn jullie sterk in de kracht van de menselijke broederlijkheid.

Jullie zijn ook sterk voor de strijd: niet voor de strijd tegen de mensen in naam van een of andere ideologie of praktijk die afstand heeft genomen van de wortels van het Evangelie, maar sterk voor de strijd tegen alle boosheid, tegen het echte kwaad: tegen alles, wat God beledigt. tegen alle ongerechtigheid en elke uitbuiting, tegen alle onoprechtheid en elke leugen, tegen alles wat verwondt en vernedert, tegen alles wat het menselijke samenleven en de menselijke betrekkingen verslechtert, tegen elk misdrijf tegen het leven, tegen elke zonde.

De apostel schrijft: "Jullie hebben de boze overwonnen!" Zo is het. Men moet steeds doordringen tot de wortels van het boze en de zonde in de geschiedenis van de mensheid en de kosmos, zoals ook Christus daarin is doorgedrongen in zijn paasgeheim van kruis en verrijzenis. Men mag geen angst hebben, de eerste bewerker van het kwaad bij de naam te noemen: de satan. De tactiek die hij gebruikt heeft en toepast, bestaat erin zich niet openlijk te laten zien, opdat het kwaad dat hij vanaf het begin heeft uitgezaaid, door de mensen zelf, door de systemen en door de betrekkingen tussen de mensen, de klassen en naties zich verder ontwikkelt. om dan ook meer en meer tot 'structurele' zonde te worden en zich steeds minder als 'persoonlijke' zonde laat identificeren. Opdat de mens zich aldus in zekere zin 'bevrijd' voelt van de zonde en tegelijk nochtans altijd dieper in haar verstrikt wordt.

De apostel zegt: "Jongeren, jullie zijn sterk". Het komt alleen erop aan, "dat het woord Gods in jullie woont". Jullie zijn dus sterk: Jullie kunnen op die wijze doordringen tot de verborgen mechanismen van het kwaad, tot zijn wortels; zo zullen jullie geleidelijk de wereld met succes veranderen, ze omvormen, ze menselijker en meer broederlijk maken - en ze tevens dichter bij God brengen. Men kan namelijk de wereld van God losmaken en ze met Hem in tegenspraak brengen. Dit is tegen de natuur van de wereld en tegen de natuur van de mens - tegen de innerlijke waarheid, die de totale werkelijkheid vastlegt! Waarachtig, het hart van de mens is "onrustig, totdat het rust vindt in God". Deze woorden van de grote Augstinus verliezen nooit hun actualiteit. H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. I, 1

Document

Naam: DILECTI AMICI - BEREID TOT VERANTWOORDING
Aan de jongeren in de wereld ter gelegenheid van het Internationale Jaar van de Jeugd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 31 maart 1985
Copyrights: © 1985, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 23 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test