• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Binnen het omvangrijke kader. waarin zich het levensdoel in de jeugd ontplooit, en waar het in contact komt met 'andere mensen', hebben we nu het meest gevoelige punt aangeraakt. Laten we verder eens bekijken hoe dit centrale punt. waarbij ons persoonlijke 'ik' zich opent naar het leven 'met anderen' en 'voor anderen' binnen de huwelijksband, in de heilige Schrift beschreven wordt in een heel belangrijke passage: "Een man verlaat zijn vader en zijn moeder en hecht zich aan zijn vrouw." (Gen. 2, 24) Vgl. Gen. 11, 24

Dit woord "verlaat" verdient speciale aandacht. Vanaf het prille begin verloopt de geschiedenis van de mensheid - en dat zal zo zijn tot het einde toe - via het gezin. Een man komt in een gezin ter wereld door zijn geboorte, die hij aan zijn ouders, zijn vader en moeder, te danken heeft, en op het geëigende moment verlaat hij deze eerste levensomgeving en liefdesgemeenschap om naar een andere over te gaan. Door "vader en moeder te verlaten" draagt ieder van jullie hen tegelijkertijd als het ware in het hart mee: je krijgt op velerlei wijzen het erfgoed mee dat zijn begin en oorsprong heeft in hen en in hun gezin. Op die manier behoudt ieder van jullie, ook wanneer je hen verlaat, het erfgoed dat je ontvangt en dat je voor altijd verbindt met hen die dit aan je gegeven hebben en aan wie je zoveel te danken hebt. En de individuele persoon - hij en zij - zal datzelfde erfgoed op zijn beurt weer blijven doorgeven. Aldus is het vierde van de 'Tien Geboden' ook van zo'n groot belang: "Eert uw vader en uw moeder" (Ex. 20, 12)(Dt. 5, 16)(Mt. 15, 4).

Allereerst betreft het hier het erfgoed dat je een menselijke persoon bent, en vervolgens dat je een mens bent in een meer concrete persoonlijke en sociale situatie. Hierbij speelt de fysieke gelijkenis met de ouders een rol. Nog belangrijker is het gehele erfgoed van de cultuur, waarvan de meest alledaagse kern wordt gevormd door de taal. Jullie ouders hebben ieder van jullie geleerd de taal te spreken die de wezenlijke uitdrukking is van de sociale band met andere mensen. Deze band wordt tot stand gebracht in een kader dat groter is dan het eigen gezin of de naaste omgeving. Dit kader wordt minstens gevormd door een stam en meestal door een volk of een natie waarbinnen je geboren werd.

Op deze wijze wordt het erfgoed van het gezin steeds verder doorgegeven. Door het opgroeien in je gezin heb je deel aan een specifieke cultuur. Ook deel je in de geschiedenis van je volk of natie. De gezinsband betekent tegelijkertijd het lidmaatschap van een gemeenschap die veel groter is dan het gezin en die een wijdere basis vormt voor de persoonlijke identiteit. Het gezin is de eerste leerschool voor ieder van jullie, maar tegelijkertijd word je ook - via het gezin - onderwezen door de stam, het volk of de natie waarmee je verbonden bent door de eenheid van cultuur. taal en geschiedenis.

Dit erfgoed brengt op dezelfde wijze een roeping tot stand in ethische zin. Doordat je het geloof, de waarden en de elementen die deel uitmaken van de cultuur van de samenleving en de geschiedenis van het volk waartoe je behoort. ontvangt en erft, krijgt ieder van jullie geestelijke gaven mee in je individuele mens-zijn. Hier komen we weer terug bij de parabel van de talenten. de talenten die we van de Schepper ontvangen via onze ouders en ons gezin. en ook via de nationale gemeenschap waartoe we behoren. Ten opzichte van dit erfgoed kunnen we geen passieve houding aannemen. en nog minder een defaitistische. zoals de laatste knecht deed in de parabel van de talenten. Vgl. Mt. 25, 14-30 Vgl. Lc. 19, 12-26 We moeten alles in het werk stellen om dit geestelijke erfgoed te ontvangen, het te bevestigen, te behouden en het te laten groeien. Dit is een belangrijke taak voor alle volksgemeenschappen en misschien in het bijzonder voor die welke zich moeten verdedigen tegen het gevaar van vernietiging van buitenaf of tegen het verval juist binnen de eigen existentie en de wezenlijke identiteit van de natie zelf.

Terwijl ik dit schrijf aan jullie, jonge mensen, probeer ik me de complexe situaties van de afzonderlijke stammen, volken en naties in onze wereld voor ogen te stellen. Jullie jeugd en het levensdoel. dat jullie je gedurende je jonge jaren gaan uitstippelen, zijn vanaf het begin een deel van de geschiedenis van deze verschillende gemeenschappen, en dat niet 'los ervan', maar juist op heel bijzondere wijze 'er midden in'. Het is voor jullie belangrijk je bewust te zijn dat je deel uitmaakt van een gezin en vervolgens van een natie: het is iets van het hart en van je geweten. Het begrip 'vaderland' ontwikkelt zich onmiddellijk na het begrip 'gezin' en in zekere zin ook door een wisselwerking tussen beide. En naarmate je deze sociale band ervaart die een grotere reikwijdte heeft dan het gezin, zul je ook beginnen te delen in de verantwoordelijkheid voor het gemeenschappelijke goed van die grotere familie van je eigen aardse 'vaderland'. De prominente figuren uit de geschiedenis van een natie, van vroegere tijden of van meer recente datum, zijn daarbij voor je jeugd een gids en ze voeden de ontwikkeling van die sociale liefde, welke meestal 'vaderlandsliefde' genoemd wordt.

Document

Naam: DILECTI AMICI - BEREID TOT VERANTWOORDING
Aan de jongeren in de wereld ter gelegenheid van het Internationale Jaar van de Jeugd
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Apostolische Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 31 maart 1985
Copyrights: © 1985, Stichting Verkondiging, Roermond
Bewerkt: 23 juni 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test