• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Hier komen twee zaken naar voor: vooreerst bestaat vanaf dat moment in de Kerk een ambt van de naastenliefde. De Kerk moet niet alleen het woord verkondigen, maar het ook in praktijk brengen, in naastenliefde en waarheid. Vervolgens moeten deze personen niet alleen een goede faam hebben, maar ze dienen ook vervuld te zijn van de Heilige Geest en van wijsheid, wat betekent dat zij niet alleen bekwame organisatoren moeten zijn van het “doen”, maar dat hun “doen” in een geest van geloof in Gods licht moet gebeuren, met de wijsheid des harten, en dat hun functie, ook al is zij vooral praktisch van aard, toch ook spiritueel is. Naastenliefde en rechtvaardigheid zijn niet uitsluitend sociale activiteiten, doch spirituele activiteiten voltrokken in het licht van de Heilige Geest. Wij kunnen dus zeggen dat de apostelen door deze beslissing het hoofd bieden aan deze situatie met grote zin voor verantwoordelijkheid: er worden zeven mannen gekozen; de apostelen bidden om de kracht van de Heilige Geest; vervolgens leggen zij hun de handen op opdat zij bijzonder zouden toegewijd zijn aan deze diaconie van de naastenliefde. Zo wordt in het leven van de Kerk en in haar eerste stappen, op een zekere manier weerspiegeld wat gebeurd is in het leven van Jezus, in het huis van Marta en Maria in Bethanië. Marta was helemaal in beslag genomen door de dienst van gastvrijheid voor Jezus en Zijn leerlingen; Maria van haar kant, luistert geheel en al naar het woord van de Heer. Vgl. Lc. 10, 38-42 In beide gevallen zijn de ogenblikken van gebed - het luisteren naar God en de dagelijkse bezigheden - de beoefening van de naastenliefde, niet aan elkaar tegengesteld. Jezus’ woord: “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden” (Lc. 10, 41-42), evenals de reflectie van de apostelen: “terwijl wij ons zullen blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord” (Hand. 6, 4), wijzen op de prioriteit die wij aan God moeten geven. Ik wil nu niet verder ingaan op de interpretatie van deze perikoop over Marta en Maria. Activiteit voor de naaste, de andere, wordt in geen geval veroordeeld, maar er wordt onderlijnd dat deze activiteit ook innerlijk moet doordrongen zijn van een geest van contemplatie. Trouwens, de heilige Augustinus zegt dat deze realiteit die Maria ervaart, een kijk is op onze situatie in de hemel en dat wij die op aarde nooit helemaal kunnen beleven, doch een beetje anticipatie moet in al ons werk aanwezig zijn. Het schouwen van God moet er ook in aanwezig zijn. We mogen ons niet verliezen in puur activisme, maar moeten ons altijd laten doordringen van het licht van Gods woord, zelfs in ons werk; zo moeten we de ware naastenliefde leren, de ware dienst aan de andere, die niet zo veel dingen nodig heeft – de noodzakelijke zeker en vast – maar die vooral nood heeft aan de genegenheid van ons hart, het licht van God.

Document

Naam: HET PRIMAAT VAN HET GEBED EN HET WOORD VAN GOD (HAND. 6, 1-7)
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiëntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 april 2012
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana
Vert.: Sorores Christi; alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test