• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Laten wij elkaar in het oog houden”: verantwoordelijkheid voor onze broeders en zusters

Dit eerste aspect is een uitnodiging om elkaar “in het oog te houden”: het Griekse werkwoord dat hier wordt gebruikt is katanoein, dat betekent nauwkeurig bekijken, oplettend zijn, zorgvuldig gadeslaan, in het oog houden. Wij komen dit woord in het Evangelie tegen, wanneer Jezus zijn leerlingen uitnodigt op de raven te letten, die zonder zich in te spannen in het middelpunt van de aandachtsvolle en zorgzame goddelijke voorzienigheid staan Vgl. Lc. 12, 24 , en te “kijken naar” de balk in ons eigen oog alvorens naar de splinter in dat van onze broeder Vgl. Lc. 6, 41 . In een ander vers van de Brief aan de Hebreeën vinden wij de aanmoediging om “uw ogen op Jezus te richten” (Hebr. 3, 1), de apostel en hogepriester van het geloof. Dus het werkwoord dat aan het begin van onze aansporing staat, zegt ons anderen, allereerst Jezus, in het oog te houden, zorg te hebben voor elkaar en niet geïsoleerd te blijven en onverschillig ten opzichte van het lot van onze broeders en zusters. Onze houding is echter maar al te vaak juist het tegenovergestelde: onverschilligheid en desinteresse, die voortkomen uit egoïsme en gemaskeerd worden als respect voor “privacy”. Ook vandaag spoort de stem van de Heer ons allen aan elkaar in het oog te houden. Ook vandaag vraagt God ons “hoeders” van onze broeders en zusters te zijn (Gen. 4, 9), relaties aan te gaan die zijn gebaseerd op wederzijdse aandacht en attentie voor het welzijn, het algehele welzijn van anderen. Het grote gebod van de liefde voor elkaar vraagt dat wij onze verantwoordelijkheid erkennen voor hen die evenals wij schepselen en kinderen van God zijn. Het feit dat wij broeders en zusters zijn in het mens-zijn en in veel gevallen ook in het geloof, zou ons moeten helpen in anderen een waar alter ego, oneindig bemind door de Heer, te herkennen. Als wij deze manier van anderen te zien als onze broeder en zuster ontwikkelen, dan zullen in ons hart solidariteit, gerechtigheid, barmhartigheid en medelijden opwellen. De dienaar Gods Paulus VI zei dat de wereld vandaag vooral lijdt aan een gebrek aan broederlijkheid: “De wereld is ziek. Haar ziekte bestaat niet zo zeer in het verkwisten van de natuurlijke hulpbronnen of de inbeslagname ervan door enkelen, als wel in het gebrek aan broederlijke gezindheid tussen de mensen en tussen de volkeren” H. Paus Paulus VI, Encycliek, Over de ontwikkeling van de volken, Populorum Progressio (26 mrt 1967), 66.

Zorg voor anderen houdt in verlangen naar wat goed is voor hen, in alle opzichten: lichamelijk, moreel en geestelijk. De hedendaagse cultuur lijkt het gevoel voor goed en kwaad te hebben verloren, toch is er werkelijk behoefte aan opnieuw de herbevestiging dat het goede bestaat en de overhand zal krijgen, omdat God “goedgunstig is en zijn daden goed zijn” (Ps. 119, 68). Goed is alles wat leven, broederlijkheid en gemeenschap schenkt, beschermt en bevordert. Verantwoordelijkheid voor anderen betekent dus verlangen naar en werken voor het welzijn van anderen, in de hoop dat ook zij ontvankelijk zullen worden voor het goede en wat daar voor nodig is. Zorg voor anderen betekent zich bewust te zijn van hun noden. De Heilige Schrift waarschuwt ons voor het gevaar dat ons hart ongevoelig kan worden door een soort “geestelijke anesthesie”, die ons gevoelloos maakt voor het lijden van de ander. De evangelist Lucas vertelt twee parabels van Jezus als voorbeeld. In de parabel van de Barmhartige Samaritaan gaan de priester en de leviet “voorbij”, zonder oog te hebben voor de man die is beroofd en geslagen door rovers Vgl. Lc. 10, 30-32 . In de parabel van de rijke en Lazarus slaat de rijke man geen acht op de armoede van Lazarus, die pal voor zijn deur sterft van de honger Vgl. Lc. 16, 19 . Beide parabels laten voorbeelden zien van het tegenovergestelde van “letten op elkaar”, naar de ander kijken met liefde en medeleven. Wat staat dit menselijke en liefdevolle kijken naar onze broeders en zusters in de weg? Vaak is het het bezit van materiële rijkdom en een gevoel van voldaanheid, maar het kan ook de neiging zijn om onze belangen en problemen boven al het andere te stellen. Wij zouden te allen tijde in staat moeten zijn “medeleven te tonen” jegens hen die lijden. Ons hart zou nooit dermate in beslag moeten worden genomen door onze zaken en problemen dat het niet meer de hulproep van de armen hoort. Nederigheid van hart en persoonlijke ervaring met het lijden kan in ons een gevoel van medelijden en empathie opwekken. “De rechtvaardige erkent het recht van de armen, de zondaar heeft er geen begrip voor” (Spr. 29, 7). Dan kunnen wij de zaligspreking begrijpen van “de treurenden” (Mt. 5, 5), degenen die werkelijk in staat zijn verder te kijken dan zichzelf en medelijden te voelen met het lijden van anderen. Anderen de hand reiken en ons hart openen voor hun noden kan een gelegenheid worden voor heil en geluk.

“Op elkaar letten” houdt ook in bezorgd te zijn voor het geestelijk welzijn van de ander. Hier zou ik een aspect van het christelijk leven willen vermelden dat, naar ik denk, geheel is vergeten: de broederlijke terechtwijzing met het oog op het eeuwige heil. Vandaag zijn wij in het algemeen zeer gevoelig voor de idee van de liefdadigheid en het zorgen voor het lichamelijk en materieel welzijn van de ander, maar wij hullen ons bijna geheel in stilzwijgen wanneer het gaat om onze geestelijke verantwoordelijkheid voor onze broeders en zusters. Dit was niet het geval in de vroege Kerk of in die gemeenschappen die waarlijk volwassen zijn in het geloof, die niet alleen bezorgd zijn om de lichamelijke gezondheid van hun broeders en zusters, maar ook om hun geestelijke gezondheid en hun uiteindelijke bestemming. De Schriften vertellen ons: “Maak een spotter geen verwijten: hij gaat u maar haten. Doe het een wijze: die zal u waarderen. Deel mee aan een wijze en hij zal nog wijzer worden, onderricht een rechtvaardige en hij zal zijn geweten nog vermeerderen” (Spr. 9, 8-9). Christus zelf gebiedt ons een broeder terecht te wijzen die een zonde begaat Vgl. Mt. 18, 15 . Het werkwoord dat wordt gebruikt om broederlijke terechtwijzing aan te geven – elenchein – is hetzelfde als het werkwoord dat wordt gebruikt om de profetische zending aan te duiden van de Christenen, namelijk zijn stem verheffen tegen een generatie die toegeeft aan het kwaad Vgl. Ef. 5, 11 . De traditie van de Kerk heeft “zondaars vermanen” opgenomen in de werken van barmhartigheid. Het is belangrijk deze dimensie van de christelijke liefde opnieuw te ontdekken. Wij moeten ten opzichte van het kwaad niet zwijgen. Ik denk aan al die Christenen die vanuit menselijk standpunt of uit louter persoonlijk gemakzucht zich aanpassen aan de heersende mentaliteit in plaats van hun broeders en zusters te waarschuwen tegen een manier van denken en handelen die tegengesteld zijn aan de waarheid en niet de weg van het goede volgen. Christelijke vermaning wordt, wat dit betreft, nooit gemotiveerd door een geest van wederzijdse beschuldiging. Zij wordt altijd gedreven door liefde en barmhartigheid en komt voort uit een echte bezorgdheid voor het welzijn van de ander. Zoals de apostel Paulus zegt: “Als iemand op een misstap betrapt wordt, moet gij, geestelijke mensen, zo iemand in een geest van zachtmoedigheid oprichten; let tegelijk op jezelf, jij kunt ook in verzoeking komen” (Gal. 6, 1). In een wereld die is doortrokken van individualisme is het essentieel het belang van de broederlijke terechtwijzing opnieuw te ontdekken, zodat wij samen de weg naar heiligheid kunnen gaan. De Schrift vertelt ons dat “de rechtvaardige zevenmaal valt “ (Spr. 24, 16); wij zijn allen zwak en onvolmaakt Vgl. 1 Joh. 1, 8 . Het is dan een grote dienst om anderen te helpen en hen ons te laten helpen, zodat wij kunnen openstaan voor de hele waarheid omtrent onszelf, ons leven kunnen beteren en de wegen van de Heer rechtschapener kunnen bewandelen. Er zal altijd behoefte zijn aan een blik die liefheeft en vermaant, die kent en begrijpt, die onderscheidt en vergeeft Vgl. Lc. 22, 61 , zoals God heeft gedaan en blijft doen met ieder van ons.

Document

Naam: LATEN WIJ ELKAAR IN HET OOG HOUDEN OM MET ELKAAR TE WEDIJVEREN IN LIEFDE EN DADEN VAN LIEFDE” (HEB. 10, 24)
Boodschap voor de Veertigdagentijd 2012
Soort: Paus Benedictus XVI - Boodschap
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 3 november 2011
Copyrights: © 2012, Libreria Editrice Vaticana / SRKK, Utrecht
Vert.: drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 6 augustus 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test