• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Teneinde het probleem van de bestaande bedreigingen voor het leven op de juiste manier te trotseren en de meest geëigende verdediging van het menselijk leven tegen genoemde aanvallen te vinden, moeten wij vóór alles de essentiële elementen, zowel de positieve als de negatieve, van het huidige antropologische debat onderzoeken.

Het essentiële gegeven waarvan wij moeten uitgaan, is en blijft de Bijbelse visie op de mens, op voorbeeldige wijze geformuleerd in de scheppingsverhalen. De kern van het menselijk wezen dat voorafgaat aan en zich nooit verliest in de geschiedenis, wordt door de bijbel op tweeërlei wijze aangeduid:

  1. De mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God (Gen. 1, 26); ook het tweede scheppingsverhaal drukt de identieke gedachte uit dat de mens, uit stof gemaakt, de goddelijke adem van het leven in zich draagt.

    De mens is gekenmerkt door een nabijheid aan God, die eigen is aan zijn wezenheid; de mens is ontvankelijk voor God (capax Dei), staat als dusdanig onder Gods persoonlijke bescherming, en is 'heilig': "Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed wordt door de mensen vergoten, want als zijn beeld heeft God de mens gemaakt" (Gen. 9, 6).

    Dit is een onweerlegbaar vonnis van het goddelijk recht, dat geen enkele uitzondering toelaat: het menselijk leven is onaantastbaar, omdat het Gods eigendom is.

  2. Alle mensen samen vormen een unieke mens, omdat zij voortspruiten uit één en dezelfde vader Adam en één en dezelfde moeder Eva, "de moeder van alle levenden" (Gen. 3, 20).

    Deze enigheid van het menselijk leven die tevens gelijkheid, dezelfde grondrechten, met zich meebrengt, wordt na de zondvloed plechtig herhaald en opnieuw ingeprent. Om de gemeenschappelijke oorsprong van alle mensen verder vast te stellen, wordt in het tiende hoofdstuk van Genesis de afstamming van de hele mensheid vanaf Noach uitvoerig beschreven: "Deze drie waren de zonen van Noach, en door hen werd de gehele aarde bevolkt" (Gen. 9, 19).

Deze beide gezichtspunten, te weten de goddelijke waardigheid van het menselijk wezen en de enigheid van zijn oorsprong en zijn doel, worden definitief bezegeld door de figuur van de tweede Adam, Christus: Gods Zoon is gestorven voor allen om hen te verenigen in de definitieve verlossing van de goddelijke afstamming. Aldus wordt de gemeenschappelijke waardigheid van alle mensen optimaal verduidelijkt: "Er is geen jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij één persoon in Jezus Christus" (Gal. 3, 28).

Deze Bijbelse boodschap, identiek van de eerste tot de laatste pagina, levert het fundament van de menselijke waardigheid en rechten; het is de belangrijkste erfenis van authentiek humanisme, toevertrouwd aan de kerk die deze boodschap dient in te planten in alle culturen, sociale en grondwettelijke systemen.

Document

Naam: HET PROBLEEM VAN DE BEDREIGINGEN VOOR HET MENSELIJK LEVEN
Overzicht gegeven bij het Buitengewone Consistorie over dit thema
Soort: Joseph Kardinaal Ratzinger
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 4 april 1991
Copyrights: © 1991, Kerkelijke Documentatie p. 161
Vert.: dhr. A.J. Geuns, alineanummering en -indeling: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test