• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

“God, Gij toont uw grootheid vooral als Gij ons genadig zijn en barmhartigheid bewijst”, zo hebben we in het openingsgebed openingsgebed van de 26ste zondag door het jaar, jaar A gebeden. In de Eerste lezing Ez. 18, 25-28 hoorden wij hoe God in de geschiedenis van Israël de macht van zijn erbarming kenbaar maakte. De ervaring van de Babylonische ballingschap had het volk in een geloofscrisis gestort: Waarom was dit onheil losgebarsten? Was God niet werkelijk almachtig?

Bij het zien van al het verschrikkelijke wat in de wereld gebeurt, zijn er tegenwoordig theologen die zeggen dat God niet almachtig kan zijn. Daarentegen belijden wij dat God, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde is. Wij zijn blij en dankbaar dat Hij almachtig is. Maar wij moeten ons tegelijk bewust worden dat Hij zijn macht anders uitoefent dan wij mensen gewoon zijn te doen. Hij heeft aan zijn macht zelf een grens gesteld waarin Hij de vrijheid van zijn schepsels erkent. Wij zijn blij en dankbaar voor die gave van vrijheid. Maar als we zien hoe met die gave omgegaan wordt, dan schrikken wij toch. Vertrouwen wij God, wiens macht zich vooral in erbarming en vergeving toont. En wees ervan verzekerd, lieve gelovigen: God verlangt naar het heil van zijn volk. Hij verlangt naar ons heil. Altijd, en vooral in tijden van nood en van diepgaande veranderingen, is Hij ons nabij, slaat zijn hart voor ons, keert Hij zich tot ons. Opdat de kracht van zijn erbarmen onze harten kan beroeren, behoeft het openheid voor Hem, is de bereidheid nodig van het kwade af te zien, uit de onverschilligheid op te staan en zijn woord ruimte te geven. God respecteert onze vrijheid. Hij dwingt ons niet.

Jezus pakt dit grondthema in de profetische prediking van het Evangelie op. Hij vertelt de gelijkenis van de twee zonen, die door de vader uitgenodigd worden in de wijngaard te werken. De eerste zoon antwoordde: “Goed vader, maar hij deed het niet” (Mt. 21, 29). De ander daarentegen zei tot zijn vader: “Ik wil niet, maar later kreeg hij spijt en ging toch” (Mt. 21, 30). Op de vraag van Jezus wie van beiden de wil van de vader gedaan heeft, antwoorden de toehoorders: “De laatste” (Mt. 21, 31). De boodschap van de gelijkenis is duidelijk: Niet op het woord, maar op de daad komt het aan, op de daden van bekering en van het geloof.
Jezus richt deze boodschap aan de hogepriester en de oudsten van het volk, dus aan de religieuze experts van het volk Israel. Zij zeggen eerst ja tegen Gods wil. Maar hun religiositeit werd routine, en God verontrust hen niet meer. De boodschap van Johannes de Doper en de boodschap van Jezus ervaren zij daarom als storend. Zo eindigt de Heer met drastische woorden zijn gelijkenis: “Tollenaars en ontuchtige vrouwen gaan eerder dan gij het Rijk Gods binnen. Johannes kwam tot u en beoefende de gerechtigheid; toch hebt gij hem geen geloof geschonken, terwijl de tollenaars en de ontuchtige vrouwen hem wel geloof schonken. Maar zelfs, nadat ge dit had gezien, zijt ge toch niet tot inkeer gekomen en hebt ge hem geen geloof geschonken” (Mt. 21, 31-32).
In de taal van onze tijd vertaald zou het Woord ongeveer zo klinken: Agnostici, die met de vragen naar God bezig zijn; mensen, die onder onze zonden lijden en verlangen naar een rein hart hebben, zijn dichter bij het Rijk Gods dan kerkelijke routiniers, die in haar slechts nog het apparaat zien, zonder dat hun hart door het geloof beroerd zou worden.

Zo moet Jezus’ woord ons allen tot nadenken stemmen, ja, ons wakker schudden. Dit betekent echter heus niet, dat nu allen, die in de Kerk leven en voor haar werken, eerder als ver van Jezus en Gods Rijk geclassificeerd zouden zijn. Wis en waarachtig niet! Nee, dit is veel meer het moment, om aan de vele professionele en vrijwillige medewerkers, zonder wie het leven in de parochies en in de kerken in het geheel niet denkbaar zou zijn, een woord van hartelijke dank uit te spreken. De Kerk in Duitsland heeft vele sociale en charitatieve instellingen, waarin de naastenliefde, die ook ten dienste van de maatschappij staat en van de gehele wereld, uitgeoefend wordt. Allen, die zich in caritas-verband of in andere kerkelijke organisaties engageren of die hun tijd en kracht grootmoedig voor de eredienst in de kerk ter dienste stellen, wil ik graag mijn dank en mijn waardering laten blijken. Tot deze dienst behoort allereerst kennis van zaken en professionele bekwaamheid. Maar in de betekenis van de verwijzing van Jezus hoort daar meer bij: een open hart, dat zich door Jezus’ liefde laat raken, en zo de naaste, die ons nodig heeft, meer geeft dan alleen technische service: de liefde, waarin voor de ander de liefhebbende God-Christus zichtbaar wordt.

Vragen wij aan onszelf: hoe staat het met mijn persoonlijke relatie tot God – in het gebed, in de zondagse viering van de H. Mis, in de verdieping van het geloof door het overdenken van de Heilige Schrift en het bestuderen van de Catechismus-Compendium
Catechismus van de Katholieke Kerk
(15 augustus 1997)
?
Lieve vrienden! De vernieuwing van de kerk kan uiteindelijk alleen door de bereidwilligheid tot bekering en door een hernieuwd geloof komen.

Document

Naam: TIJDENS DE H. MIS OP HET VLIEGVELD CITY-AIRPORT BIJ FREIBURG IM BREISGAU
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 25 september 2011
Copyrights: © 2011, Libreria Editrice Vaticana
Werkvertaling, alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 23 september 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test