29 november 2010
De Kerk gelooft ‘dat de allerheiligste Maagd Maria vanaf het begin van haar ontvangenis door een bijzondere genade van de almachtige God, met het oog op de verdiensten van Jezus Christus, de Redder van het menselijk geslacht, gevrijwaard bleef van iedere smet van de erfzonde.’ (Dogma van 1854; Dogma) Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 487-492.508
Het geloof in de ‘onbevlekte ontvangenis’ bestaat vanaf het begin van de Kerk. Het begrip is momenteel vatbaar voor misverstanden. Het wil zeggen dat God Maria gevrijwaard heeft voor de erfzonde, en wel vanaf het begin. Het zegt niets over hoe Jezus ontvangen is in het lichaam van Maria. En het vertegenwoordigt al helemaal niet een negatieve christelijke visie op seksualiteit, alsof man en vrouw zich zouden ‘bevlekken’ wanneer zij een kind verwekken.
Maria was volledig aanspreekbaar en open voor God (Lc. 1, 38). Zo kon zij door het werken van de Heilige Geest de ‘Moeder van God’ worden - en als moeder van Christus ook de Moeder van de Christenen, ja de Moeder van alle mensen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 721-726
Maria maakte voor de Heilige Geest het wonder aller wonderen mogelijk: de menswording van God. Zij gaf God haar jawoord: ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord’ (Lc. 1, 38). Gesterkt door de Heilige Geest ging zij met Jezus door dik en dun, tot onder het kruis. Daar heeft Jezus haar ons allen tot Moeder gegeven (Joh. 19, 25-27).
Maria is de Moeder van God. Zij was op aarde als geen ander mens verbonden met Jezus - een band, die ook in de hemel niet ophoudt. Maria is de koningin van de hemel en ons in haar moederlijkheid heel nabij. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 972
Omdat zij zich met lichaam en ziel toevertrouwde aan een gevaarlijke, zij het goddelijke onderneming, werd Maria met lichaam en ziel opgenomen in de hemel. Wie als Maria leeft en gelooft, komt in de hemel.