• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Waarom geloven wij in de verrijzenis van het ‘vlees’?

Het Bijbelse woord ‘vlees’ verwijst naar de mens in zijn zwakheid en sterfelijkheid. God beschouwt het menselijke vlees echter niet als iets minderwaardigs. In Jezus Christus werd Hij zelf ‘vlees’ (incarnatie) om de mensen te verlossen. God verlost niet alleen de geest van de mens, Hij verlost hem geheel, met lichaam en ziel. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 988-991.997-1001.1015

God heeft ons met lichaam (vlees) en ziel geschapen. Hij laat het ‘vlees’, ja, de hele schepping, aan het einde van de wereld niet zomaar vallen als een afgedankt stuk speelgoed. Op de ‘laatste dag’ zal Hij ons in het vlees opwekken – dat wil zeggen: we zullen veranderd zijn, maar ons toch in ons element voelen. Ook voor Jezus was het in-het-vlees-zijn geen episode. Toen de Verrezen Heer zich vertoonde, zagen de leerlingen zijn littekens.

Wat gebeurt er met ons als wij sterven?

In de dood worden lichaam en ziel van elkaar gescheiden. Het lichaam ontbindt, terwijl de ziel naar God gaat en wacht totdat ze op de jongste dag weer met het opgewekte lichaam verenigd wordt. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 992-1004.1016-1018

Het hoe van de verrijzenis van ons lichaam is een mysterie. Een beeld kan ons helpen het te geloven: aan een tulpenbol kunnen we niet zien tot wat een prachtige bloem hij zich in de donkere aarde zal ontwikkelen. Zo weten wij ook niets over het toekomstige uiterlijk van ons nieuwe lichaam. Maar Paulus weet zeker: ‘Wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt’ (1 Kor. 15, 43, a).

Waaruit bestaat de hemel?

De hemel is het eindeloze moment van liefde. Niets scheidt ons meer van God, van wie onze ziel houdt en naar wie ze een leven lang gezocht heeft. Samen met alle engelen en heiligen mogen we ons voor altijd met en over God verheugen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1023-1026.1053

Wie een verliefd stel elkaar vol liefde ziet aankijken, of wie een baby aan de moederborst ziet die de ogen van zijn moeder zoekt alsof hij iedere glimlachje voor altijd wil opslaan, krijgt een vaag vermoeden van de hemel. God te mogen zien, van aangezicht tot aangezicht – dat is als één enkel oneindig moment van liefde.

Wat is het vagevuur (purgatorium)?

Het vagevuur, vaak als plaats voorgesteld, is eerder een toestand. Wie in de genade van God sterft (dus in vrede met God en de mensen), maar nog loutering nodig heeft voordat hij God van aangezicht tot aangezicht kan zien - die is in het vagevuur. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1030-1031

Toen Petrus Jezus verraden had, draaide de Heer zich om en keek Petrus aan: ‘En Petrus huilde bitter’ – een gevoel als in het vagevuur. En zo een vagevuur wacht vermoedelijk de meeste mensen in het moment van onze dood: de Heer kijkt ons vol liefde aan – en wij voelen brandende schaamte en smartelijke rouw over ons kwade of ook ‘alleen maar’ liefdeloze gedrag. Pas na deze louterende pijn zullen we in staat zijn zijn liefdevolle blik in ongestoorde hemelse vreugde te beantwoorden.

Kunnen wij overledenen helpen die zich in de toestand van het vagevuur bevinden?

Ja, omdat alle gedoopten in Christus een gemeenschap vormen en onderling verbonden zijn, kunnen ook de levenden de zielen van de overledenen in het vagevuur helpen. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1032

Als de mens dood is, kan hij niets meer voor zichzelf doen. De tijd van het actieve waar maken is voorbij. Maar wij kunnen iets voor de overledenen in het vagevuur doen. Onze liefde reikt tot in het hiernamaals. Door ons vasten, bidden en onze goede werken, maar vooral door de viering van de heilige Eucharistie kunnen wij smeken om genade voor de overledenen.

Wat is het laatste of jongste oordeel?

Het laatste of jongste oordeel zal plaatsvinden aan het eind van de tijden, bij de wederkomst van Christus. ‘Wie het goede gedaan heeft, staat op om te leven; wie het slechte gedaan heeft, staat op om veroordeeld te worden’ (Joh. 5, 29). Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 1038-1041.1058-1059

Als Christus in heerlijkheid weerkomt, zal zijn volle licht op ons schijnen. De waarheid zal aan het licht komen: onze gedachten, onze daden, onze verhouding met God en de mensen – niets zal meer verborgen zijn. Wij zullen de definitieve zin van de schepping ontdekken, de wonderbare wegen van God tot ons heil begrijpen en eindelijk ook antwoord krijgen op de vraag waarom het kwaad zo machtig mag zijn, als God toch de uiteindelijke macht heeft. Het jongste oordeel is ook het oordeel over ons. Hier wordt beslist of wij opgewekt worden tot het eeuwige leven, of voor altijd van God gescheiden worden. Aan hen die het leven gekozen hebben, zal God nog eenmaal scheppend handelen. In een ‘nieuw lichaam’ (2 Kor. 5, 1) zullen zij voor altijd leven in Gods heerlijkheid en Hem met lichaam en ziel prijzen.

Document

Naam: YOUCAT
Jongerencatechismus van de Katholieke Kerk - met een woord vooraf door Paus Benedictus XVI
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 29 november 2010
Copyrights: © 2011-2013, 3e Druk - Uitgeverij Lannoo nv (voor de Nederlandse vertaling)
Bewerkt: 6 oktober 2021

Opties

Internetadres
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2025, Stg. InterKerk, Schiedam, test