• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De zending van Christus de Verlosser, welke aan de Kerk is toevertrouwd, is nog lang niet voltooid. Een blik op het geheel van de mensheid op het eind van het tweede millennium na zijn komst toont aan dat die zending pas aan haar begin staat en dat wij ons met alle kracht moeten inzetten om haar te dienen. De Geest spoort ons aan om Gods grote daden te verkondigen: ”Dat ik het evangelie predik, is voor mij geen reden om te roemen: ik kan niet anders. Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig!” (1 Kor. 9, 16).

Ik voel het als een dringende plicht deze uitroep van Sint Paulus in naam van de gehele Kerk te herhalen. Van het begin van mijn pontificaat af heb ik willen reizen tot het uiteinde der aarde om uiting te geven aan deze zorg voor de missie, en juist het directe contact met de volken die Christus niet kennen heeft mij nog meer overtuigd van de urgentie van de missieactiviteit, waaraan ik deze encycliek wijdt.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft het leven en de activiteit van de Kerk willen vernieuwen overeenkomstig de noden van de huidige wereld; het heeft het missiekarakter daarvan benadrukt en gebaseerd op de dynamiek van de trinitaire zending zelf. De drang tot missioneren behoort dus tot de innerlijke natuur van het christelijk leven en geeft ook bezieling aan de oecumenische beweging: ”Dat zij allen één mogen zijn (...) opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt” (Joh. 17, 21).

"Die zorg zal een motief en een stimulans vormen voor een hernieuwde oecumenische inspanning. De banden die er zijn tussen de oecumenische activiteit en de missieactiviteit maken het nodig twee daarmee samenhangende factoren in aanmerking te nemen. Van de ene kant moet men erkennen dat «de verdeeldheid van de christenen afbreuk doet aan de Heilige zaak van de verkondiging van het evangelie aan heel de schepping en voor velen de toegang tot het geloof afsluit" 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 6. Het feit dat de Blijde Boodschap van de verzoening verkondigd wordt door christenen die onderling verdeeld zijn, verzwakt hun getuigenis en daarom is het dringend noodzakelijk te werken voor de eenheid van de christenen, opdat de missieactiviteit meer doeltreffend kan zijn. Tegelijk moet men niet vergeten dat de inspanningen voor de eenheid op zich een teken vormen van het werk van de verzoening dat God onder de mensen voltrekt.

Van de andere kant is het waar dat allen die het doopsel in Christus ontvangen hebben in een zekere, zij het niet volkomen gemeenschap met elkaar staan. Het is op grond hiervan dat het Concilie de aanwijzing heeft gegeven “dat de katholieken, met uitsluiting van iedere schijn zowel van onverschilligheid en verwarring als van ongezonde naijver, overeenkomstig de richtlijnen van het decreet over de katholieke deelneming aan de oecumenische beweging met de van hen gescheiden broeders broederlijk samenwerken door een gemeenschappelijke belijdenis, voor zover aanwezig, van het geloof in God en in Jezus Christus ten overstaan van de volkeren en door samenwerking zowel op sociaal en technisch als op cultureel en godsdienstig gebied” 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 15 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3.

De oecumenische activiteit en het eensgezind getuigen van Christus door de christenen die tot verschillende kerken en kerkelijke gemeenschappen behoren, hebben reeds overvloedige vruchten voortgebracht. Maar het is steeds dringender dat zij samenwerken en samen getuigen in deze tijd waarin christelijke en parachristelijke sekten verwarring zaaien door hun acties. De uitbreiding van deze sekten vormt een bedreiging voor de katholieke Kerk en voor alle kerkelijke gemeenschappen waarmee zij een dialoog onderhoudt. Overal waar dit mogelijk is en volgens de plaatselijke omstandigheden zal het antwoord van de christenen ook oecumenisch kunnen zijn.

Document

Naam: REDEMPTORIS MISSIO
Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Encycliek
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 7 december 1990
Copyrights: © 1991 - Stichting R.K. Voorlichting
Bewerkt: 15 april 2022

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test