• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij moeten dus de persoon van Christus vertegenwoordigen: maar het door Hem opgedragen gezantschap moet zo worden waargenomen, dat wij hetzelfde doel willen bereiken, dat Hij Zich voor ogen stelt. Omdat nu "het karakteristieke van een hechte vriendschap ten slotte hierin bestaat, dat men hetzelfde wil en hetzelfde niet wil als de vriend", daarom moeten wij, als vrienden van Christus, dezelfde gezindheid hebben als ook in Christus Jezus is, en Jezus is "heilig, onschuldig en vlekkeloos" (Hebr. 7, 26). Als Zijn afgezanten moeten wij de mensen winnen voor Zijn leer en Zijn wet, door natuurlijk zelf op de eerste plaats die te onderhouden; als deelhebbend aan Zijn macht om zielen te bevrijden van de boeien van de zonden, moeten wij alles doen wat wij kunnen, om zelf niet in die boeien verstrikt te raken. Maar vooral, als Zijn bedienaars in het offer bij uitstek, dat met altijddurende kracht voor het leven van de wereld wordt vernieuwd, moeten wij in de zielsgesteltenis zijn, waarin Hijzelf op het altaar van het kruis Zich, als een vlekkeloze offerande aan God opdroeg. Want indien vroeger, terwijl alles slechts schijn en voorafbeelding was, zulk een grote heiligheid van de priesters werd gevorderd, hoe zal dat dan het geval zijn met ons, nu Christus ons slachtoffer is? "Moet dan degene, die zulk een offer geniet, niet de hoogste zuiverheid bezitten? Moet zij niet vlekkelozer zijn dan de zonnestraal, de hand die dat Vlees verdeelt, de mond die met geestelijk vuur wordt gevuld, de tong die door dat huiveringwekkend Bloed wordt roodgekleurd?" H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Mattheüs, In Matthaeum Homilia. 82, nr. 5

Zeer juist drong de H. Carolus Borromaeus in zijn toespraken tot de geestelijkheid hier aldus op aan:

"Als wij ons herinneren, beminde broeders, wat een grote en heilige dingen God de Heer in onze handen heeft gelegd, wat zou de beschouwing daarvan dan een kracht hebben om ons aan te sporen tot een leven, zoals het geestelijken betaamt. Wat heeft de Heer niet in mijn hand gelegd, als Hij Zijn eigen Zoon, Zijn Eengeborene, eeuwig als Hij en Hem volkomen gelijk, in mijn handen heeft gelegd? In mijn handen heeft Hij al Zijn schatten, Zijn sacramenten en Zijn genaden gelegd. Hij heeft er de zielen in gelegd, het kostbaarste dat er voor Hem bestaat, de zielen die Hij in Zijn liefde boven Zijn eigen leven heeft gesteld, die Hij door Zijn Bloed heeft vrijgekocht. In mijn handen heeft Hij de hemel gelegd met de macht die voor anderen te openen en te sluiten.... Hoe kan ik dan tegenover zulk een begenadiging en liefde, zo ondankbaar zijn om tegen Hem te zondigen, om Zijn eer te krenken, om een lichaam, dat Zijn eigendom is, te bezoedelen, om deze waardigheid, dit leven, dat aan Zijn dienst gewijd is, te onteren?"

Document

Naam: HAERENT ANIMO - AD CLERUM
Over de heiligheid van de priesters
Soort: H. Paus Pius X - Apostolische Exhortatie
Auteur: H. Paus Pius X
Datum: 4 augustus 1908
Copyrights: © 1939, Ecclesia Docens 0108
Bewerkt: 14 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test