• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Voor de leden van de katholieke Kerk gaan deze beide aspecten van het eucharistisch geheim, namelijk de Eucharistie als viering van heel de kerkgemeenschap die in één enkel geloof is verenigd én de Eucharistie als voedsel dat beantwoordt aan de behoeften van het persoonlijk en kerkelijk geestelijk leven van ieder, volledig met elkaar samen. Wanneer, zo gauw dat God behaagt, alle leerlingen van Christus in één en dezelfde Kerk zullen zijn verenigd, zal dat eveneens het geval zijn. Maar hoe staat het er voor bij de huidige verdeeldheid van de Christenen? Het is normaal, dat elke gedoopte een geestelijke behoefte heeft aan de Eucharistie. Zij die zich niet in volledige gemeenschap met de katholieke Kerk bevinden, nemen, geprest door hun geweten, hun toevlucht tot de ambtsdragers van hun eigen gemeenschap. Maar wat te doen met hen die niet naar een eigen ambtsdrager toe kunnen gaan of die om andere redenen aan een priester van de katholieke Kerk om de Eucharistie komen vragen?

Het Secretariaat voor eenheid der Christenen
Directorium oecumenicum I
Directorium ter uitvoering van de beslissingen van het Tweede Vaticaans Concilie over oecumenische zaken (14 mei 1967)
heeft al aangegeven, op welke wijze de tweevoudige eis van gaafheid van de kerkgemeenschap en gemeenschappelijk welzijn ongerept dient te worden gehandhaafd. De aanwijzingen van het directorium kunnen worden herleid tot twee algemene richtlijnen:

  1. Welke pastorale initiatieven er in bepaalde gevallen ook dienen te worden genomen, de nauwe band tussen het geheim van de Kerk en dat van de Eucharistie mag in geen geval worden vertekend. Van nature betekent de Eucharistieviering immers volheid van geloofsbelijdenis en van kerkgemeenschap. Dit beginsel mag nooit worden verduisterd, maar moet op dit gebied onze gedragslijn bepalen.
  1. In feite zal dit beginsel niet worden verduisterd, wanneer de toelating tot de katholieke eucharistische Communie in bijzondere gevallen beperkt wordt gehouden tot uitsluitend die Christenen wier geloof ten aanzien van dit sacrament overeenkomt met het geloof van de Kerk en die een waarachtige geestelijke behoefte aan het eucharistisch voedsel gevoelen, maar die zich gedurende langere tijd niet tot een ambtsdrager van hun eigen gemeenschap kunnen wenden en daarom spontaan om dit sacrament vragen, terwijl ze een juiste gesteltenis bezitten en hun levenswijze een Christen waardig is. Deze behoefte dient te worden verstaan in de zin die wij hierboven hebben aangegeven (vgl. n. 3, b en c), namelijk als behoefte aan groei in het geestelijk leven en aan een diepere inlijving in het mysterie van de Kerk en van haar eenheid. Bovendien zal er in de pastoraal tevens op moeten worden toegezien, dat de toelating van andere Christenen tot de eucharistische Communie, zelfs al zijn deze voorwaarden vervuld, geen gevaar of verwarring meebrengt voor het geloof van de katholieke gelovigen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de Oosterse Kerken, Orientalium Ecclesiarum (21 nov 1964), 26

Document

Naam: INSTRUCTIO DE PECULIARIBUS CASIBUS ADMITTENDI ALIOS CHRISTIANOS AD COMMUNIONEM EUCHARISTICAM IN ECCLESIA CATHOLICA
Instructie over toelating van de andere Christenen tot de Eucharistische Communie in de Katholieke Kerk
Soort: Secretariaat voor eenheid der Christenen
Auteur: Johannes Kardinaal Willebrands
Datum: 1 juni 1972
Copyrights: © 1972, Archief van de Kerken jrg 27 nr 32 p. 704-711
Alineaverdeling en -nummering: redactie
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test