• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Wij willen vandaag beschouwen wat Sint-Paulus ons zegt met de tekst: “Gij werd geroepen tot vrijheid” (Gal. 5, 13). De vrijheid is altijd vanaf het begin der tijden en in het bijzonder in de moderne tijd de droom geweest van de mensheid. Wij weten dat Luther zich aan deze tekst uit de Brief aan de Galaten geïnspireerd heeft en de conclusie was dat de monastieke regel, de hiërarchie, het leergezag hem verscheen als een slaafs juk waarvan men zich moest bevrijden. Nadien is de periode van de Verlichting totaal geleid en doordrongen geworden van dit verlangen naar vrijheid, een vrijheid die men dacht eindelijk bereikt te hebben. Maar ook het marxisme heeft zich gepresenteerd als weg naar de vrijheid.

Wij vragen vanavond: wat is de vrijheid? Hoe kunnen wij vrij zijn? Sint-Paulus helpt ons om deze ingewikkelde werkelijkheid van de vrijheid te begrijpen door dit begrip te plaatsen in de context van een fundamentele antropologische en theologische visie. Hij zegt: “Moge deze vrijheid geen voorwendsel worden om te leven volgens het vlees, maar mogen jullie door middel van de liefde ten dienste van elkaar zijn.” De rector heeft ons reeds verteld dat “vlees” niet het lichaam is, maar “vlees” –in de taal van Sint-Paulus- is uitdrukking van de verabsolutering van het ik, van het ik dat alles wil zijn en alles tot zich wil nemen. Het absolute ik, dat van niets en niemand afhankelijk is, lijkt werkelijk en definitief de vrijheid te bezitten. Ik ben vrij indien ik van niets afhankelijk ben, indien ik kan doen wat ik wil. Maar net deze verabsolutering van het ik is “vlees”, d.w.z. verlaging van de mens, niet een verovering van de vrijheid: het libertinisme is niet vrijheid maar veeleer het failliet van de vrijheid.

En Paulus durft een sterke paradox voor te stellen: “Dient elkaar door de liefde” (in het Grieks: douléuete) (Gal. 5, 13); d.w.z. de vrijheid verwerkelijkt zich paradoxalerwijze in het dienen; wij worden vrij indien wij dienaars worden van elkaar. Op deze wijze stelt Paulus het gehele probleem van de vrijheid in het licht van de waarheid van de mens. Door zichzelf te reduceren tot het vlees, en zo schijnbaar zich te verheffen tot de rang van de godheid – “Enkel ik ben de mens”- wordt de leugen ingeleid. Want in werkelijkheid is het niet zo: de mens is geen absoluut iets, alsof het ik zich kan isoleren en gedragen, enkel volgens zijn eigen wil. Dit is tegen de waarheid van wat wij zijn. Onze waarheid is daarentegen dat wij schepselen zijn, schepselen van God en dat wij leven in relatie met de Schepper. Wij zijn relationele zijnden. En enkel door onze relationaliteit te aanvaarden, treden we binnen in de waarheid, zo niet vallen wij in de leugen en in de leugen zullen wij ons uiteindelijk vernietigen. Wij zijn schepselen, d.w.z. afhankelijk van de Schepper. Ten tijde van de Verlichting en vooral voor het atheïsme leek dit een afhankelijkheid te zijn waarvan men zich moest bevrijden. In werkelijkheid, echter, zou er enkel van een fatale afhankelijkheid sprake zijn indien deze God-Schepper een tiran was en niet een goed Wezen, enkel indien Hij zou zijn zoals menselijke tirannen. Maar indien daarentegen deze Schepper ons bemint en onze afhankelijkheid erin bestaat in de ruimte van Zijn Liefde te zijn, in dat geval is net de afhankelijkheid vrijheid. Immers, op deze wijze zijn wij in de liefde van de Schepper, wij zijn verenigd met Hem, met Zijn werkelijkheid, met geheel Zijn kracht. Dit is dus het eerste punt: schepsel zijn wil zeggen bemind zijn door de Schepper, in een liefdesrelatie zijn die Hij ons geeft en waarmee Hij ons voorziet. Hieruit komt vooral de waarheid over onszelf voort, een waarheid die tegelijkertijd een oproep tot liefde is.

Daarom is het zien van God, het zich richten naar God, het kennen van God, het kennen van Zijn wil, het zich invoegen in de wil, dit is de liefde van God een steeds meer binnengaan in de ruimte van de waarheid. Deze weg van de kennis van God, van de liefdesrelatie met God is het buitengewone avontuur van ons christelijk leven. Wij kennen immers in Christus het gelaat van God, het gelaat van God dat ons bemint tot aan het Kruis, tot aan de gave van zichzelf.

Document

Naam: WANNEER NEDERIGHEID ARROGANTIE WORDT
Bij het bezoek aan het Romeins Grootseminarie ter gelegenheid van het feest van Onze Lieve Vrouw van het Vertrouwen (Madonna della Fiducia)
Soort: Paus Benedictus XVI - Toespraak
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 20 februari 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit Italiaans: Jörgen Vijgen
Bewerkt: 20 februari 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test