• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Eerste tekst: Romeinen 3, 25

In Rom. 3, 25, gaat Paulus, nadat hij gesproken heeft over "de verlossing die in Christus Jezus is" (Rom. 3, 25), verder met een formulering die voor ons mysterieus is en zegt Vert.: letterlijk naar de Italiaanse Bijbelvertaling: God heeft Hem "aangewezen als instrument van verzoening door het geloof, in zijn bloed". Met deze voor ons eerder vreemde uitdrukking – "instrument van verzoening"- zinspeelt Paulus op het "verzoendeksel" van de oude tempel, dat wil zeggen de dekplaat van de Ark van het Verbond, die men zag als het punt van contact tussen God en de mens, het punt van zijn mysterievolle aanwezigheid in de wereld van de mensen. Dit "zoendeksel" of deze "verzoenplaat" werd op de grote dag van de verzoening – "yom kippur" – besprenkeld met het bloed van de geofferde dieren – bloed dat symbolisch de zonden droeg die in het afgelopen jaar in de omgang met God waren begaan. Zo werden de zonden die in de afgrond van Gods goedheid waren geworpen, als het ware door de kracht Gods geabsorbeerd, overwonnen, vergeven. Het leven begon opnieuw.

Sint Paulus zinspeelt op deze rite en zegt: Deze rite was uitdrukking van het verlangen dat werkelijk al onze schulden in de afgrond van de goddelijke barmhartigheid geworpen konden worden en men ze zou kunnen doen verdwijnen. Maar met het bloed van dieren is dat gebeuren niet te realiseren. Daar was een meer reëel contact voor nodig tussen menselijke schuld en goddelijke liefde. Dit contact heeft plaatsgevonden in het Kruis van Christus. Christus, waarlijk Zoon van God, die waarlijk mens geworden is, heeft al onze schuld in Zich opgenomen. Hijzelf is de contactplaats tussen menselijke ellende en goddelijk erbarmen; in zijn hart lost de droeve massa op van het kwaad dat door de mensheid is begaan en vernieuwt zich het leven.
Door ons deze verandering duidelijk te maken, zegt Paulus ons: met het Kruis van Christus – die uiterste daad van goddelijke liefde die menselijke liefde is geworden – is er een einde gekomen aan de oude cultus, de oude eredienst met de dierenoffers in de tempel van Jeruzalem. Deze symbolische cultus, deze eredienst van het verlangen, is nu vervangen door de reële cultus: de liefde van God, vleesgeworden in Christus en tot haar voltooiing gebracht in de dood aan het kruis. Dit is dan ook geen spiritualisering van de reële cultus, maar integendeel: De reële cultus, de ware godmenselijke liefde, vervangt de symbolische en voorlopige cultus. Het kruis van Christus, zijn liefde met hart en bloed is de reële cultus die beantwoordt aan de realiteit van God en van de mens. Al vóór de uitwendige verwoesting van de tempel was voor Paulus het tijdperk van de tempel en haar cultus ten einde: hierin stemt Paulus volmaakt overeen met de woorden van Jezus, die het einde van de tempel had aangekondigd en die een andere "niet door mensenhanden gemaakte" tempel had aangekondigd – de tempel van zijn verrezen lichaam Vgl. Mc. 14, 58. vv Vgl. Joh. 2, 19. vv . Dit is de eerste tekst.

Document

Naam: DE GEESTELIJKE EREDIENST
17e catechese in de reeks over de H. Apostel Paulus
Soort: Paus Benedictus XVI - Audiƫntie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 7 januari 2009
Copyrights: © 2009, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling, alineaverdeling en -nummering: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 19 oktober 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test