• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De plicht van solidariteit
Omdat de plicht van solidariteit niet alleen bestaat tussen de afzonderlijke mensen, maar ook tussen de volken, "hebben de rijkere volken de zeer ernstige plicht, de volken in ontwikkeling te helpen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 86 Deze uitspraak van het Concilie dient in praktijk te worden gebracht. Al is het normaal, dat een volk het eerst mag profiteren van de gaven, die Gods voorzienigheid aan dat volk heeft gegeven als vrucht van zijn arbeid, toch mag geen enkel volk er aanspraak op maken om zijn rijkdom uitsluitend voor zichzelf te besteden. Ieder volk moet zoveel en zo goed mogelijk produceren, vooreerst om aan al zijn burgers een echt menswaardig bestaan te bezorgen, en vervolgens om bij te kunnen dragen tot de solidaire ontwikkeling van de mensheid. Gezien de groeiende armoede in de ontwikkelingslanden, is het vanzelfsprekend, dat een welvarend land een deel van zijn productie afstaat om de nood van die volken te lenigen. Het is ook vanzelfsprekend, dat het onderwijskrachten, ingenieurs, technici en wetenschapsmensen vormt, om hun kennis en bekwaamheid in dienst te stellen van die volken.
Afstaan van zijn overvloed

Opnieuw zij gezegd: de overvloed van de rijke landen moet ten goede komen aan de arme landen. De regel, die vroeger voorschreef, dat men zijn naaste moest helpen, moet thans worden uitgestrekt tot het geheel van de noodlijdenden in de wereld. De rijken zullen overigens de eersten zijn, die hier de vruchten van plukken. Daarentegen zullen zij, als zij blijven vasthouden aan hun gierigheid, Gods straf over zich afroepen en de woede van de armen opwekken met gevolgen, die niet te overzien zijn. Als de momenteel rijke landen zich opsluiten in hun egoïsme, tasten zij hun hoogste waarden aan, doordat zij het verlangen om meer te zijn opofferen aan de begeerte om meer te bezitten. Op hen zal men dan met recht de parabel kunnen toepassen van die rijke, wiens landerijen zo'n overvloedige oogst opleverden, dat hij niet wist, waar ze te bergen: "Maar God sprak tot hem: Dwaas! nog deze nacht komt men je leven van je opeisen." (Lc. 12, 20)

Document

Naam: POPULORUM PROGRESSIO
Over de ontwikkeling van de volken
Soort: H. Paus Paulus VI - Encycliek
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 26 maart 1967
Copyrights: © 1967, Ecclesia Docens 0818, uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 8 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test