• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Tijdens de intocht in Jeruzalem, brengt het volk Jezus eer als zoon van David met de woorden van de Pelgrimspsalm 118: “Hosanna, de zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in de hoogste hemel” (Mt. 21, 9). Vervolgens komt Hij bij de tempel aan. Maar daar waar zich de ruimte moest bevinden van de ontmoeting tussen God en de mens, treft Hij handelaren in beesten aan en geldwisselaars die met hun handel de plaats van het gebed in beslag nemen. Zeker, de beesten die daar te koop waren, waren bestemd voor de offers die in de tempel moesten worden gebracht. En omdat in de tempel geen geld mocht worden gebruikt waarop de Romeinse keizers waren afgebeeld die immers in strijd waren met de ware God, moest het worden geruild tegen geld dat geen afgodsbeeltenissen droeg.

Maar dat alles kon zich elders afspelen: de ruimte waar het nu gebeurde, moest volgens zijn bestemming het atrium zijn van de heidenen. De God van Israël, was immers de enige God van alle volkeren. En ook al betraden de heidenen om zo te zeggen niet het binnenste van de Openbaring, toch konden zij in het atrium van het geloof zich aansluiten bij het gebed tot de enige God. De God van Israël, de God van alle mensen, verwachtte altijd ook hun gebed, hun zoeken, hun aanroeping. Maar nu overheerste er de handel - een handel die gelegaliseerd was door het bevoegde gezag dat op zijn beurt deelde in de winst van de kooplui. Deze handelden op een correcte wijze volgens de heersende ordening, maar de ordening zelf was corrupt.

“Hebzucht staat gelijk met afgoderij", zegt de Brief aan de Kolossenzen Vgl. Kol. 3, 5 . Het is deze afgoderij die Jezus tegenkomt en ten overstaan waarvan Hij Jesaja aanhaalt: “Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd” (Mt. 21, 13) Vgl. Jes. 56, 7 en Jeremia: “maar gij maakt er een rovershol van” (Mt. 21, 13) Vgl. Jer. 7, 11 . Tegen de slecht uitgelegde ordening verdedigt Jezus, met Zijn profetisch gebaar, de ware ordening die zich bevindt in de Wet en de Profeten.

Document

Naam: "SLACHTOFFERS EN GAVEN HEBT GIJ NIET GEWILD, MAAR GIJ HEBT VOOR MIJ EEN LICHAAM BEREID"
Op Palmzondag 2008 tijdens de diocesane viering van Wereld Jongeren Dag (op het Sint Pietersplein)
Soort: Paus Benedictus XVI - Homilie
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 16 maart 2008
Copyrights: © 2008, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, alineanummering en -verdeling: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test