"MIJN HEER EN MIJN GOD" (JOH. 20, 27-28)Paasboodschap 2007 voorafgaand aan de zegen "Urbi et Orbi"
(Soort document: Paus Benedictus XVI - Urbi et Orbi)
Paus Benedictus XVI -
8 april 2007
We kennen allemaal de verleiding van het ongeloof van Thomas, het lijden, het kwaad, ongerechtigheid, dood – vooral die van jonge en onschuldige kinderen, die slachtoffer zijn van oorlog en terrorisme, van ziekte en honger. Stelt dit alles ons geloof niet op de proef? Paradoxaal genoeg kan het ongeloof van Thomas ons helpen, omdat het ons zuivert van alle valse godsbeelden en leert ons zijn ware gezicht te ontdekken; het gezicht van een God die in Christus de wonden van de gebroken mensheid op zich neemt. Thomas heeft van Christus het geloof gekregen dat de schok van lijden en dood heeft doorstaan en bevestigd is in zijn ontmoeting met de Verrezene. Thomas’ geloof was op sterven na dood, maar is nieuw leven ingeblazen dankzij het aanraken van Christus’ wonden die Hij niet verhulde maar openlijk toonde en ons nog dagelijks laat zien in het lijden van iedere mens.
“Door Zijn striemen zijt gij genezen” (1 Pt. 2, 24). Dit is de boodschap van Petrus in zijn brief aan de eerste gelovigen. De wonden die eerst Thomas’ geloof in de weg stonden, omdat hij ze zag als een teken van Jezus’ falen, juist deze wonden zijn dankzij zijn ontmoeting met de Verrezene geworden tot tekenen van een alles overwinnende liefde. Deze wonden, die Christus uit liefde voor ons heeft ontvangen, helpen ons te begrijpen wie God is en zo Thomas na te zeggen “mijn Heer en mijn God”. Alleen een God die zoveel van ons houdt, dat hij ons lijden en onze pijn op zich neemt, alleen zo’n God is het waard om in te geloven.