• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
1. De bijzondere positie van de Kerk in de wereld

Tenslotte stelt het Concilie zich tot doel, als het ware een brug te slaan naar de moderne wereld en zo in contact met haar te treden. Merkwaardig verschijnsel! Terwijl de Kerk, door de hulp van de Heilige Geest, steeds meer bezieling geeft aan haar innerlijke vitaliteit en scherp afsteekt tegen de wereld rondom haar, toont zij zich tegelijkertijd als het levengevend zuurdeeg en als het heilsinstrument voor de menselijke samenleving en ontdekt en bevestigt zij de haar opgedragen missioneringszending, dat is haar wezenlijke taak om, volgens de ontvangen opdracht, aan het mensdom, in welke omstandigheden dit ook moge verkeren, met vurige ijver het Evangelie te verkondigen.

2. De boodschap van het Concilie aan de wereld

Overigens, eerbiedwaardige broeders, kent gij zelf uit ervaring dit wonderlijk verschijnsel. Want bij de opening van de eerste zittingsperiode hebt gij, ontvlamd door de H. Paus Johannes XXIII - Toespraak
Gaudet Mater Ecclesia
Openingstoespraak Tweede Vaticaans Concilie
(11 oktober 1962)
van Johannes XXIII, terstond de behoefte gevoeld om als het ware de deuren van de vergaderzaal te openen en van hieruit, vanuit de geopende poorten, aan alle mensen met luide stem een boodschap te zenden, van heil, broederlijkheid en vertrouwen. Een uniek, maar wonderbaar feit! Het profetisch charisma, aan de Kerk geschonken, scheen toen als het ware plotseling door te breken. En gelijk de heilige Petrus op het Pinksterfeest gegrepen werd om aanstonds het woord te nemen en een toespraak te houden tot het volk, zo hebt ook gij terstond willen spreken niet over uw eigen aangelegenheden, maar over die van heel de mensenfamilie, en hebt gij niet met elkaar willen beraadslagen, alvorens u te richten tot de mensheid.

3. De liefde als bijzonder kenmerk van het Concilie

Hieruit blijkt, eerbiedwaardige broeders, dat dit Concilie het bijzondere stempel draagt van de liefde, van die alles omvattende en vurige liefde, die eerst denkt aan het welzijn van anderen en dan pas aan eigen welzijn, die universele liefde van Christus!

4. De aanblik van de moderne wereld

Deze liefde geeft ons moed. Want als wij onze blik richten op de moderne wereld, dan zouden wij ons eerder bevreesd dan getroost voelen, eerder bedroefd dan verheugd, en dan zouden wij eerder geneigd zijn tot het weren van de gevaren en het veroordelen van de dwalingen dan tot vertrouwen en vriendschap.

5. De vervolgde Kerk

Wij moeten de situatie reëel beschouwen en niet de wonde verhelen, die door verschillende factoren zelfs aan deze universele Synode is toegebracht. Zouden wij blind zijn en niet zien, dat vele zetels in deze vergadering leeg staan! Waar zijn onze broeders uit de landen, waar men de Kerk de oorlog heeft verklaard, en in welke toestand verkeert daar de godsdienst? De beschouwing van dit alles drukt ons zwaar, wanneer wij denken aan hetgeen wij weten, en meer nog aan hetgeen wij niet mogen weten omtrent de hiërarchie, de mannelijke en vrouwelijke religieuzen en tallozen van onze zonen, die om hun ongebroken trouw aan Christus en de Kerk blootgesteld zijn aan angst, kwelling, ontbering en onderdrukking. Welk een droefheid gevoelen wij bij het aanschouwen van zoveel lijden, en hoeveel pijn doet het ons, als wij zien, hoe in sommige landen de vrijheid van godsdienst evenals andere primaire rechten van de mens onderdrukt worden door de beginselen en methoden van hen, die een afwijking van hun eigen opvatting omtrent de politiek, het ras en de godsdienst niet dulden.

Wij betreuren het dat op sommige plaatsen zo groot onrecht wordt aangedaan aan hen, die hun godsdienst eerlijk en vrij willen belijden. Wij willen echter onze droefheid over deze treurige toestand niet uiten in bittere woorden, maar liever in een hernieuwde oprechte en menselijke aansporing tot degenen, die de schuld dragen van deze droevige situatie, om eindelijk hun ongegronde vijandige houding ten opzichte van de katholieke godsdienst te laten varen; want de katholieken zijn geen vijanden van de staat, waartoe zij behoren, evenmin onbetrouwbaar, maar zij zijn eerlijke en werkzame burgers. Wij benutten deze gelegenheid om de katholieken, die omwille van hun geloof te lijden hebben, vol liefde te groeten, en wij bidden God om een bijzondere troost voor hen.

6. De droevige gevolgen van het atheïsme

Maar dit is niet de enige grond voor onze droefheid. Bij een blik op de mensheid ondergaan wij een schrijnend leed om zoveel ander onheil, waaronder zij gedrukt gaat. Wij bedoelen op de eerste plaats het atheïsme, dat in een groot deel van de menselijke samenleving is doorgedrongen en de intellectuele, morele en sociale orde zózeer ontwricht, dat het juiste begrip van deze orde onder de mensen geleidelijk aan verdwijnt. Want, terwijl het licht van de natuurwetenschappen steeds schitterender wordt, begint helaas de kennis omtrent God, en bijgevolg ook de ware kennis omtrent de mens, alom te verduisteren. Zodoende zien wij, dat, terwijl de vooruitgang van de wetenschap allerlei soort van instrumenten tot nut van de mensheid, op wonderbare wijze perfectioneert, de mens steeds meer bevangen wordt door een gevoel van eenzaamheid, melancholie en wanhoop.

7. Sympathie van de Paus en van de Kerk voor de moderne wereld

Over de gecompliceerde en moeilijke verhoudingen van onze tijd, die aan velerlei oorzaken te wijten zijn, zouden wij veel kunnen zeggen, maar vandaag willen wij daarover niet spreken. Want vandaag is, gelijk wij zeiden, ons hart en dat van de Kerk, in dit Concilie bijeen, vol van liefde. We beschouwen onze tijd en zijn vele tegenstrijdige uitingen met diepe sympathie, en het is ons vurig verlangen om aan de moderne mensheid de boodschap te brengen van liefde, heil en hoop, die Christus aan de wereld gebracht heeft: "God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered" (Joh. 3, 17).

De wereld moge weten, dat de Kerk haar beschouwt met grote liefde en met oprechte bewondering en dat zij de eerlijke wil heeft niet om over haar te heersen, maar om haar te dienen, niet om haar te verachten, maar om haar waardigheid te verhogen, niet om haar te veroordelen, maar om haar te bemoedigen en haar het heil te brengen.

8. De Kerk en de lijdende mensheid

Bij dit Concilie, dat een uitkijk geeft op heel de wereld, gaat de aandacht van de Kerk met bijzondere zorg uit naar bepaalde categorieën van het mensdom: de armen, de behoeftigen, de bedroefden, de hongerigen, de lijdenden de gevangenen; in één woord, haar bijzondere interesse gaat uit naar het lijdende en bedroefde deel van de mensheid, omdat zij weet, dat deze mensen krachtens het Evangelie haar bijzonder ter harte moeten gaan. Daarom zegt zij tot hen zo graag deze woorden van de Heer: "Komt allen tot Mij" (Mt. 11, 28).

9. De Kerk en de intellectuelen

De Kerk interesseert zich voor de intellectuelen, de wetenschapsmensen, de natuurkundigen, de artiesten. Ook voor hen koestert de Kerk de hoogste waardering en het is haar vurig verlangen, hun resultaten te benutten, hun denken aan te moedigen, hun vrijheid te verdedigen en voor hun gekwelde en onrustige geest de toegang te openen tot de hemelse sfeer van het goddelijk woord en de goddelijke genade.

Document

Naam: SALVETE
Bij de opening van de tweede zitting van het Tweede Vaticaans Concilie
Soort: H. Paus Paulus VI - Toespraak
Auteur: H. Paus Paulus VI
Datum: 29 september 1963
Copyrights: © 1963, Ecclesia Docens - Uitg. Gooi en Sticht nr. 0704
Vert.: Dr. M.H. Mulders CssR en Dr. J. Kahmann CssR
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test