• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

BIJ GELEGENHEID VAN HET KERSTFEEST AAN DE KATHOLIEKEN DIE LEVEN IN DE GEBIEDEN VAN HET MIDDEN OOSTEN

Aan de vereerde Broeders
in het Bisschopsambt en in het Priesterschap,
aan de allerdierbaarste katholieke broeders en zusters
in het gebied van het Midden Oosten.

Verzonken in het licht van Kerstmis, beschouwen wij de aanwezigheid van het Woord, dat onder ons zijn tent heeft opgeslagen. Hij is "het licht dat straalt in het duister" en dat ons "het vermogen heeft gegeven om kinderen van God te worden" Vgl. Joh. 1, 5.12 . In deze voor het christelijk geloof zo betekenisvolle tijd wil ik mijn gedachten speciaal wijden aan U, katholieke broeders en zusters, die leeft in de gebieden van het Midden Oosten: ik voel mij geestelijk aanwezig bij U, in elk van uw kerken, ook in de kleinste, om met U de angst en de hoop te delen waarmee U de Heer Jezus, de Vorst van de vrede, verwacht. Moge U allen de bijbelse wens bereiken die ook de heilige Franciscus zich eigen had gemaakt: De Heer schenke U vrede.
Met gevoelens van liefde richt ik mij tot de Gemeenschappen die een "kleine kudde" zijn en zich ook zo voelen, hetzij door het teruggelopen aantal broeders en zusters Vgl. Lc. 12, 32 , hetzij omdat zij opgaan in samenlevingen die in grote meerderheid uit gelovigen van andere godsdiensten zijn samengesteld, hetzij vanwege de huidige omstandigheden waardoor sommigen van de Naties waartoe U behoort in ernstige nood en moeilijkheden verkeren. Ik denk vooral aan de landen die getekend worden door grote spanningen en dikwijls onderworpen worden aan uitingen van wreed geweld, die grote verwoestingen veroorzaken en bovendien zonder erbarmen weerloze en onschuldige personen treffen. De dagelijkse berichten die uit het Midden Oosten binnenkomen, laten slechts een toename zien van dramatische situaties, waar haast geen uitweg uit is. Zulke gebeurtenissen wekken in degenen die er in betrokken raken natuurlijk tegenbeschuldiging en woede en doen de harten neigen naar plannen van revanche en wraak.
Wij weten echter dat zulke gevoelens niet christelijk zijn. Ervoor wijken maakt innerlijk hard en haatdragend, ver verwijderd van die "zachtmoedigheid en nederigheid", waarvan Christus Jezus ons als voorbeeld wordt voorgehouden Vgl. Mt. 11, 29 . Zo zou men de gelegenheid verliezen om een echt christelijke bijdrage te leveren aan de oplossing van de zeer ernstige problemen van deze tijd. Het zou niet wijs zijn, vooral op dit moment niet, om tijd te besteden aan de vraag wie het meest geleden heeft of aan het willen presenteren van de rekening voor het onrecht dat is aangedaan, terwijl men de redenen opsomt die ten gunste van de eigen opstelling pleiten. Dat is al dikwijls in het verleden gedaan met, op zijn zachtst gezegd, teleurstellende resultaten.

Het lijden gaat ten diepste allen gemeenschappelijk aan, en wanneer iemand lijdt moet hij vooral het verlangen voelen om te begrijpen hoeveel de ander wellicht lijdt die zich in een analoge situatie bevindt. De geduldige en nederige dialoog, bestaande uit het wederzijds luisteren naar elkaar en gericht op het begrijpen van de situatie van de ander, heeft al goede vruchten gedragen in veel landen die eerder verwoest waren door geweld en wraak. Een beetje meer vertrouwen in de menselijkheid van de ander, vooral wanneer hij lijdt, kan niet anders dan waardevolle resultaten opleveren. Op deze innerlijke gesteltenis wordt tegenwoordig van veel kanten met gezag een beroep gedaan.

Ik denk aanhoudend aan de katholieke gemeenschappen van uw Landen, en met nog levendiger bezorgdheid in deze periode van Kerstmis. De ster die door de Wijzen werd gezien, brengt ons naar uw gebieden, de ster die hen leidde naar de ontmoeting met het Kind en met Maria, zijn Moeder Vgl. Mt. 2, 11 . In het land van de opgaande Zon heeft Jezus zijn leven gegeven om "van de twee werelden één (te maken) en de scheidsmuur (neer te halen van) de vijandschap" (Ef. 2, 14). Daar heeft Hij tegen de leerlingen gezegd: "Gaat naar heel de wereld en verkondigt het Evangelie aan ieder schepsel" (Mc. 16, 15). Noot van de vertaler: Zo letterlijk, naar de door de paus gehanteerde Italiaanse versie, die het dichtst komt bij het oorspronkelijke Grieks. De nadruk ligt daarin op de richting: vanuit Jezus naar de wereld (kosmos), zoals Jezus zelf vanuit God naar de wereld kwam en "in de wereld" geboren is, zoals de Kerstboodschap van 2006 onderstreept. In de Willibrordvertaling van 1975 wordt deze richting wat afgezwakt: "Gaat uit over de hele wereld", en is er (in 1975 begrijpelijk) vooral aandacht voor heel de schepping: "en verkondigt het evangelie aan heel de schepping". Twintig jaar later, in de nieuwe Willibrordvertaling van 1995, wordt het een, althans letterlijk, wat minder evangelisch klinkende trektocht, maar wel met meer aandacht voor de persoonlijke ontmoeting: "Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen". Dicht bij deze vertaling ligt tenslotte ook de Nieuwe Bijbel Vertaling (NBV) die de wereld "rond" laat trekken, van verkondigen bekend maken en van de goede boodschap het goede nieuws maakt: "Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend". Daar gebruikte men voor het eerst de kwalificatie "christenen" om er de leerlingen mee aan te duiden van de Meester (Hand. 11, 26). Daar werd de Kerk van de grote Vaders geboren en kwam er tot ontplooiing, daar kwamen diverse rijke geestelijke en liturgische tradities tot bloei.
Jegens U, broeders en zusters, die de erfgenamen bent van zulke tradities, wil ik van harte uitdrukking geven aan mijn persoonlijke nabijheid, in deze situatie van menselijke onzekerheid die U doormaakt, van dagelijks lijden, van angst en van hoop. Tot uw gemeenschappen herhaal ik vóór alles de woorden van de Verlosser: "Wees niet bang, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd U het Koninkrijk te schenken" (Lc. 12, 32). U kunt in de huidige omstandigheden rekenen op mijn volledige solidariteit. Ik ben er zeker van dat ik mij ook tot woordvoeder mag maken van het meeleven van de universele Kerk. Laat daarom geen enkele katholiek van het Midden Oosten zich, samen met de gemeenschap waartoe hij behoort, alleen of verlaten voelen. Uw kerken worden op hun moeilijke weg vergezeld door het gebed en de liefdadige steun van de particuliere Kerken uit heel de wereld, naar het voorbeeld en in de geest van de Kerk ten tijde van haar ontstaan Vgl. Hand. 11, 29-30 .

In de huidige omstandigheden, die worden getekend door weinig licht en te veel duisternis, is het voor mij een rede tot troost en hoop, te weten dat de christengemeenschappen van het Midden Oosten, waarvan het intense lijden mij zeer wel voor de geest staat, voortgaan levende en actieve gemeenschappen te zijn, die vastbesloten zijn in de samenlevingen die hen omringen getuigenis te geven van hun geloof, ieder vanuit de eigen specifieke identiteit. Zij verlangen op constructieve manier te kunnen bijdragen aan het verlichten van de urgente noden van hun respectievelijke samenlevingen en van de hele regio.

In zijn eerste Brief, schrijvend aan veeleer arme en terzijde geschoven gemeenschappen die niet erg in tel waren in de toenmalige samenleving en zelfs werden vervolgd, aarzelde Petrus niet te zeggen dat hun moeilijke situatie beschouwd moest worden als "genade". Vgl. 1 Pt. 1, 7-11 En inderdaad: is het soms geen genade te mogen delen in het lijden van Christus, door zich aan te sluiten bij zijn handelen, toen Hij onze zonden op zich heeft genomen om ze uit te boeten? Moge de katholieke gemeenschappen, die dikwijls moeilijke omstandigheden beleven, zich bewust zijn van de machtige kracht die uitgaat van hun in liefde aanvaard lijden! Het is lijden dat het hart van de ander en het hart van de wereld kan veranderen. Daarom moedig ik iedereen aan om volhardend te eigen weg te blijven volgen, ondersteund door het besef van de "prijs" waarvoor Christus hem heeft verlost. Vgl. 1 Kor. 6, 20

Zeker, het beantwoorden aan de eigen christelijke roeping is des te moeilijker voor de leden van gemeenschappen die een minderheid zijn en getalsmatig dikwijls van weinig betekenis in de samenleving waarin zij opgaan. Toch, zo schreven uw Patriarchen in hun Pastorale Brief van Pasen 1992:

"Het licht mag dan zwak zijn in een huis, toch verlicht het heel het huis. Het zout mag dan een uiterst klein onderdeel zijn in het voedsel, toch is het juist het zout dat er smaak aan geeft. Er gaat maar weinig gist in het deeg, maar het is juist het gist dat het doet rijzen en het er op voorbereid brood te worden".

Ik maak deze woorden tot de mijne en moedig de katholieke Herders aan in hun dienstwerk te volharden, door hun onderlinge eenheid te cultiveren en steeds hun kudde nabij te blijven. Zij mogen weten dat de paus de angsten, de hoop en de oproepen deelt die zij in hun jaarlijkse Brieven uiten, en zoals zij die ook uiten bij de dagelijkse uitoefening van hun heilige plichten. Hij bemoedigt hen bij hun inspanning om de hun toevertrouwde kudde te steunen en te sterken in het geloof, de hoop en de liefde. De aanwezigheid van hun gemeenschappen in de diverse landen van de regio vormt, onder andere, een element dat een grote stimulans kan zijn voor de oecumene.

Al sinds lange tijd wordt geconstateerd hoe veel christenen het Midden Oosten aan het verlaten zijn, zodat de Heilige Plaatsen riskeren te veranderen in archeologische zones, ontdaan van kerkelijk leven. Zeker, gevaarlijke geopolitieke situaties, culturele conflicten, economische en strategische belangen, evenals vormen van agressiviteit die men zoekt te rechtvaardigen door er een sociaal en godsdienstig kader aan te geven, maken het overleven van minderheden moeilijk, waardoor veel christenen geneigd zijn te bezwijken voor de bekoring te emigreren.

Dikwijls kan het kwaad op de een of andere manier onherstelbaar zijn. Toch moet men niet vergeten dat ook het gewoon elkaars buren blijven en samen het gemeenschappelijk lijden beleven, als balsem werkt op de wonden en bereid maakt tot gedachten en werken van verzoening en vrede. Er komt een vertrouwelijke en broederlijke dialoog uit voort, die mettertijd en met de genade van de Geest, zal kunnen veranderen in een dialoog op breder niveau: cultureel, sociaal en politiek. Bovendien weet de gelovige dat hij kan rekenen op een hoop die niet teleurstelt, omdat zij gebaseerd is op de aanwezigheid van de Verrezene. Uit Hem komen de gelovige inzet en de liefdevolle werkzaamheid voort Vgl. 1 Tess. 1, 3 . Ook in de smartelijkste moeilijkheden getuigt de christelijke hoop dat de berusting en het pessimisme het echte grote gevaar vormen dat een hinderlaag vormt voor het beantwoorden aan de roeping die aan het Doopsel ontspringt. Daar kunnen wantrouwen, angst, zelfmedelijden, fatalisme en vlucht uit voortvloeien.

In dit uur wordt van christenen gevraagd dat zij moedig zijn en vastberaden in de kracht van de Geest van Christus, in de wetenschap dat zij kunnen rekenen op de nabijheid van hun broeders in het geloof, die verspreid zijn over de wereld. Schrijvend aan de Romeinen, verklaart de heilige Paulus openlijk dat er geen vergelijking mogelijk is tussen het lijden hier beneden en de heerlijkheid die ons wacht Vgl. Rom. 8, 18 . Insgelijks herinnert de heilige Petrus ons in zijn eerste Brief er aan dat wij, christenen, ook al worden wij door diverse beproevingen getroffen, een hoop hebben die groter is en die ons hart met vreugde vervult Vgl. 1 Pt. 1, 16 . En dan is er weer Paulus die in zijn tweede Brief aan de Korintiërs met overtuiging zegt dat "de God van alle vertroosting ons troost in alle onze tegenspoed, zodat wij in staat zijn anderen te troosten in alle nood" (2 Kor. 1, 3-4).

We weten goed dat de beloofde troost van de heilige Geest niet simpelweg bestaat in mooie woorden, maar zich vertaalt in een verruiming van geest en hart, waardoor we de eigen situatie kunnen zien in het grotere kader van de hele schepping die barensweeën lijdt in afwachting van de openbaring van de kinderen Gods Vgl. Rom. 8, 19-25 . In dat perspectief kan eenieder ertoe komen meer aan het lijden van de ander te denken dan aan het eigen lijden, meer aan dat van de gemeenschap dan aan het lijden dat hem privé raakt, en kan hij er zich om bekommeren iets te doen waardoor de ander, of de anderen begrijpen, dat er begrip en ontvankelijkheid is voor hun lijden en dat er naar uitgekeken wordt om, voor zover dat mogelijk is, daar iets aan te doen.

In U, allerdierbaasten, wil ik mij ook richten tot uw medeburgers, mannen en vrouwen van de diverse christelijke confessies, van de diverse godsdiensten, en tot allen die oprecht de vrede zoeken, de gerechtigheid en de solidariteit, door naar elkaar te luisteren en door een oprechte dialoog. Tot allen zeg ik: houdt vol met moed en vertrouwen! Aan degenen die de verantwoordelijkheid hebben om aan de gebeurtenissen leiding te geven, vraag ik vervolgens om gevoeligheid, aandacht en concrete nabijheid, die berekeningen en strategieƫn mogen overwinnen, opdat er samenlevingen worden gebouwd die rechtvaardiger en vreedzamer zijn, in een waarachtig respect voor elk menselijk wezen.

Zoals U weet, allerdierbaarste broeders en zusters, hoop ik vurig dat de Voorzienigheid het zo ordent dat de omstandigheden mij een pelgrimstocht toestaan naar het Land dat heilig gemaakt is door de gebeurtenissen van de Heilsgeschiedenis. Zo hoop ik te kunnen bidden in Jeruzalem "vaderland van het hart van alle geestelijke afstammelingen van Abraham, die haar mateloos lief hebben" H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Aan Bisschoppen, priesters en het gehele gelovige volk in de stad Jeruzalem en vrede voor alle mensen in het Midden Oosten, Redemptionis Anno (20 apr 1984). AAS LXXVI, 1984, p. 625. Ik ben er inderdaad van overtuigd dat zij, Jeruzalem, kan oprijzen "tot symbool van ontmoeting, van eenheid en van vrede voor heel de mensenfamilie" H. Paus Johannes Paulus II, Apostolische Brief, Aan Bisschoppen, priesters en het gehele gelovige volk in de stad Jeruzalem en vrede voor alle mensen in het Midden Oosten, Redemptionis Anno (20 apr 1984), 1.

In afwachting dat dit verlangen bewaarheid wordt, moedig ik U aan voort te gaan op de weg van het vertrouwen, en gebaren te stellen van vriendschap en goede wil. Ik bedoel zowel de eenvoudige en alledaagse gebaren, die in uw gebieden van ouds in praktijk gebracht worden door veel eenvoudige mensen, die altijd alle mensen met respect hebben behandeld, alsook gebaren die op de een of andere manier heldhaftig zijn, en die worden geïnspireerd door het authentieke respect voor de menselijke waardigheid, in een poging uitwegen te vinden uit de situaties van ernstig conflict. De vrede is zo'n groot goed en zo urgent, dat zij ook grote offers rechtvaardigt van allen.

Zoals mijn vereerde Voorganger, paus Johannes Paulus II heeft geschreven, is er "geen vrede zonder rechtvaardigheid". Daarom is het noodzakelijk dat de rechten van iedereen worden erkend en geƫerbiedigd. Johannes Paulus II voegde er echter aan toe: "er is geen rechtvaardigheid zonder vergeving". Normaal gesproken is het zonder tot overeenstemming te komen over fouten uit het verleden niet mogelijk tot een akkoord te komen dat toestaat de dialoog te heropenen met het oog op toekomstige samenwerking. In dat geval is vergeving een onontbeerlijke voorwaarde om vrij te zijn voor het ontwerpen van een nieuwe toekomst. Uit de gegeven en ontvangen vergeving kunnen zoveel werken ontstaan en tot ontwikkeling komen van solidariteit, in de lijn van die welke in uw gebieden ruimschoots voorhanden zijn op initiatief van zowel de Kerk als van regeringen en niet gouvernementele organisaties.
Het lied van de Engelen boven de stal van Betlehem - "Vrede op aarde aan de mensen die God liefheeft" - krijgt dezer dagen zijn volle betekenis en brengt van nu af al die vruchten die in het eeuwig leven ten volle verkregen zullen worden. Mijn wens is dat de Kersttijd een einde of minstens een adempauze mag betekenen voor al dat lijden, en aan al die gezinnen die aanvulling van hoop mag schenken die nodig is om te volharden in de moeizame opgave om de vrede te bevorderen in een nog zo verscheurde en verdeelde wereld. Wees er van verzekerd, mijn allerdierbaasten, dat U op deze weg het vurig gebed vergezelt van de Paus en van heel de Kerk. De voorspraak en het voorbeeld van zoveel Martelaren en Heiligen die in uw gebieden moedig getuigenis hebben afgelegd voor Christus, moge u steunen en sterken in uw geloof. En het heilig Huisgezin van Nazareth moge over uw goede voornemens en uw inspanningen waken.

Met zulke gevoelens verleen ik aan ieder van U van ganser harte een bijzondere Apostolische Zegen, als onderpand van mijn genegenheid en mij voortdurend gedenken.

Uit het Vaticaan, 21 december 2006

Paus Benedictus XVI

Zie ook:

Dossier Advent en Kersttijd 2006

Document

Naam: BIJ GELEGENHEID VAN HET KERSTFEEST AAN DE KATHOLIEKEN DIE LEVEN IN DE GEBIEDEN VAN HET MIDDEN OOSTEN
Soort: Paus Benedictus XVI - Boodschap
Auteur: Paus Benedictus XVI
Datum: 21 december 2006
Copyrights: © 2006, Libreria Editrice Vaticana
Vertaling uit het Italiaans, onderverdeling in kleinere alinea's: Past. Chr. van Buijtenen, pr.
Bewerkt: 12 juli 2020

Referenties naar dit document

 
Geen documenten gevonden!
 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2022, Stg. InterKerk, Schiedam, test