H. Paus Johannes Paulus II - 8 september 1995
Geliefde broeders en zusters
De Heer roept ons wederom de Heer te volgen op de weg van de vasten. Elk jaar woorden alle gelovigen uitgenodigd om individueel en als gemeenschap opnieuw gehoor te geven aan de roeping van onze doop en de vruchten van de bekering te dragen. De Veertigdagentijd is een weg van een steeds diepgaandere creatieve reflectie, die inspireert tot boetedoening en een nieuwe stimulans geeft aan alle aspecten van ons verlangen om het evangelie te volgen. Het is een reis van liefde die het hart van de gelovigen openstelt voor ons broeders en zusters en hen tot God brengt. Jezus vraagt zijn leerlingen om in hun leven naastliefde uit te stalen. Dit nieuwe gebod van de liefde vormt de gezaghebbende samenvatting van de Tien Geboden die God op de berg Sinaï aan Mozes toevertrouwde. Wij komen dagelijks in aanraking met mensen die honger en dorst hebben, zieken, verschoppelingen of migranten. We worden in deze veertigdagentijd uitgenodigd om meer aandacht te schenken aan het lijden dat zich op hun gezichten aftekent: gezichten die ons uitdagen om de verschillende vormen van armoede te erkennen, die in onze tijd nog altijd bestaan.
De aarde bevat voldoende rijkdommen om de gehele mensheid te eten te kunnen geven. Daar moeten we op een verstandig manier gebruik van leren maken, met respect voor het milieu en het ritme van de natuur en het ritme van de natuur, en wij moten borg staan voor een eerlijke en rechtvaardige manier van handel drijven en voor een welvaartsverdeleling die rekening houdt met de plicht tot solidariteit. Sommige mensen zullen missen zeggen dat dit een grootse onbereikbare utopie is. De sociale leer en activiteiten van de kerk bewijzen echter het tegendeel: waar mannen en vrouwen zich tot het Evangelie wenden, wordt dit project van delen en solidariteit een opmerkelijke realiteit.
Hoe kan ons hart bij het zien van die soort taferelen, die wijzen op schrijnende tegenstellingen, nou niet in opstand komen? Het moet ons toch wel spontaan aanzetten tot christelijke naastenliefde? Oprechte christelijke solidariteit is echter niet maar bevlieging.
Alleen als het ons van jongs af met geduld en verantwoordelijkheid is bijgebracht, kan solidariteit een fundamentele persoonlijke levenshouding worden die invloed heeft op al ons handelen en op alle terreinen van onze verantwoordelijkheid. Er moet en moet een algemeen bewustwordingsproces op gang worden gebracht, dat in staat om de hele samenleving erbij te betrekken. De katholieken kerk streeft er in nauwe
samenwerking met andere kerkgenootschappen naar om haar eigen specifieke bijdrage aan dat proces te leveren. Hier door zet zij zich op fundamentele wijze in voor de bevordering van het menselijk welzijn en het broederlijke delen waarbij de armen zelf op alle mogelijke mannieren betrokken moeten worden.
Geliefde broeders en zusters!
Ik vertrouw u deze vastenoverwegingen toe, zodat u ze persoonlijk en als gemeenschap onder leiding van uw pastoor kunt overdenken. Ik verzoek uw dringend om duidelijke praktische stappen te nemen waardoor de enkele broden en vissen waarover u beschikt, vermenigvuldigd zullen worden. Dat is een effectieve vorm van hulp bij de aanpak van de verschillende vormen van honger en het is een oprechte manier om deze door God gegeven Vastentijd, en tijd van bekering en verzoening te beleven. Bij de uitvoering van de veeleisende voornemens, schenk ik u allen van harte mijn apostolische zegen als een belofte van kracht en troost.
Moge God ons de genade geven om ruimhartig, onder gebed en boetedoening de weg naar het Paasfeest af te leggen.
Gegeven in Castelgandolfo, op 8 sepetember, de feestdag van de geboorte van de heilige Maagd Maria in jaar 1995, het zeventiende van mijn pontificaat.
Paus Johannes Paulus II