• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het eerst genoemde geval ziet als oplossing voor het probleem van de onvruchtbaarheid van de man de kunstmatige inseminatie, welke natuurlijk een donor veronderstelt, die buiten het echtpaar staat. We waren reeds eerder in de gelegenheid om tegen deze praktijk stelling te nemen in de Paus Pius XII - Toespraak
Votre présence - Over kunstmatige bevruchting
Tot het vierde Internationale Congres van Katholieke artsen
(29 september 1949)
op 29 september 1949. Wij hebben daar inseminatie tussen niet-gehuwde personen en zelfs tussen echtgenoten absoluut afgewezen. Wij zijn op deze kwestie teruggekomen in Onze Paus Pius XII - Toespraak
Over vruchtbaarheid en steriliteit
Tot de deelnemers aan het tweede wereldcongres
(19 mei 1956)
op 19 mei 1956, om opnieuw elke soort kunstmatige inseminatie af te keuren, omdat deze praktijk niet begrepen is onder de rechten van gehuwden en ze strijdig is met de natuurwet en de katholieke zedeleer. Wat de kunstmatige inseminatie betreft tussen celibatairen, hebben Wij al in 1949 verklaard, dat ze het beginsel van het natuurrecht schond, dat elk nieuw leven slechts in een geldig huwelijk mag worden voortgebracht.

De oplossing door vrijwillige echtbreuk veroordeelt zich zelf, welke ook de biologische, eugenetische of juridische motieven zijn, waarmee men ze zou trachten te rechtvaardigen. Geen enkele echtgenoot kan zijn huwelijksrechten ter beschikking stellen van een derde persoon en iedere poging om eraan te verzaken blijft zonder gevolgen: ze zou zich evenmin kunnen beroepen op het juridisch axioma: "volenti non fit injuria". Ook sterilisatie, hetzij van de persoon hetzij van de daad alleen wordt als een oplossing gezien. Om biologische en eugenetische redenen komen deze beide methoden nu steeds meer in de gunst en verbreiden zich geleidelijk dank zij steeds krachtiger en steeds gemakkelijker te hanteren middelen. De reactie van bepaalde groepen theologen op deze stand van zaken is symptomatisch en tamelijk verontrustend. Ze openbaart een afwijking van het zedelijk oordeel, die gelijke tred houdt met een overdreven bereidheid om algemeen aanvaarde posities ten gunste van nieuwe technieken te herzien. Deze houding komt voort uit een prijzenswaardige bedoeling, die, wanneer het erom gaat mensen in moeilijkheden te helpen, weigert al te vlug nieuwe mogelijkheden om tot een oplossing te komen, uit te sluiten.

Maar deze poging tot aanpassing wordt hier ongelukkig aangewend, omdat men bepaalde beginselen verkeerd begrijpt of er een zin of strekking aan geeft, die ze niet kunnen hebben. De Heilige Stoel bevindt zich dan in een situatie, die lijkt op die van de Zalige Innocentius XI, die zich meer dan eens genoodzaakt zag om moraaltheologische stellingen te veroordelen van theologen die bezield werden door een opdringerige ijver en een niet erg scherp ziende doortastendheid Vgl. Heilig Officie, Diverse dwalingen aangaande de moraal, Errores varii de rebus moralibus (2 mrt 1679) Vgl. Z. Paus Innocentius XI, Constitutie, Over dwalingen van het quietisme van Miguel de Molinos, Caelestis Pastor (20 nov 1687). Wij hebben al meermalen Onze houding ten aanzien van de sterilisatie bepaald. Wij hebben hoofdzakelijk uiteen gezet, dat rechtstreekse sterilisatie niet gewettigd werd door het recht van de mens om over zijn eigen lichaam te beschikken en dus niet mag beschouwd worden als een geldige oplossing om de overdracht van een ziekelijke erfelijkheid te beletten.

"Rechtstreekse sterilisatie", zeiden Wij op 29 oktober 1951, "dat wil zeggen die sterilisatie welke als middel of als doel beoogt om de voortplanting onmogelijk te maken, is een ernstige schending van de zedenwet en is dus ongeoorloofd. Zelfs het openbaar gezag heeft niet het recht om onder voorwendsel van een of andere indicatie deze toe te staan en nog veel minder om haar voor te schrijven of te laten uitvoeren op onschuldigen. Dit beginsel staat al uitgedrukt in de Encycliek Paus Pius XI - Encycliek
Casti Connubii
Over het Christelijk huwelijk, met inachtneming der in gezin en maatschappij heersende toestanden, noden, dwalingen en misbruiken
(31 december 1930)
van Pius XI over het huwelijk. Toen men dan ook een tiental jaren geleden sterilisatie op steeds ruimer schaal begon toe te passen zag de Heilige Stoel zich genoodzaakt uitdrukkelijk en in het openbaar te verklaren, dat blijvende of tijdelijke rechtstreekse sterilisatie, zowel van de man als van de vrouw, ongeoorloofd is krachtens de natuurwet, waarin, zoals u weet, de Kerk zelf niet kan dispenseren." Paus Pius XII, Toespraak, Tot het congres van de Italiaanse katholieke unie van verloskundigen over morele aspecten van huwelijksleven en zwangerschap, Vegliare con sollecitudine - Over morele aspecten van huwelijksleven en zwangerschap (29 okt 1951), 27

Rechtstreekse sterilisatie

Met rechtstreekse sterilisatie bedoelen Wij de handeling aan te duiden van degene, die zich als doel of middel voorstelt de voortplanting onmogelijk te maken; maar Wij passen deze term niet toe op elke handeling, die feitelijk de voortplanting onmogelijk maakt. De mens bedoelt namelijk niet altijd te doen, wat uit zijn daad voortvloeit, zelfs als hij dat voorzien heeft.

Zo zal bijvoorbeeld het wegnemen van zieke eierstokken tot noodzakelijk gevolg hebben, dat de voortplanting onmogelijk gemaakt wordt; maar deze onmogelijkheid behoeft niet als doel of als middel gewild te zijn. Wij hebben dezelfde verklaringen weer in bijzonderheden herhaald in Onze toespraak van 8 oktober 1953 Paus Pius XII - Toespraak
Nous vous saluons
Tot het 26e Intaliaanse Congres van de urologen
(8 oktober 1953)
. Dezelfde beginselen zijn op het geval, dat Wij nu bespreken, van toepassing, ze verbieden het als geoorloofd te beschouwen dat de geslachtsklieren of -organen weggenomen worden met het doel om de overdracht van ziekelijke erfelijke eigenschappen te beletten.

Deze beginselen maken het ook mogelijk een bij doktoren en moralisten tegenwoordig sterk omstreden kwestie op te lossen: Is het geoorloofd de ovulatie te verhinderen door het gebruik van pillen die als geneesmiddel dienen voor te heftige reacties van de uterus en het organisme, ofschoon dit geneesmiddel door de ovulatie te verhinderen ook de bevruchting onmogelijk maakt? Staat dit de gehuwde vrouw vrij, die ondanks deze tijdelijke onvruchtbaarheid betrekkingen met haar man wenst? Het antwoord hangt af van de bedoeling van de persoon. Indien de vrouw dit geneesmiddel niet neemt met de bedoeling om de conceptie te verhinderen, maar alleen op advies van de dokter als een noodzakelijk geneesmiddel vanwege een ziekte van de uterus of het organisme, veroorzaakt ze een indirecte, een onrechtstreekse sterilisatie, die volgens het algemeen beginsel van de handelingen met tweevoudig effect geoorloofd blijft.

Maar men veroorzaakt een directe, een rechtstreekse en dus ongeoorloofde sterilisatie, wanneer men de ovulatie tegenhoudt om de uterus en het organisme te behoeden voor de gevolgen van een zwangerschap, die hij niet kan verdragen. Sommige moralisten beweren, dat het geoorloofd is tot dat doel geneesmiddelen te nemen, maar dat is ten onrechte. Eveneens moet men de mening van verscheidene medici en moralisten afwijzen, die het gebruik ervan toestaan, wanneer een medische indicatie een al te spoedige conceptie ongewenst maakt of in andere dergelijke gevallen die het niet mogelijk is hier te vermelden; in deze gevallen heeft het gebruik van de geneesmiddelen tot doel de conceptie te beletten door de ovulatie onmogelijk te maken; er is dus sprake van rechtstreekse sterilisatie.

Om haar te rechtvaardigen, haalt men soms een moraal beginsel aan, dat op zich wel juist is, maar dat slecht geïnterpreteerd wordt: "licet corrigere defectus naturae" zegt men, en aangezien het voor de praktijk voldoende is om van dit beginsel gebruik te maken, dat men een redelijke waarschijnlijkheid heeft, wordt beweerd, dat het hier gaat om het corrigeren van een natuurlijk gebrek. Als dit beginsel een absolute waarde had, dan zou de eugenetiek zonder aarzelen de methode van de geneesmiddelen mogen benutten om de overbrenging van een ongunstige erfelijke belasting te verhinderen. Maar dan staat nog te bezien op welke manier men het natuurlijk gebrek corrigeert en dient men er zich wel voor te hoeden andere moraal beginselen te schenden.

Document

Naam: OVER ERFELIJKE ZIEKTEN EN ANTICONCEPTIE
Tot de deelnemers aan het VIIde Internationale Congres voor haematologie
Soort: Paus Pius XII - Toespraak
Auteur: Paus Pius XII
Datum: 12 september 1958
Copyrights: © 1958, Katholiek Archief, jrg. 13, nr. 48
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test