• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Beproeving en verplichting

De wijd verbreide mening, dat het priesterlijk celibaat in de katholieke Kerk niets anders is dan een louter wettelijk opgelegde verplichting voor hen die het sacrament van de wijding ontvangen, is een misverstand - als het tenminste niet te kwader trouw gezegd wordt. We weten allen, dat het zó niet is. Iedere Christen die het sacrament van de wijding ontvangt. verplicht zich tot het celibaat, volledig bewust en vrij, na jaren van voorbereiding en overweging hiervan en na veel gebed. Pas dan. als hij ervan overtuigd is, dat Christus hem deze 'gave' schenkt tot nut van geheel de Kerk en tot dienst aan anderen, verplicht hij zich tot celibatair leven. Eerst dan neemt hij op zich heel zijn leven het celibaat te onderhouden. Daarom is het duidelijk, dat een op deze wijze genomen besluit niet enkel verplicht wegens een kerkelijke wet. maar ook krachtens de eigen gewetensverantwoordelijkheid. Het gaat er dus om. de aan Christus en de Kerk gegeven belofte te vervullen. De trouw aan deze eigen belofte is ook een verplichting, en tegelijk een beproeving van de innerlijke rijpheid van de priester en een bewijs van zijn waardigheid. Dit blijkt in alle duidelijkheid. wanneer deze trouw. aan Christus gegeven door een bewust en vrij besluit om voor altijd het celibaat te onderhouden. op moeilijkheden stuit, op de proef wordt gesteld en zelfs wordt aangevochten. Deze dingen blijven aan priesters evenmin bespaard als aan welke andere mens en Christen ook. In deze tijden van beproeving moet ieder zich hulp verwerven in vurig gebed. Door het gebed namelijk kan hij de houding van deemoed n het besef van nederigheid en eerlijkheid hervinden tegenover God en zijn eigen geweten. Dit is voor hem de bron van kracht en steun om staande te kunnen blijven. Dan vooral ontstaat het vertrouwen, zoals van de heilige Paulus. als hij zegt: 'Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft'. (Fil. 4, 13) De waarheid hiervan wordt bevestigd door de ervaring van zeer vele priesters en door de werkelijkheid van het leven. Hiermee instemmen is de grondslag van de trouw jegens de aan Christus en de Kerk gegeven beloften. Dit bevestigt ook de waarachtige trouw aan zichzelf

en zijn geweten en aan zijn eigen menselijke waardigheid. Dit alles moet overwogen worden, wil men niet direct zijn toevlucht nemen tot dispensatie als een - administratieve - ingreep', alsof het. in werkelijkheid, niet zou gaan over een zeer grote gewetenskwestie en over een beproeving van de eigen menselijke rijpheid. God zelf heeft recht op zo'n beproeving in ieder van ons. Want het staat vast, dat het aardse leven voor ieder mens een tijd van strijd is. Maar God wenst. dat wij uit zo'n strijd als overwinnaars te voorschijn komen. Daartoe geeft Hij de nodige hulp. Het is wellicht goed hier de plicht van de huwelijkstrouw te vermelden welke voortkomt uit het sacrament van het huwelijk. Deze trouw brengt soortgelijke verplichtingen met zich en kan ook het terrein worden van gelijke beproevingen en ervaringen voor de gehuwden, mannen en vrouwen. Ook zij krijgen, 'door het vuur beproefd' de kans om de kracht van hun liefde te ervaren. Liefde is immers in al zijn dimensies niet slechts gave, maar ook verplichting. Laten we tenslotte ook bekennen dat onze gehuwde broeders en zusters terecht van ons. priesters en herders, een goed voorbeeld en een getuigenis van trouw aan onze roeping tot de dood mogen verwachten. Een trouw aan een roeping, waarvoor wij door het sacrament van de wijding gekozen hebben, zoals ook zij in het sacrament van het huwelijk op zich hebben genomen. Ook hier moeten wij ons ambtelijk priesterschap zien als 'ondergeschikt' aan het algemene priesterschap van alle gelovigen, de leken, vooral degenen die gehuwd leven en een gezin vormen. Op deze wijze zijn wij dienstbaar 'tot opbouw van het lichaam van Christus' (Ef. 4, 12) want anders dragen wij niet enkel niets bij tot opbouw van dit lichaam, maar verzwakken wij de geestelijke samenhang ervan.

Met deze opbouw van het lichaam van Christus hangt ten nauwste samen die ware vooruitgang en ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid van alle Christenen, en ook van alle priesters, zich voltrekkend volgens de maat van de gave van Christus. De ontbinding van deze geestelijke samenhang van de Kerk komt zeker niet ten goede aan de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en draagt evenmin bij aan de bevestiging hiervan.

Document

Naam: NOVO INCIPIENTE
Aan de priesters op Witte Donderdag 1979
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Brief
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 8 april 1979
Copyrights: © 1979, Archief van de Kerken, p. 415-430
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test