• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

‘Seksuele geaardheid’ is bij maatregelen tegen discriminatie, geen eigenschap die vergelijkbaar is met ras, etnische achtergrond enzovoorts. In tegenstelling hiermee is homoseksuele geaardheid een objectieve ongeregeldheid Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 3 en wekt morele bezorgdheid.

Er zijn terreinen waarbij het geen onrechtmatige discriminatie is om rekening te houden met de seksuele geaardheid, bijvoorbeeld bij het toewijzen van kinderen voor adoptie of voor pleegouderschap, bij het aanstellen van leraren of sporttrainers en bij het rekruteren van soldaten.

Homoseksuelen hebben, als mens dezelfde rechten als iedereen, inclusief het recht om op een manier behandeld te worden te worden die in hun menselijke waardigheid geen onrecht aandoet Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 10. Naast andere rechten, heeft elk mens recht op werk, woonruimte, enzovoorts. Maar deze rechten zijn niet absoluut. Ze kunnen wettelijk beperkt worden op grond van objectief ongeordend uiterlijk gedrag. Dit is soms niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk. Dit geldt niet alleen bij verkeerd gedrag, maar bij handelingen door lichamelijke en geestelijk zieke personen. Zo is het algemeen aanvaard dat de staat mensen met een besmettelijke ziekte of geestesziekten in de uitoefening van hun rechten kan beperken omwille van de bescherming van algemeen welzijn.

‘Homoseksuele geaardheid’ aanvaarden als een van de gronden waarop men niet mag discrimineren, kan gemakkelijk leiden tot de aanvaarding van homoseksualiteit als een positieve bron van mensenrechten, bijvoorbeeld bij de zogenaamde positieve discriminatie of voorkeursbehandeling bij woningtoewijzing. Dit is vooral kwalijk omdat er geen recht op homoseksualiteit bestaat Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 10 en deze daarom ook niet als grond voor claims in de sfeer van de wetgeving kan dienen. Het erkennen van homoseksualiteit als een factor die geen grond van discriminatie mag zijn, kan gemakkelijk - zelfs automatisch - leiden tot de wettelijke bescherming en bevordering van homoseksualiteit. De homoseksualiteit van iemand wordt tegenover de vermeende discriminatie geplaatst. Daardoor zou de uitoefening van rechten worden gefungeerd op een erkenning van de homoseksuele geaardheid en niet opgevat worden als een schending van de fundamentele mensenrechten.

Onder de aandacht moet worden gebracht dat ook om een andere reden dan hierboven wordt genoemd de ‘seksuele geaardheid’ van iemand niet vergeleken kan worden met ras, geslacht, leeftijd enzovoorts. De seksuele geaardheid van iemand is over het algemeen bij andere niet bekend, tenzij die persoon openlijk aangeeft dat geaardheid heeft of als dit uit bepaalde gedragingen duidelijk blijkt. Over het algemeen komen de meeste homoseksuele die een kruis leven willen leiden niet openlijk uit voor seksuele geaardheid. Daarom ontstaan er vaak geen problemen ten aanzien van discriminatie bij werk, woningbeleid, enzovoorts.
Homoseksuele personen die homoseksualiteit openlijk uiten zijn vaak degenen die homoseksueel gedrag of een homoseksuele levensstijl “geheel onschuldig dan wel 'neutraal’ of zelfs ‘goed’ ... noemen” Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 3 en daarom het recht op publieke instemming opeisen. In deze hoek vindt men meestal degenen die proberen “de Kerk te manipuleren om de dikwijls goedbedoelde steun van haar herders te verweven bij hun poging de normen van burgerlijke wetgeving te wijzigen” Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 9, degenen die de tactiek gebruiken en protesteren dat elke vorm van kritiek of terughoudendheid tegenover homoseksuele personen ... louter vormen van onrechtvaardige discriminatie zijn” Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 9.
Daarnaast bestaat het gevaar dat wetgeving waardoor homoseksualiteit een basis wordt voor bepaalde rechten, iemand met een homoseksuele geaardheid er zelfs toe kan aanmoedigen de homoseksualiteit te uiten en een partner te zoeken om zo gebruik te kunnen maken van de voorzieningen van de wet.
Aangezien bij de beoordeling van de wetsvoorstellen zoveel mogelijk aandacht geschonken moet worden aan de verantwoordelijkheid voor de bescherming en bevordering van het gezinsleven Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 7, moeten de afzonderlijke bepalingen van de voorgestelde maatregelen nauwgezet worden bekeken. Wat is invloed op adoptie en pleegouderschap? Beteken ze bescherming van homoseksueel gedrag, openbaar of in de privé sfeer? Krijgen homoseksuele paren dezelfde status als gezinnen voor bijvoorbeeld openbare huisvesting of doordat de homoseksuele partner dezelfde privileges krijgt bij een aanstelling waardoor deze als ‘gezinslid’ deelt in de gezondheidsvoorzieningen van aangestelde werknemers Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 9?
Tenslotte, omdat het een zaak van algemene welzijn betreft, is het niet passend dat de kerkelijke autoriteiten een verkeerde wetgeving steunen of er zich neutraal tegen opstellen, ook al worden er voor kerkelijke organisaties en instellingen uitzonderingen gemaakt. De Kerk heeft de verantwoordelijkheid om het gezinsleven en de publieke moraal van de hele maatschappij op basis van fundamentele morele waarden te bevorderen en niet alleen om zichzelf te beschermen tegen de uitvoering van schadelijke wetten Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Brief aan de bisschoppen van de katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksuelen, Homosexualitatis problema (1 okt 1986), 17.

Document

Naam: ENKELE OVERWEGINGEN OMTRENT HET ANTWOORD OP WETSVOORSTELLEN INZAKE HET NIET-DISCRIMINEREN VAN HOMOSEKSUELEN
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Datum: 23 juli 1992
Copyrights: © 1992, SRKK, Utrecht
margenummering van de redactie.
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test