• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
II.1

De aanhangers van de nieuwe opvattingen beweren, dat iedere christengemeenschap reeds op grond van het feit, dat ze in naam van Christus samenkomt en dat ze daarmee het voorrecht van de onverdeelde tegenwoordigheid van Christus geniet Vgl. Mt. 18, 20 , alle volmachten bezit, die Christus aan zijn kerk heeft willen geven.

Bovendien zijn zij van mening, dat de kerk apostolisch genoemd kan worden in deze zin, dat allen, die het Sacrament van het Doopsel ontvangen hebben en daardoor in de kerk zijn opgenomen en die deelachtig gemaakt zijn aan het priesterschap, leraarsambt en koningschap van Christus, werkelijk als opvolgers van de apostelen beschouwd moeten worden. Omdat de Kerk in haar totaliteit in de apostelen voorafgebeeld wordt, zou daaruit volgen, dat ook de instellingswoorden van de Eucharistie, die tot de apostelen gericht waren, voor allen bestemd zijn.

II.2

Hoewel het bisschopsambt en het priesterambt noodzakelijk zijn voor een juiste ordening van de Kerk, zo zegt men, toch verschillen ze niet van het algemeen priesterschap van de gelovigen op grond van de deelneming aan Christus' priesterschap in strikte zin. Het verschil zou alleen gelegen zijn in het uitoefenen ervan. Daarom zou het herdersambt, dat de opdracht tot het prediken van Gods woord en het voorzitten van de liturgische bijeenkomsten insluit, niets anders zijn dan een opdracht om de juiste orde in de gemeenschap te bewaren en derhalve niet tot iets sacraals gemaakt mogen worden. De opdracht tot zulk een ambt zou in strikte zin geen nieuwe priesterlijke volmacht toevoegen aan het algemeen priesterschap; dit is dan ook de reden waarom meestal het woord 'priester' vermeden wordt. Ook zou het geen merkteken geven, waardoor iemand tot een nieuwe zijnstoestand van het priesterschap verheven wordt. Het herdersambt zou uiteindelijk niets anders betekenen, dan dat ten overstaan van de gemeenschap de volmacht, die van het begin af aan haar grond vindt in het Sacrament van het Doopsel, tot uiting komt.

II.3

Krachtens de apostoliciteit van de afzonderlijke plaatselijke gemeenschappen, waarin de Christus niet minder tegenwoordig zou zijn dan in de bisschoppelijke structuur, zou iedere gemeenschap, hoe klein ook, haar oorspronkelijke volmacht weer kunnen opnemen, als ze wellicht voor langere tijd verstoken zou blijven van dat constituerende element dat de Eucharistie is. Aldus zou haar het recht toekomen om haar eigen voorzitter en leider aan te wijzen en hem de volmachten te geven die nodig zijn om het herdersambt voor diezelfde gemeenschap uit te oefenen; inclusief het presideren van de Eucharistie en het consacreren. Men beweert dat zelfs God onder zo'n omstandigheden niet zou kunnen weigeren om die volmachten. die normaal door het Sacrament van het Priesterschap gegeven worden, ook zonder Sacrament te verlenen.

Men is ook tot een dergelijke conclusie gekomen op grond van het feit, dat men de viering van de Eucharistie vaak slechts als een daad van de plaatselijke gemeenschap zelf ziet, die samenkomt om door het breken van het brood het laatste avondmaal van de Heer te gedenken. Daarom zou het eerder gaan om een broedermaaltijd, waarin de gemeenschap zich verenigt en zich uitdrukt, dan om een sacramentele vernieuwing van het offer van Christus, wiens verlossende kracht zich uitstrekt tot alle mensen, zowel tot de aanwezigen als tot de afwezigen, zowel tot de levenden als tot de overledenen.

II.4

Van de andere kant hebben deze dwalingen omtrent de noodzaak van gewijde priesters voor hèt vieren van het Sacrament van de Eucharistie er in de laatste tijd toe geleid dat de Sacramenten van Priesterschap en Eucharistie in de geloofsverkondiging meer en meer ondergewaardeerd worden.

Document

Naam: SACERDOTIUM MINISTERIALE
Aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk over bepaalde vragen betreffende de bediening van de Eucharistie
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Joseph Kardinaal Ratzinger
Datum: 6 augustus 1983
Copyrights: © 1983, Archief van Kerken jrg 38 nr 11, pag 17-20
Bewerkt: 4 november 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test