• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De eerste vijf van deze zijn ingesteld voor de geestelijke vervolmaking van iedere mens in zichzelf, de laatste twee tot leiding en vermeerdering van de gehele Kerk. Want door het doopsel worden wij geestelijk herboren; door het vormsel groeien wij in genade en worden wij versterkt in het geloof; herboren en versterkt echter worden wij gevoed door het goddelijk voedsel van de Eucharistie. Maar als wij door de zonde tegen een ziekte van de ziel aanlopen, worden wij door de boete geestelijk gereinigd: geestelijk en ook lichamelijk, voor zover de ziel dat nodig heeft, door de laatste zalving; maar door de wijding wordt de Kerk gestuurd en geestelijk vermeerderd, door het huwelijk groeit zij lichamelijk.

Al deze sacramenten worden drievoudig voltrokken, namelijk door de dingen als materie, door de woorden als vorm, en door de persoon van de bedienaar die het sacrament toedient met de intentie te doen wat de Kerk doet: als iets van die drie ontbreekt, wordt het sacrament niet voltrokken.

Onder deze sacramenten zijn er drie, de doop, het vormsel en de wijding, die in de ziel een onuitwisbaar merkteken (characterem), dat wil zeggen een zeker geestelijk teken dat hen van de andere onderscheidt, opdrukken. Vandaar mogen ze niet worden herhaald bij dezelfde persoon. Maar de overige vier drukken geen merkteken op, en staan herhaling toe.
Doopsel

De eerste plaats onder alle sacramenten neemt het heilig doopsel in, dat de poort is tot het geestelijk leven: want daardoor worden wij gemaakt tot lidmaten van Christus en behorend tot het lichaam van de Kerk. En omdat door de eerste mens de dood bij allen binnen is gekomen Vgl. Rom. 5, 12 , kunnen wij niet, zoals de Waarheid zegt, het hemelrijk binnengaan, tenzij wij uit water en Geest herboren worden. Vgl. Joh. 3, 5

De materie van dit sacrament is echt en natuurlijk water: en het maakt niet uit, of het koud of warm is.

Maar de vorm is:

“Ik doop jou in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”.

Toch ontkennen wij niet dat ook door die woorden:

“Laat de dienaar van Christus N. gedoopt worden in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”,

of

“N. wordt gedoopt door mijn handen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”,

de doop echt wordt voltrokken; omdat immers de hoofdoorzaak, waaruit het doopsel zijn kracht heeft, de heilige Drie-eenheid is, en de bewerkende oorzaak de bedienaar is, die het sacrament van buiten toedient, wordt het sacrament voltrokken, als de handeling, die door de bedienaar zelf wordt uitgevoerd, met aanroeping van de heilige Drie-eenheid wordt verricht.

De bedienaar van dit sacrament is de priester, aan wie het van ambtswege toekomt te dopen. Maar in geval van nood kan niet alleen een priester of diaken dopen, maar ook een leek of een vrouw, ook zelfs een heiden en ketter, zolang hij maar de vorm van de Kerk bewaart en de bedoeling heeft te doen, wat de Kerk doet.

De werking van dit sacrament is de vergeving van elke erf- en daadwerkelijke zonde, ook van elke straf, die voor de zonde zelf verschuldigd is. Bovendien mag aan de gedoopten geen enkele boetedoening opgelegd worden voor de voorbije zonden: maar veeleer, als ze sterven voordat zij een of andere zonde begaan, komen ze meteen in het rijk der hemelen en tot het aanschouwen van God.

Vormsel

Het tweede sacrament is het vormsel; de materie daarvan is het chrisma vervaardigd uit olie, dat de schittering van het geweten symboliseert, en uit door de bisschop gezegende balsem, dat de geur van de goede naam symboliseert.

De vorm echter is:

“Ik teken jou met het teken van het kruis, en versterk jou met het chrisma van het heil, in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest."

De gebruikelijke bedienaar is de bisschop. En hoewel een gewoon priester de overige zalvingen kan toedienen, mag alleen de bisschop deze toedelen, omdat men alleen over de Apostelen, in wier plaats de bisschoppen staan, leest dat zij door handoplegging de Heilige Geest gaven, zoals de lezing van de Handelingen der Apostelen duidelijk maakt. Die zegt “Want toen de Apostelen, die in Jeruzalem waren, hadden gehoord dat Samaria het woord van de Heer had aangenomen, stuurden zij Petrus en Johannes naar hen. Toen zij daar waren aangekomen, baden zij voor hen, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen; want die was nog in niemand van hen gekomen, want ze waren alleen maar gedoopt in de naam van de heer Jezus. Toen legden zij hun de handen op, en zij ontvingen de Heilige Geest” (Hand. 8, 14-17). Maar in plaats van deze handoplegging wordt in de Kerk het vormsel gegeven. Men leest echter dat soms met ontheffing van de Heilige Stoel om een verstandige en zeer dringende reden een gewoon priester met chrisma door de bisschop toebereid dit sacrament van het vormsel mag toedienen.

Maar de werking van dit sacrament is, dat in hem de Heilige Geest wordt gegeven tot kracht, zoals hij gegeven is aan de Apostelen op de dag van Pinksteren, opdat namelijk een Christen vol durf de naam van Christus belijdt. Daarom wordt de vormeling op het voorhoofd, waar de zetel van de eerbied is, gezalfd, opdat hij niet bloost de naam van Christus te belijden en vooral zijn kruis, dat voor de Joden een schanddaad is, voor de heidenen een dwaasheid Vgl. 1 Kor. 1, 23 volgens de Apostel; daarom wordt hij met het teken van het kruis getekend.

Eucharistie

Het derde is het sacrament van de Eucharistie, waarvan de materie tarwebrood is en wijn van de wijnstok, waarbij voor de consecratie een heel klein beetje water gemengd moet worden. Daarom wordt het water erbij gedaan, omdat men volgens de getuigenissen van de heilige Vaders en Kerkleraren van de Kerk die al eerder in de discussie naar voren zijn gebracht gelooft, dat de Heer zelf dit sacrament heeft ingesteld in wijn vermengd met water.

Vervolgens, omdat dit past bij het tegenwoordig stellen van het lijden van de Heer. Want de zalige Paus Alexander Pseudo Alexander I, Aan de orthodox gelovigen, Ad Orthox.. Kap. 9, bij Gratian, Decretum p. III, dist. 2, c 1 (Frdb 1, 1314), uit Pseudo Isidorus (P. Hinschius, Decretales Pseudo Isidorianae... (Leipzig, 1863, 99)), de vijfde [opvolger] van de heilige Petrus, zegt:

“Bij het aanbieden van de heilige gaven, die aan de Heer worden aangeboden binnen de plechtigheid van de Mis, mogen alleen brood en wijn met water vermengd als offer worden aangeboden. Want in de kelk van de Heer mag niet alleen wijn of alleen water worden aangeboden, maar beide gemengd omdat beide, namelijk bloed en water, uit de zijde van Christus gevloeid zijn, naar men leest. Vgl. Joh. 19, 34

Dan ook, omdat het passend is voor het aanduiden van de werking van dit sacrament, die namelijk de vereniging van het Christen volk met Christus is. Want het water duidt het volk aan, volgens dat [woord]uit de Apocalyps: veel water, vele volkeren. Vgl. Openb. 17, 15 En Paus Julius Pseudo Julius I, Brief aan de Bisschoppen van Egypte, Epistula synodalis ad Aegyptios (25 juli 325). bij Gratian, Decretum p. III, dist. 2, c. 7 (Frdb 1, 1316) Vgl. 4e Synode van Braga, Canones (1 jan 675), 2. (MaC 11, 155E), de tweede opvolger na de heilige Silvester, zegt:

"De kelk van de Heer moet volgens het voorschrift van de canones aangeboden worden met water en wijn gemengd, omdat wij zien dat onder het water het volk verstaan wordt, in de wijn echter het bloed van Christus wordt getoond. Dus wanneer in de kelk water en wijn gemengd worden, wordt het volk met Christus verenigd en wordt het volk van gelovigen verbonden met en gekoppeld aan degene, in wie het gelooft."

Omdat dus zowel de heilige Romeinse Kerk, onderricht door de zeer heilige Apostelen Petrus en Paulus, als ook alle overige kerken van Latijnen en Grieken, in welke de lichten van alle heiligheid en leer hebben geschitterd, vanaf het begin van het ontstaan van de kerk het zo bewaard hebben en nu nog bewaren, schijnt het geheel en al ongepast, dat een ander gebied, welk dan ook, van dit universele en verstandige gebruik afwijkt. Wij besluiten dus, dat ook die Armeniërs zich voegen bij de universele christelijke wereld, en hun priesters bij het aanbieden van de Kerk een zeer klein beetje water, zoals gezegd is, bij de wijn mengen.

Document

Naam: EXSULTATE DEO - DECRETUM PRO ARMENIS
Sessio VIII - 8e Sessie: Decreet voor de Armeniërs
Soort: Concilie van Florence - Decreet
Datum: 22 november 1439
Copyrights: © 2016, Stg. InterKerk
Vert. uit het Latijn: George Dölle pr., Lucas Verlinden, Bram Witvliet; tussentitels: redactie
Bewerkt: 18 oktober 2020

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test