15 augustus 1997
De rechtvaardiging werd voor ons verdiend door het lijden van Christus die zich op het kruis geofferd heeft als een levende offerande, heilig en aangenaam voor God; zijn bloed is het instrument van verzoening geworden voor de zonden van alle mensen. De rechtvaardiging wordt geschonken door het Doopsel, het sacrament van het geloof. De rechtvaardiging maakt ons gelijkvormig aan de gerechtigheid van God die ons innerlijk tot rechtvaardigen maakt door de kracht van zijn barmhartigheid. De rechtvaardiging heeft de glorie van God en van Christus en de gave van het eeuwig leven tot doel: Vgl. Concilie van Trente, 6e Zitting - Decreet over de rechtvaardiging, Sessio VI - Decretum de iustificatione (13 jan 1547), 8. DH 1529
Thans is echter, buiten de wet om, Gods gerechtigheid openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigenis afleggen, Gods gerechtigheid, die zich door het geloof in Jezus Christus meedeelt aan allen die geloven, zonder enig onderscheid. Want allen hebben gezondigd en allen zijn verstoken van de goddelijke heerlijkheid. En allen worden zij om niet door zijn genade gerechtvaardigd, krachtens de verlossing die in Christus Jezus is. Hem heeft God voor wie gelooft aangewezen als zoenoffer door zijn bloed. God wilde zo zijn gerechtigheid tonen, want Hij had in zijn verdraagzaamheid de zonden van het verleden laten passeren. Hij heeft zijn gerechtigheid willen tonen nu, in deze tijd, opdat zou blijken dat Hijzelf rechtvaardig is en rechtvaardig maakt ieder die leeft uit het geloof (Rom. 3, 21-26).