• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Maar de hoofdreden, waarom de vijftigste verjaardag der dogmaverklaring van de Onbevlekte Ontvangenis der Moeder Gods bij het christenvolk een geheel enige geestdrift moet wekken, is voor ons, eerbiedwaardige broeders, het program, dat we in onze H. Paus Pius X - Encycliek
E supremi Apostolatus
Bij aanvang van het pontificaat, over alles herstellen in Christus
(4 oktober 1903)
hebben bekend gemaakt: ons verlangen om ‘alles te herstellen in Christus’. Immers, wie zou er niet ten volle van overtuigd zijn, dat er geen zekerder, geen gemakkelijker weg is dan Maria om alle mensen met Christus te verenigen en door Hem de volmaakte aanneming tot kinderen Gods te verkrijgen om heilig en vlekkeloos te zijn voor het aanschijn van God? Voorzeker, als tot Maria in waarheid gezegd is: “Zalig zijt gij, die geloofd hebt, want vervuld zal worden, wat u gezegd is namens de Heer” (Lc. 1, 45), d.w.z., dat ze Gods Zoon zou ontvangen en ter wereld brengen; als ze gevolgelijk Degene in haar schoot ontvangen heeft, die van nature de Waarheid is, opdat Hij, “in een nieuwe orde en door een nieuwe geboorte voortgebracht..., onzichtbaar in Zijn eigen wezen, zichtbaar zou worden in onze natuur” H. Paus Leo I de Grote, Sermones. II de nativ. Domini, c. 2: PL 54, 195 , dan is het, wijl Gods Zoon, mens geworden, “de Stichter en de Voltooier” is “van ons geloof” Vgl. Hebr. 12, 2 , volstrekt noodzakelijk, dat men Zijn allerheiligste Moeder erkent als de deelgenote en als het ware de bewaarster der goddelijke geheimen, op wie als op de voornaamste grondslag na Christus het gebouw van het geloof aller eeuwen wordt opgetrokken.

b. Omdat ze de grote medewerkster is met Christus

Daar komt nog bij: de allerheiligste Moeder Gods heeft niet alleen deze eretitel, dat ze “aan de eengeboren Zoon Gods, die met menselijke ledematen geboren zou worden, de stof van haar vlees heeft verschaft” H. Beda Venerabilis, In Lucae Evangelium expositio. 11: PL 92, 479, om daaruit een slachtoffer voor het heil der mensen te bereiden. Neen, haar taak was het ook, dat offerlam te bewaren, te voeden en zelfs te bestemder tijd naar het altaar te leiden. Er bestond dus tussen Moeder en Zoon een ononderbroken gemeenschap van leven en lijden, zodat de woorden van de profeet op beiden evenzeer toepasselijk waren: “In smart gaat mijn leven voorbij en in zuchten vervliegen mijn jaren.” (Ps. 30, 11) Maar toen voor Jezus de laatste ure gekomen was, "stond naast het kruis Zijn Moeder". (Joh. 19, 25) Ze stond daar niet slechts geheel geboeid door dat vreselijk schouwspel, maar waarlijk met vreugde in het hart, „dat haar eengeborene voor het heil van het menselijk geslacht werd opgeofferd, ja ze leed zo sterk met Hem mede, dat ze, indien 'het mogelijk geweest ware, al de folteringen, die haar Zoon doorstond, zelve met nog groter vreugde op zich genomen zou hebben". H. Bonaventura, In libros Sententiarum. d. 48, dub. 4 circa litt. mag

c. Omdat ze de algemene middelares is bij Christus

We ontkennen natuurlijk niet, dat de uitdeling van deze schatten een persoonlijk en eigen recht is van Christus; immers, ze zijn ons uitsluitend door Zijn dood verworven en Hij zelf is ambtshalve de middelaar tussen God en de mensen. Maar toch, om reden van de door ons vermelde gemeenschap in lijden en droefenissen tussen Moeder en Zoon, is aan die verheven Maagd het voorrecht gegeven “om bij haar eengeboren Zoon de machtige middelares en voorspreekster van heel de wereld te zijn”. Z. Paus Pius IX, Dogmatische Bul, Dogmaverklaring van Maria, Onbevlekt Ontvangen, Ineffabilis Deus (8 dec 1854) De bron is dus Jezus Christus en “uit Zijn volheid ontvingen wij allen” (Joh. 1, 16); “door Hem wordt het ganse lichaam samengevoegd en samengehouden door alle band van bijstand..., en zo voltrekt zich de groei van het lichaam tot eigen opbouw in liefde”. (Ef. 4, 16) Maar Maria is volgens de juiste uitdrukking van Bernardus “het kanaal” H. Bernardus van Clairvaux, In Nativitatem Beatae Mariae. De aquaeducto, n. 4: PL 83, 440, als men wil de hals, waardoor het lichaam met het hoofd verbonden is en waarlangs het hoofd zijn kracht en invloed op het lichaam uitoefent. „Want zij is de hals van ons Hoofd, en door middel van deze hals worden alle geestelijke gaven aan Zijn mystiek lichaam medegedeeld.” Men ziet dus: het is er zeker ver van af, dat we aan de Moeder Gods de kracht zouden toeschrijven om de bovennatuurlijke genade voort te brengen. Die kracht behoort alleen aan God. Maar toch, omdat Maria door haar heiligheid en door haar vereniging met Christus allen te boven gaat, en door Jezus Christus tot gezellin is gekozen bij het werk der Verlossing, verdient ze, zoals de uitdrukking luidt, „de congruo" (op titel van gepastheid), wat Christus „de condigno" (op titel van rechtvaardigheid) voor ons verdiend heeft, en is ze de hoogste dienares bij de uitdeling der genade. Christus “zetelt aan de rechterhand der Majesteit in den hoge” (Hebr. 1, 3); Maria staat als koningin aan Zijn rechterhand “als veiligste toevlucht en als trouwste helpster van allen, die in gevaar zijn, zodat men onder haar aanvoering, onder haar leiding, onder haar genadige hulp, onder haar bescherming geen enkele reden tot vrees, geen enkele reden tot vertwijfeling heeft”. Z. Paus Pius IX, Dogmatische Bul, Dogmaverklaring van Maria, Onbevlekt Ontvangen, Ineffabilis Deus (8 dec 1854)

Keren we nu, na vaststelling van deze punten, tot ons onderwerp terug. Wie zal niet de juistheid en wettigheid inzien van onze verklaring, dat Maria, de trouwe gezellin van Christus vanaf Nazareth tot Calvarië toe, die meer dan alle anderen ingewijd was in de geheimen van Zijn hart, en die als het ware met moederlijk recht de schatten Zijner verdiensten beheert, de krachtigste en zekerste hulp is om tot de kennis en de liefde van Jezus Christus te komen? Dit wordt maar al te zeer bevestigd door de betreurenswaardige levenswijze van diegenen, die door de list van de duivel verleid of door valse meningen bedrogen, wanen, dat ze de hulp van deze Maagd kunnen missen. Die ongelukkigen en rampzaligen geven als grond voor hun verwaarlozing van Maria aan, dat ze aan Christus eer willen brengen. En intussen begrijpen ze niet "dat men het kind niet anders vindt dan met Maria Zijn Moeder!" Vgl. Mt. 2, 1
Nu behoren de kinderen van deze allerheiligste Moeder bij de navolging van haar deugden zeker geen enkele deugd buiten beschouwing te laten. Maar toch verlangen we, dat de gelovigen onder haar deugden zich op de eerste plaats juist die eigen maken, die de eerste rang innemen, en die, om het zo uit te drukken, de spieren en gewrichten van het christelijk deugdenleven zijn, we bedoelen: het geloof, de hoop en de liefde tot God en tot de mensen. De glans van deze deugden overstraalde weliswaar het gehele leven der heilige Maagd, maar schitterde toch het meest uit, toen ze stond naast haar stervend Kind. Jezus wordt aan het kruis gehecht, en onder andere verwensingen verwijt men Hem ook, “dat Hij Zich tot de Zoon van God gemaakt heeft". (Joh. 19, 7) Zij daarentegen erkent en aanbidt de godheid in Hem met de grootste standvastigheid. Ze draagt de gestorven Jezus naar het graf, doch zonder ook maar één ogenblik te twijfelen aan Zijn verrijzenis. De liefde tot God, die haar hart verteert, maakt haar tot deelgenote en gezellin in Christus lijden, en tezamen met Hem bidt ze, haar eigen smarten als vergetend, om vergiffenis voor Zijn moordenaars, 'hoewel dezen in hun hardnekkige haat de kreet aanheffen: “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” (Mt. 27, 25)

Document

Naam: AD DIEM ILLUM
Over het geheim en de betekenis van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria naar aanleiding van het 50 jarig jubileum van de dogmaverklaring
Soort: H. Paus Pius X - Encycliek
Auteur: H. Paus Pius X
Datum: 2 februari 1904
Copyrights: © 1956, Ecclesia Docens 0111, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test