• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
a. Omdat ze als Moeder van Christus ook onze Moeder is

Is Maria niet de Moeder van Christus? Welnu, dan is ze ook onze moeder. Want ziehier, wat ieder als beginsel moet vaststellen. Jezus, die het Vleesgeworden Woord is, is tegelijk de Verlosser van het menselijk geslacht. Welnu, als Godmens heeft Hij een stoffelijk lichaam aangenomen, zoals de overige mensen hebben. Als Verlosser van ons geslacht heeft Hij een ‘geestelijk’, of zoals men zegt, een ‘mystiek’ lichaam aangenomen en dat is de gemeenschap van diegenen, die in Christus geloven. “Wij velen zijn één lichaam in Christus.” (Rom. 12, 5) Welnu, de heilige Maagd heeft de eeuwige Zoon van God niet alleen ontvangen, opdat deze, uit haar de menselijke natuur aannemend, mens zou worden, maar ook, opdat Hij door middel der uit haar aangenomen natuur de Verlosser der mensen zou worden. Daarom zei de engel tot de herders: „Heden is u een Verlosser geboren, Christus de Heer." (Lc. 2, 11) Bijgevolg: in één en dezelfde schoot Zijner allerzuiverste Moeder heeft Christus én het vlees aangenomen én tegelijk een ‘geestelijk’ lichaam met Zich verbonden, gevormd uit allen, die in Hem zouden geloven”. Vgl. Joh. 17, 20 Men kan dus zeggen, dat Maria, terwijl ze de Verlosser in haar schoot droeg, er ook al degenen droeg, wier leven in het leven van de Verlosser lag opgesloten. Wij allen dus zonder uitzondering, die met Christus verenigd zijn, en die, zoals de apostel zegt, “leden zijn van Zijn lichaam, uit Zijn vlees en uit Zijn gebeente” (Ef. 5, 30), zijn uit de schoot van Maria voortgekomen, zoals een lichaam, dat met zijn hoofd verbonden is. Derhalve worden we in een geestelijke en mystieke zin kinderen van Maria genoemd en is zij van naar kant ons aller moeder, “Moeder naar de geest..., maar toch werkelijk moeder der ledematen van Christus, hetgeen wij zijn”. H. Augustinus, Over de heilige maagdelijkheid, De sancta Virginitate. c. 6: PL 40, 399 Als dan de allerzaligste Maagd tegelijk Gods Moeder en de Moeder der mensen is, wie kan er dan aan twijfelen, of ze haar krachten zal inspannen om te verkrijgen, dat Christus, “het hoofd van het lichaam der Kerk” (Kol. 1, 18), de gaven Zijner genade in ons, Zijn ledematen, overstort en wel vooral de gave om Hem te kennen en “door Hem te leven”? (1 Joh. 4, 9)

Document

Naam: AD DIEM ILLUM
Over het geheim en de betekenis van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria naar aanleiding van het 50 jarig jubileum van de dogmaverklaring
Soort: H. Paus Pius X - Encycliek
Auteur: H. Paus Pius X
Datum: 2 februari 1904
Copyrights: © 1956, Ecclesia Docens 0111, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test