Kard. Pujats, mgrs. Puta, Lenga, Strickland en Schneider - 12 december 2020
In het geval van vaccins die geproduceerd worden uit de cellijnen van geaborteerde menselijke foetussen, zien we een duidelijke tegenstelling tussen de katholieke leer, die abortus categorisch en ondubbelzinnig in alle gevallen afwijst als een ernstig moreel kwaad dat naar de hemel schreeuwt om wraak Vgl. Catechismus-Compendium, Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2268.2270, en de praktijk om vaccins afkomstig van cellijnen van geaborteerde foetussen als moreel aanvaardbaar te beschouwen in uitzonderlijke gevallen van "nood" op basis van een op afstand, passieve, materiële deelname. Betogen dat dergelijke vaccins moreel toelaatbaar zijn wanneer er geen alternatief is, is van nature tegenstrijdig en onaanvaardbaar voor katholieken. Men moet de volgende woorden van Paus Johannes Paulus II over de waardigheid van het ongeboren menselijke leven in herinnering brengen: "De onschendbaarheid van de persoon, welke weerspiegeling is van de absolute onschendbaarheid van God zelf, vindt haar eerste en fundamentele uitdrukking in de onschendbaarheid van het menselijk leven. In het algemeen spreken over de mensenrechten – zoals bij voorbeeld over het recht op gezondheid, huisvesting, werk, gezin en cultuur-, wat overigens terecht geschiedt, is geheel vals en bedrieglijk als men niet met de grootste vastberadenheid het recht op leven verdedigd dat het eerste en oorspronkelijke recht is en de voorwaarde voor alle andere rechten van de mens." H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988), 38 Het gebruik van vaccins uit de cellen van vermoorde, ongeboren kinderen is in tegenspraak met de grootste vastberadenheid om het ongeboren leven te verdedigen.