H. Paus Johannes Paulus II - 25 mei 1995
UT UNUM SINT Over de inzet voor de oecumene |
|||
► | Aansporing |
Het lijdt geen twijfel dat de heilige Geest actief is in dit streven en dat Hij de Kerk leidt naar de volle verwezenlijking van het plan van de Vader, in overeenstemming met de wil van Christus. Deze wil werd met zulke smartelijke aandrang in het gebed uitgedrukt dat, volgens het Vierde Evangelie, Hij uitsprak op het moment dat Hij binnenging in het verlossende geheim van zijn Pascha. Net als Hij toen deed, roept Christus ook vandaag iedereen op tot een hernieuwde inzet voor de volledige en zichtbare gemeenschap.
Hoe kan de Kerk deze genade verkrijgen? Allereerst door gebed. Het gebed moet altijd onrustig zijn van het verlangen naar eenheid, en als zodanig is het een van de grondvormen van onze liefde voor Christus en voor de Vader die rijk is aan barmhartigheid. Op deze reis die wij ondernemen met andere christenen naar het derde millennium moet het gebed de eerste plaats innemen.
Hoe kan zij deze genade verkrijgen? Door dankzegging, zodat we niet met lege handen staan op de vastgestelde tijd: "Zo helpt ons ook de Geest in onze zwakheid (...) (en) staat voor ons in met een zuchten dat wij niet in woorden kunnen vatten" (Rom. 8, 26), om ons erop voor te bereiden God te vragen wat wij nodig hebben.
Hoe kan zij deze genade verkrijgen? Door hoop in de Geest, die de pijnlijke herinneringen van onze scheiding voor ons kan verdrijven. De Geest kan ons een heldere blik, kracht en moed geven om alle noodzakelijke stappen te zetten, opdat onze inzet steeds geloofwaardiger zal worden.
En als we ons afvragen of dit alles mogelijk is, dan zal het antwoord altijd ja zijn. Het is hetzelfde antwoord dat Maria van Nazareth hoorde: voor God is niets onmogelijk.
De woorden van het commentaar van de H. Cyprianus komen mij in gedachten, dat hij op het Onze Vader schreef, het gebed van iedere christen: "God aanvaardt niet het offer van een zaaier van tweedracht, maar beveelt hem van het altaar weg te gaan, om zich eerst te verzoenen met zijn broeder. Want God kan alleen verzoend worden door vredesgebeden. Voor God is het beste offer vrede, broederlijke eendracht en een volk dat één is in de eenheid van de Vader, Zoon en heilige Geest". H. Cyprianus van Carthago, Over het gebed des Heren, De Oratione Domini. 23: CSEL 3, 284-285.
Bij de dageraad van een nieuw millennium kunnen we niet anders dan van de Heer met nieuw enthousiasme en een sterker besef de genade afsmeken, ons samen voor te bereiden op de aanbieding van dit offer van eenheid.