Dat zijn: een zorgvuldig gewetensonderzoek; het berouw, dat volmaakt is als het uit liefde voor God voortkomt en onvolmaakt wanneer het op andere motieven berust, en dat het voornemen insluit om niet meer te zondigen; de belijdenis, die bestaat in het bekennen van de zonden ten overstaan van de priester; de genoegdoening dat wil zeggen het volbrengen van bepaalde akten van boetvaardigheid die de biechtvader de boeteling oplegt om de schade te herstellen die de zonde heeft aangericht.