• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het Tweede Vaticaans Concilie

Het ontstaan van de verschillende charisma’s is nooit minder geworden in de loop van de eeuwenoude geschiedenis van de Kerk en toch heeft zich recent een systematische reflectie hierover ontwikkeld. Wat dit betreft, is er een veelbetekenende ruimte voor de leer over de charisma’s te vinden in de leer, zoals dat door Pius XII tot uitdrukking wordt gebracht in de encycliek Paus Pius XII - Encycliek
Mystici Corporis Christi
Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus
(29 juni 1943)
terwijl een definitieve stap in het juiste begrip van de relatie tussen hiërarchische en charismatische gaven wordt gezet met het onderricht van het Tweede Vaticaans Concilie. De in dezen relevante passages Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4.7.11.12.25.30.50 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 8 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 3.4.30 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het leven en dienst van de priester, Presbyterorum Ordinis (7 dec 1965), 4.9 wijzen behalve op het geschreven en overgeleverde Woord van God, de sacramenten en het gewijde hiërarchische ambt in het leven van de Kerk op de aanwezigheid van gaven, bijzondere genaden of charisma’s, die door de Geest worden uitgedeeld onder de gelovigen van elke rang. De passage die symbolisch is voor dit onderwerp, wordt aangereikt door 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
: “De Geest (...) voert de Kerk naar de volle waarheid Vgl. Joh. 16, 13 en maakt haar in de gemeenschap en de bediening één, richt haar in en geleidt haar door de verscheidenheid van de hiërarchische en charismatische gaven en siert haar met zijn vruchten. Vgl. 1 Kor. 12, 4 Vgl. Gal. 5, 22 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 4 Zo onderstreept de dogmatische constitutie 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
, wanneer zij de gaven van dezelfde Geest presenteert door middel van een onderscheid in hiërarchische en charismatische gaven, hun verschil in eenheid. Ook de opmerkingen in 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Lumen Gentium
Over de Kerk
(21 november 1964)
betreffende de charismatische werkelijkheid in de context van de deelname van het Volk van God aan het profetische ambt van Christus blijken veelbetekenend: men erkent hierin hoe de Heilige Geest zich niet ertoe beperkt “het Volk van God te heiligen en te geleiden door de sacramenten en bedieningen” en het met deugden te versieren”, maar “Hij verspreidt onder de gelovigen van elke rang ook bijzondere genaden, die hen geschikt en bereid maken om allerlei werken en taken die voor de hernieuwing en de verdere uitbouw van de Kerk dienstig zijn op zich te nemen”.

Ten slotte wordt de veelvormigheid en het providentiële karakter ervan beschreven: “Deze charismatische gaven kunnen wonderbaar zijn of ook eenvoudiger en breder verspreid. Aangezien zij voor de noden van de Kerk bijzonder doelmatig en nuttig zijn, moet wij ze met dankbaarheid en vertroosting aanvaarden”. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12 Vergelijkbare overwegingen vindt men ook in het conciliaire decreet over het lekenapostolaat. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 3. “De Heilige Geest, die het volk van God heiligt door het ambt en door de sacramenten, verleent aan de gelovigen bovendien bijzondere gaven (vgl. 1 Kor. 12, 7) om dit apostolaat te kunnen verrichten; ‘Hij deelt ze aan ieder uit, zoals Hij het wil’ (1 Kor. 12, 11), opdat ‘ieder die met de gaven zoals hij die heeft ontvangen, de anderen dient’, ook zelf ‘als goede beheerders van Gods veelsoortige genade’ (1 Petr. 4, 10) bijdraagt in de opbouw van het gehele lichaam in de liefde (vgl. Ef. 4, 16)." Hetzelfde document zegt hoe deze gaven niet beschouwd moeten worden als facultatief in het leven van de Kerk; “aan elke gelovige die deze charismatische gaven, ook al zijn het zeer eenvoudige, ontvangt, wordt” veeleer “daarmee het recht en de opdracht verleend deze in de Kerk en de wereld te gebruiken tot welzijn van de mensen en tot opbouw van de Kerk in de vrijheid van de Heilige Geest”. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 3 Daarom moeten authentieke charisma’s worden beschouwd als gaven van een voor het leven en de zending van de Kerk onontbeerlijk belang. Ten slotte is in het onderricht van het Concilie voortdurend de erkenning aanwezig van de wezenlijke rol van de herders bij de onderscheiding van de charisma’s en voor een ordelijke uitoefening ervan binnen de kerkelijke gemeenschap. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 12. “Het oordeel over hun echtheid en hun ordelijke beoefening komt toe aan degenen die in de Kerk leiding te geven hebben en wier bijzondere taak het is om niet de Geest uit te doven, maar alles te onderzoeken en het goede te behouden (vgl. 1 Tess. 5, 12 en 19-21)”. Hoewel rechtstreeks verwijzend naar de onderscheiding van de buitengewone gaven, geldt hetgeen is gezegd, op dezelfde wijze voor ieder charisma in het algemeen.

Het postconciliaire leergezag

In de periode volgend op het Tweede Vaticaans Concilie zijn de bijdragen in dezen van het leergezag toegenomen. Vgl. H. Paus Paulus VI, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de Evangelisatie in de Moderne Wereld, Evangelii Nuntiandi (8 dec 1975), 58 Vgl. Congregatie v d Inst v h Gewijde Leven en de Sociëten Apost Leve, Richtlijnen voor de wederzijdse betrekkingen tussen de bisschoppen en de religieuzen in de Kerk, Mutuae relationes (14 mei 1978) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de roeping en de zending van de leken in de Kerk, Christifideles laici (30 dec 1988) Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over het gewijde leven en zijn zending in de Kerk en de wereld, Vita Consecrata (25 mrt 1996) Hieraan heeft de groeiende vitaliteit bijgedragen van de nieuwe bewegingen, de verenigingen van gelovigen en kerkelijke gemeenschappen, samen met de eis om de plaats van het Godgewijde leven binnen de Kerk nader te bepalen. Congregatie v d Inst v h Gewijde Leven en de Sociëten Apost Leve, Richtlijnen voor de wederzijdse betrekkingen tussen de bisschoppen en de religieuzen in de Kerk, Mutuae relationes (14 mei 1978), 34. Symbolisch is de opmerking van het bovengenoemde interdicasteriële document Mutuae relationes, waarin eraan wordt herinnerd dat “het een ernstige vergissing zou zijn het leven van religieuzen en de kerkelijke structuren onafhankelijk van elkaar te maken - nog erger zou het zijn ze tegenover elkaar te stellen -, als konden deze als twee verschillende werkelijkheden, de ene als charismatische, de andere als institutionele, bestaan, terwijl beide elementen, dat wil zeggen de geestelijke gaven en de kerkelijke structuren één, zij het complexe, eenheid vormen”. Johannes Paulus II heeft in zijn onderricht in het bijzonder de nadruk gelegd op het beginsel dat beide gaven wezenlijk zijn: “Ik heb meermalen kunnen onderstrepen hoe er in de Kerk geen contrast of tegenstelling is tussen de institutionele dimensie en de charismatische dimensie, waarvan de bewegingen een veelbetekenende uitdrukking zijn. Beide zijn samen wezenlijk voor de goddelijke structuur van de door Jezus gestichte Kerk, omdat zij samen ertoe bijdragen het mysterie van Christus en zijn heilswerk in de wereld tegenwoordig te stellen”. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Tot het Wereldcongres van kerkelijke bewegingen en nieuwe gemeenschappen, De kerkelijke bewegingen vormen betekenisvolle vruchten van de lente van de Kerk zoals deze door het Concilie was voorzegd (27 mei 1998), 5 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Boodschap, Aan de kerkelijke bewegingen in vergadering bijeen voor het tweede internationale colloquium (2 mrt 1987). Insegnamenti di Giovanni Paolo II, X, 1 (1987), 476-479 Paus Benedictus XVI heeft, behalve dat hij het wezenlijk belang van beide opnieuw heeft benadrukt, de woorden van zijn voorganger verdiept, eraan herinnerend dat “ook in de Kerk de wezenlijke instellingen charismatisch zijn en anderzijds de charisma’s op de een of andere wijze institutioneel moeten worden om coherentie en continuïteit te hebben. Zo dragen beide dimensies, die voortkomen uit dezelfde Heilige Geest voor hetzelfde lichaam van Christus, samen ertoe bij om het mysterie en het heilswerk van Christus in de wereld tegenwoordig te stellen”.Paus Benedictus XVI, Toespraak, Tot de deelnemers aan de pelgrimstocht, georganiseerd door de broederschap Comunione e Liberazione ter gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van de pauselijke erkenning (24 mrt 2007). Insegnamenti di Benedetto XVI, III, 1 (2007), 558 De hiërarchische en charismatische gaven blijken zo vanaf het begin met elkaar in verband te staan. Ten slotte heeft de Heilige Vader Franciscus herinnerd aan de “harmonie” die de Geest schept tussen de verschillende gaven en heeft de charismatische verenigingen opnieuw opgeroepen tot missionaire openheid, de noodzakelijke gehoorzaamheid aan de herders en verbonden met de Kerk, Paus Franciscus, Homilie, Op het hoogfeest van Pinksteren in aanwezigheid van 200.000 vertegenwoordigers van kerkelijke bewegingen, De Heilige Geest brengt zowel verscheidenheid als eenheid (19 mei 2013), 2. “Samen op weg zijn in de Kerk, geleid door de herders, die een bijzonder charisma en ambt hebben, is een teken van de werkzaamheid van de Heilige Geest; het Kerk zijn is een fundamentele eigenschap voor iedere christen, voor iedere gemeenschap” daar “binnen de gemeenschap de gaven waarmee de Vader ons overlaadt, ontluiken en bloeien; het binnen de gemeenschap is dat men leert ze te herkennen als een teken van zijn liefde voor zijn kinderen”. Paus Franciscus, Audiëntie, Achtste catechese in de reeks over de Kerk - Sint Pietersplein, De Kerk: 8. Charisma's: verscheidenheid en eenheid (1 okt 2014), 3 Kortom, het is dus mogelijk een overeenstemming in het recente leergezag te herkennen betreffende het wezenlijk karakter van hiërarchische en charismatische gaven. Een tegenover elkaar stellen zou, evenals een naast elkaar plaatsen ervan, een symptoom zijn van een verkeerd en onvoldoende begrip van de werkzaamheid van de Heilige Geest in het leven en de zending van de Kerk.

Document

Naam: IUVENESCIT ECCLESIA
"De Kerk verjongt" - Aan de Bisschoppen van de Katholieke Kerk - over de verhouding tussen de hiërarchische en charismatische gaven in het leven en de zending van de Kerk
Soort: Congregatie voor de Geloofsleer
Auteur: Gerhard Ludwig Kard. Müller, prefect
Datum: 15 mei 2016
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Stg. InterKerk
Vert. uit het Italiaans: drs. H.M.G. Kretzers
Bewerkt: 7 november 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test