• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De missionaris, die de ware wapenuitrusting voor het apostolische ambt wil aangorden, moet echter, vóór al het andere, voor één ding zorgen, als zijnde dit het belangrijkste en gewichtigste; wij hebben het bovenal vermeld: Het is de heiligheid. Inderdaad, wie God verkondigt, moet een man Gods zijn. Wie den haat tegen de zonde predikt, moet de zonde haten. Vooral bij de ongelovige, die zich meer door gevoelsindrukken dan door redenering laten leiden, bereikt men veel meer met de geloofsprediking door door het voorbeeld, dan met de prediking door het woord. Zeker, een missionaris moet alle gaven van geest en hart gesierd zijn; hij moet een man zijn van rijke wetenschappelijke cultuur, van fijne beschaving. Maar als daarmee niet gepaard gaat een onberispelijk gedrag, dan zal dat alles weinig of niets voor het zielenheil te betekenen hebben; integendeel dan kan het voor hem zelf en voor anderen van groot nadeel zijn.

De missionaris moet dus een voorbeeld zijn van nederigheid, van gehoorzaamheid, van kuisheid en vooral van Gods vrucht. Hij moet trouw zijn aan het gebed en in voortdurende vereniging met god leven; de zaak der zielen moet hij met aandrang bij God bepleiten. Hoe inniger zijn vereniging met God is, des te overvloediger ook zal God hem zijn genade en Zijn hulp verlenen. Laat hij luisteren naar de vermaning van den apostel: “Bekleed u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met innige barmhartigheid, met goedheid, ootmoed, zachtheid en lankmoedigheid.” (Kol. 3, 12) Deze deugden zijn het middel om de waarheid een gemakkelijke, onbelemmerde toegang in zielen te bereiden en alle hinderpalen uit de weg te ruimen. Geen Mens is zo weerbarstig, dat hij aan die deugden zou kunnen weerstaan. Ziehier dus het ideaal van een missionaris, ten minste als hij, naar het voorbeeld van den Heer Jezus, brandt van liefde tot God: Hij rekent zelfs de diepst gezonken heidenen nog tot Gods kinderen, want zij zijn door de prijs van hetzelfde goddelijk Bloed vrijgekocht. En daarom: hij wordt niet boos om hun gebrek aan beschaving of verstoord over hun zedelijk verdorvenheid; hij heeft voor hen geen verachting of walging; hij behandeld hen niet met bitterheid en hardheid. Integendeel, hij benuttigd alle middelen van christelijke liefde om hen aan te trekken en ze eindelijk in de armen van Christus, den goeden herder, te brengen. Wat dit punt aangaat, kiest hij de woorden der heilige Schrift tot de gewone stof zijner overweging: “O hoe goed en zachtzinnig is, o heer, uw geest in alles! Daarom straft Gij de zondaars slechts matig; Gij houd hun door die waarschuwing hun misdaad voor ogen, opdat zij de zonde verlaten en U geloven. O Heer … Maar hoe groot ook Uw kracht is, Gij straft met zachtheid, en heerst over ons met grote toegevendheid” Sup. XII, 19, 18 Waar zijn de moeilijkheden, de lasten, de gevaren, groot genoeg zijn om zulk een afgezant van Christus in den ijver voor zijn werk tegen te houden? Zeker nergens. Want vol dankbaarheid jegens God, die hem zulk een verheven taak bestemd heeft, aanvaardt hij met grote edelmoedigheid alle wederwaardigheden en moeilijkheden, die hem overkomen, arbeid, beledigingen, ontbering, honger, ja zelfs den wreedste dood, indien hij, al was het maar één ziel, aan de klauwen der hel mag onderdrukken.

In die stemming en gezindheid mag de missionaris, naar het voorbeeld van Christus de Heer en van de apostelen, onbevreesd zijn zending beginnen; maar daarbij zal hij al zijn vertrouwen stellen op God. Wij zeiden het reeds: de verbreiding der christelijke leer is een geheel goddelijk werk. God alleen kan immers kan de zielen ontsluiten om het verstand met het licht der waarheid te bestralen en het hart met de vonken der deugd in vlam zetten, en de mens de nodige krachten geven om, wat hij als waar en goed erkend heeft, ook te aanvaarden en in beoefening te brengen. Als dus de heer Zijn bedienaar bij diens werk niet bijstaat, dan is zijn inspanning tevergeefs. En toch moet hij zelf even goed met volharding flink zijn krachten voor zijn werk blijven geven, steunen namelijk op de hulp van Gods genade die hem nooit ontbreken zal, als hij erom vraagt.
Hier mogen wij ook vrouwen niet stilzwijgend voorbijgaan. Reeds bij het begin van het christendom hebben deze voortdurend aan de evangeliepredikers de hulp naar uitmuntende werkzaamheid en ijver geboden. Maar een bijzonder loffelijke vermelding verdienen hier de Godwijde maagden, waarvan een groot getal in de missies verblijft en die zich wijden aan de opvoeding en aan talrijke instellingen van naastenliefde en liefdadigheid. Wij hopen dat de lof, die hier aan haar verdienstelijk werk gebracht is, voor haar een aansporing zij tot nieuwe moed en vurigheid in den dienst der Kerk. Laten zij echter overtuigd zijn, dat haar werkzaamheid des te rijker vrucht zal hebben, naarmate zij met groter ijver voor haar eigen volmaaktheid bezield zullen zijn.

Document

Naam: MAXIMUM ILLUD
Over de verkondiging van het geloof over de gehele wereld
Soort: Paus Benedictus XV - Apostolische Brief
Auteur: Paus Benedictus XV
Datum: 30 november 1919
Copyrights: © 1940, Ecclesia Docens 0114, Uitg. Gooi & Sticht, Hilversum
Bewerkt: 27 maart 2021

Opties

Internetadres
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2024, Stg. InterKerk, Schiedam, test