• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Is deze inspanning mogelijk? Met andere woorden (en onder een ander aspect) stelt zich hier de vraag over de ‘haalbaarheid van de morele norm’ die door H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
in herinnering wordt gebracht en bevestigd. Dit vormt een van de meest essentiële (en momenteel ook een van de meest urgente) vragen op het gebied van de spiritualiteit van het huwelijk.

De Kerk is ten volle overtuigd van de juistheid van het beginsel dat verantwoord vader- en moederschap bevestigt – in de zin die in de vorige catechese is uitgelegd – en dit niet alleen om ‘demografische’ redenen maar om meer essentiële redenen. Wij noemen verantwoord dat vaderschap en dat moederschap dat overeenstemt met de persoonlijke waardigheid van de echtgenoten als ouders, naar de waarheid van hun persoon en van de huwelijks-daad. Daaruit volgt de strikte en rechtstreekse band die deze dimensie met de hele spiritualiteit van het huwelijk verbindt.

In H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
heeft Paus Paulus VI uitgedrukt wat overigens vele gezaghebbende moralisten en wetenschappers, zelfs niet-katholieke hadden bevestigd Zie bijvoorbeeld de verklaringen van de "Bund für evangelische-katholische Wiedervereinigung" (O.R., 19-9-1968, blz. 3); Dr. F. King, Anglicaan (O.R., oktober 5-10-1968, blz. 3); en ook de moslim, Mohammed Cherif Zeghoudu (in hetzelfde nummer). Vooral belangrijk is de brief die Karl Barth op 28 november 1968 naar kardinaal Cicognani schreef, waarin hij de grote moed van Paulus VI prees., namelijk dat het juist op dit gebied, zo diep en wezenlijk menselijk en persoonlijk, noodzakelijk is vooral te verwijzen naar de mens als persoon, naar het subject dat zelf beslist, en niet naar de ‘middelen’ die hem een ‘object’ (van manipulatie) maken en hem ‘depersonaliseren’. Het gaat hier dus om een authentiek ‘humanistische’ betekenis van de ontwikkeling en de vooruitgang van de menselijke beschaving.

Is deze inspanning mogelijk? De hele problematiek van de encycliek H. Paus Paulus VI - Encycliek
Humanae Vitae
Het menselijk leven en geboorteregelingen
(25 juli 1968)
laat zich niet inperken tot de biologische dimensie van de menselijke vruchtbaarheid (de vraag van de ‘natuurlijke vruchtbaarheidsritmen’), maar gaat terug tot de subjectiviteit zelf van de mens, tot dat persoonlijke ‘ik’ waardoor de persoon man of vrouw is.

Al tijdens de discussie in het Tweede Vaticaans Concilie met betrekking tot het hoofdstuk 2e Vaticaans Concilie - Constitutie
Gaudium et Spes
Over de Kerk in de wereld van deze tijd
(7 december 1965)
over de ‘De bevordering van de waardigheid van huwelijk en gezin’ sprak men over de noodzaak van een verdiepte analyse van de reacties (en ook van de emoties) in verband met de wederzijdse beïnvloeding van mannelijkheid en vrouwelijkheid op het menselijk subject. Zie de tussenkomsten van kardinaal Leo Suenens op de 13e algemene Congregatie op 29 september 1968: Acta Synodalia S. Concilii Oecumenici Vaticani II, vol. 4, deel 3, p. 30. Deze vraag behoort niet zozeer tot de biologie als wel tot de psychologie. Van de biologie en de psychologie gaat ze vervolgens naar het gebied van de spiritualiteit van huwelijk en gezin. Hier staat deze vraag inderdaad in nauw verband met de manier om de deugd van onthouding te begrijpen, dat wil zeggen zelfbeheersing en in het bijzonder periodieke onthouding.

Een zorgvuldige analyse van de menselijke psychologie (die tegelijk een subjectieve zelfanalyse is en vervolgens een analyse wordt van een ‘object’ dat toegankelijk is voor de menswetenschap) laat ons toe om te komen tot enkele essentiële uitspraken. In feite komt in de interpersoonlijke relaties waarin de wederzijdse beïnvloeding van mannelijkheid en vrouwelijkheid wordt uitgedrukt, in het psycho-emotief subject, in het menselijke ‘ik’, naast een reactie die we ‘opwinding’ kunnen benoemen, een andere reactie vrij, die ‘emotie’ kan en moet worden genoemd. Hoewel deze twee soorten reactie samen tot uiting komen, is het mogelijk om ze door de ervaring te onderscheiden en om hen uit elkaar te houden met betrekking tot hun inhoud of hun object. Vgl. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. Ia IIae, q. 26, art. 2: In dit verband kunnen we herinneren wat de heilige Thomas zegt in een fijne analyse van de menselijke liefde met betrekking tot de ‘concupiscibile’ en tot de wil

Het objectieve verschil tussen de ene en de andere soort reactie bestaat in het feit dat de opwinding vooral ‘lichamelijk’ is en in deze zin ‘seksueel’; de emotie daarentegen – hoewel gewekt door de wederzijdse reactie van mannelijkheid en vrouwelijkheid – verwijst vooral naar de andere persoon, gezien in zijn ‘integraliteit’. We kunnen zeggen dat dit een ‘emotie veroorzaakt door de persoon’ is met betrekking tot haar mannelijkheid of vrouwelijkheid.

Wat wij hier stellen met betrekking tot de psychologie van de wederzijdse reacties van mannelijkheid en vrouwelijkheid helpt om de rol van de deugd van onthouding te begrijpen, waar we eerder over hebben gesproken. Onthouding is niet alleen – en zelfs niet hoofdzakelijk – het vermogen om ‘zich te onthouden’, dat wil zeggen de beheersing van de verschillende reacties die zijn verweven in de wederzijdse beïnvloeding van mannelijkheid en vrouwelijkheid; een dergelijke functie zou als ‘negatief’ kunnen worden beschouwd. Maar er is ook een andere functie (die we positief kunnen noemen) van de zelfbeheersing: het is het vermogen om de respectieve reacties te oriënteren, zowel wat betreft hun inhoud als hun aard.

Er is al gezegd dat op het gebied van de wederzijdse reacties van mannelijkheid en vrouwelijkheid, de ‘opwinding’ en de ‘emotie’ niet alleen als twee afzonderlijke en verschillende ervaringen van het menselijke ‘ik’ verschijnen, maar heel vaak verschijnen ze samen in het kader van dezelfde ervaring als twee verschillende elementen van die ervaring. De wederzijdse verhouding volgens dewelke deze twee elementen in een bepaalde ervaring verschijnen, is afhankelijk van verschillende omstandigheden van innerlijke en uiterlijke aard. Soms is één van de elementen duidelijk overwegend; op andere momenten is er eerder een evenwicht tussen hen.

De onthouding als mogelijkheid om de ‘opwinding’ en de ‘emotie’ te oriënteren in de sfeer van de wederzijdse invloed van de mannelijkheid en de vrouwelijkheid, heeft tot essentiële taak om het evenwicht te behouden tussen de gemeenschap waar de echtgenoten wederzijds hun intieme eenwording enkel wensen uit te drukken en deze, waar ze (ten minste impliciet) het verantwoord ouderschap opnemen. In feite kunnen de ‘opwinding’ en de ‘emotie’ schade berokkenen aan het subject, aan de oriëntatie en het karakter van de wederzijdse ‘taal van het lichaam’.

De opwinding streeft er vooral naar zich uit te drukken in de vorm van sensueel en lichamelijk genot, dat wil zeggen dat ze neigt naar de huwelijksdaad die (afhankelijk van de natuurlijke cycli van de vruchtbaarheid) de mogelijkheid van voortplanting bevat. De emotie daarentegen, veroorzaakt door een ander menselijk wezen als persoon, zelfs als zijn emotionele inhoud wordt geconditioneerd door de vrouwelijkheid of mannelijkheid van de ‘andere’, neigt in zichzelf niet naar de huwelijksdaad, maar ze beperkt zich tot andere manieren ‘om elkaar hun liefde te bewijzen’, die de sponsale betekenis van het lichaam uitdrukken, die echter niet de (potentieel) procreatieve betekenis insluiten.

Het is gemakkelijk te begrijpen welke gevolgen hieruit voortvloeien met betrekking tot de kwestie van verantwoord vader- en moederschap. Deze gevolgen zijn van morele aard. In de Franse uitgave van 1985 (L’amour humain dans le plan divin. De la Bible à Humanae Vitae) (éd. Cerf) evenals in de uitgave van 2004 (Homme et femme il les créa, une spiritualité du corps) vinden we de volgende aanvulling: “De opwinding tracht zich vooral uit te drukken op het lichamelijk vlak en bevat uiteraard een mogelijkheid tot voortplanting. De emotie daarentegen kan zich uitdrukken zonder tot de huwelijksdaad en haar mogelijke gevolgen te komen. Dit verschil maakt het mogelijk om beter te begrijpen dat het probleem van verantwoord vader- en moederschap van morele aard is. Ik smeek God dat hij de christenen en de mensen van goede wil toegang verschaft tot dit niveau van verlossende en humaniserende waarheid.” Deze tekst bevindt zich niet in de Insegnamenti, noch in de Italiaanse uitgave Uomo e Donna, noch in de Engelse uitgave van Michael Waldstein of de Italiaanse en Spaanse teksten op de site van het Vaticaan (enige talen waarin deze catechese is opgenomen). Waarschijnlijk heeft Johannes Paulus II deze passage ex abundantia cordis uitgesproken tijdens de catechese van 31 oktober 1984.

Document

Naam: ONTHOUDING TUSSEN ‘OPWINDING’ EN ‘EMOTIE’
129e catechese in de reeks: Theologie van het Lichaam
Soort: H. Paus Johannes Paulus II - Audiëntie
Auteur: H. Paus Johannes Paulus II
Datum: 31 oktober 1984
Copyrights: © 2016, Libreria Editrice Vaticana / Uitg. Betsaida, Den Bosch
© 2016, Vertaling: Uitg. Betsaida
Bewerkt: 29 december 2021

Referenties naar dit document

 
Geen berichten gevonden!

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2023, Stg. InterKerk, Schiedam, test